Loopjongen

Danny Blind had ook de loopjongen van Jan Peter Balkenende kunnen zijn. Fatsoen moet je doen: dat kun je deze Zeeuwen wel toevertrouwen. De voetballer en de politicus kennen talloze vlagen van inwisselbaarheid, vooral op televisie. Beiden kijken het liefst, óf naar de grond, óf hoog over de camera heen. Beiden uiten zich halvelings binnensmonds. Soms een glimlach, maar wel glimlach met handrem.

Jan Peter en Danny: eerder infrawezens dan toeters ‘van de mensen’. Je ziet ze kauwen op hun ‘stenen brevier’. Publiek bezit, maar tegen wil en dank, en altijd voor de goede zaak. Slechts een enkele keer breekt een sluier gif uit de maskers van goedertierenheid. Zeeuwen zijn mensen.

Als voetballer was Danny Blind ook al een heiligenleven. Als Ajacied dan. Hem hoorde je niet over de kabel, of over de karatetrap van zijn coach. In zijn tackles zaten geen scheermesjes, en hij ging bij een hoekschop ook niet al te fanatiek in de nek van de vijandige spits hangen. Shirtjetrekken? Met mate.

Blind stond zelden in het veld met de donkere oogopslag die deed vermoeden dat er in hem ook een kleine Materazzi schuilging. Zo’n kaalgeschoren duisternis die het aanlegde met zusjes van de tegenpartij.

Danny: een christelijke libero.

Als international was hij minder lief. Hij kon het niet hebben dat Ronald Koeman hem zoveel goede jaren uit de basis van het Nederlands elftal hield. De doublure Blind kon de frustratie soms niet de baas en bediende zich dan maar van het wapen aller bankzitters: achterklap. Koeman was veel minder Sneeuwvlokje dan ze in Barcelona dachten, dat soort teksten. Soms gedetailleerd tot in de folklore van kleine rancune.

Maar goed, al met al kun je zeggen dat Danny Blind zich keurig binnen de actieradius van de culturele elite heeft gehouden. Twintig jaar lang de Mark Rutte van het Nederlandse voetbal. Geen losbol, geen dweper, geen demagoog. Een ander soort mens dan Jan Marijnissen, gelukkig maar.

Clubman van tropisch hout?

Fout gedacht. Ook Danny Blind vloeit naar de hoogst biedende, naar naam en faam, naar de leugen van historie. Deze week liet hij zich benoemen tot technisch manager van Ajax. Niet eens tot directeur. Zelf gaf hij aan dat Marco van Basten altijd het laatste woord zal hebben. Grofweg gezegd betekent dit dat de gewezen directeur Danny Blind een toekomst tegemoet gaat van veredelde kantinejuffrouw. Zelfs de gebeitelde woekeraar, Martin van Geel, voelde zich daar te goed voor.

Ajax: geld en sentiment. Van enige idylle is allang geen sprake meer. Daar zijn de uitslagen niet naar, om van het opportunistische personeelsbeleid nog te zwijgen. En van het gespleten Rotaryklimaat van wantrouwen dat ene John Jaakke zo deskundig heeft gevoed en bewaakt. Noblesse van een hockeystick.

Daar kon Danny Blind niet tegen, en dat strekt hem tot eer. Maar wat lees ik deze week? Blind wordt technisch manager bij Ajax. Terwijl hij altijd heeft gejodeld dat ook Sparta de club van zijn hart was.

Dien dan je contract uit.

Sparta als existentiële ervaring? Welnee! Sparta: tussenstop voor een carrièrebeest. Intermezzo ter ontluizing van oud zeer en van gemankeerde triomfen. Bejaardenclub, eigenlijk. Nu blijkt dat Blind Het Kasteel altijd beschouwd heeft als een oubliëtte. Als een kerker van pokdalige jeugdherinneringen, meer niet. De toekomst was, is en blijft: Ajax.

Mercantiele souplesse in liefde en historie: je verwacht het van Aad de Mos, van Jan Reker, van Martin van Geel, van nog zevenhonderd Nederlandse coaches, maar niet van Danny Blind. Natuurlijk heeft hij een glorieus verleden bij Ajax, maar wil dat dan zeggen dat je een eerbiedig instituut als Sparta kunt degraderen tot bijstandsmoeder? Dat doe je niet als mens, niet als Zeeuw.

Gelukkig, Blind komt zichzelf nog tegen als loopjongen van Van Basten. Meer dan kappersgeluk is voor hem niet weggelegd. Imponeren? Misschien als analist van de NOS, maar dan met de geloofwaardigheid van een weduwnaar die het over een niet te doorstaan geluk heeft.

Juist nu hij stilaan kaal begint te worden, is de anti-vedette Danny Blind zichzelf voorbijgelopen in het obscure verlangen naar een visitekaartje. De gouden rand heeft hij binnen. Maar inhoud: nul!

Danny, staat de koffie klaar?