Land der bruiden

Masja is een trouwlustige Russische. Drie keer eerder was ze een bruid.Michel Krielaars

Ik ging naar Ivanovo om de bruiden te zien. En in restaurant Moskou in de Sovjetstraat zweefde er een voorbij. Nog voor het hoofdgerecht. Ze hield bij mijn tafel stil en vroeg: „Wil je met me trouwen?”

Ik antwoordde haar dat ik al getrouwd was. Ze ging naast me zitten en keek me met haar zwarte ogen beneveld aan, alsof ze me niet geloofde. „Ik heet Masja”, zei ze.

Ik vroeg haar of Ivanovo nog altijd de Stad der Bruiden was. Die bijnaam was het gevolg van het vrouwenoverschot dat tot in de jaren zeventig in de textielstad had bestaan. Mannen uit de hele wereld kwamen er hun dromen verwezenlijken.

„Ach, dat is een cliché”, zei ze. „Het dateert uit de tijd van na de oorlog toen er in de textielindustrie vooral vrouwen werkten. Tegenwoordig is heel Rusland één groot Land der Bruiden.”

„Waardoor komt dat toch?” vroeg ik. „Er zijn toch evenveel mannen als vrouwen in Rusland.”

„Omdat ons land niet genoeg goede mannen heeft”, zei Masja resoluut. „Ze zijn aan de drank en gaan vroeg dood. Jullie westerlingen zijn veel aardiger.”

Masja legde een hand op mijn arm, alsof ze me van haar beste bedoelingen wilde verzekeren. „Ik ben zelf drie keer bruid geweest”, biechtte ze op. „De eerste keer op mijn zeventiende, met een jongen van mijn eigen leeftijd. Maar we pasten niet bij elkaar en na een jaar waren we al weer gescheiden. Weer een jaar later had ik een nieuwe man, maar die verongelukte toen ik zwanger was van Polina.”

Een klein meisje sprong vanachter een pilaar tevoorschijn. „Leuk kind, hè?” zei Masja trots, om weer verder te gaan met haar huwelijksleven. „Mijn derde man was veel ouder. Hij vond dat ik dankbaar moest zijn dat hij met me was getrouwd. Twee jaar heb ik het met hem uitgehouden. En nu ben ik op mijn 23ste weer alleen. Maar vandaag ben ik vrolijk, omdat mijn vriendin is getrouwd.”

Uit een belendend vertrek kwam de tweede bruid aangelopen. Ze droeg een zilverkleurige cocktailjurk en glimlachte lieftallig. „Daar is Anna”, zei Masja opgewonden. „Je bent welkom op ons feestje. Ik wil graag met je dansen.”

Toen ik mijn biefstuk op had ging ik naar het feestzaaltje. Vijf verloren vrouwen zaten er aan een lange tafel. Het was nog geen negen uur. Ik feliciteerde de bruid, haar moeder, haar invalide zuster, haar vriendin en haar Schotse echtgenoot, die zich aan me voorstelde als Michael Brown. Hij was een serieuze dertiger uit de Schotse financiële sector.

„Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?” vroeg ik hem.

„Via internet”, zei Michael. „Toen we elkaar eenmaal hadden gevonden, hebben we een keer in Parijs afgesproken. Het klikte meteen. En nu zijn we getrouwd.”

„Bent je al vaker in Rusland geweest?” vroeg ik.

„Nee”, zei Michael. „Dit is de eerste keer. Ik vind het maar een raar land. Overmorgen gaan we gelukkig terug naar Schotland. Daar geven we nog een feestje. Voor mijn familie.”

„Een toespraak, Misja”, fluisterde Masja in mijn oor. „Het is tijd voor een toespraak.”

Ik gehoorzaamde de eenzame bruid en sprak het nieuwe paar in bevlogen bewoordingen toe, waarbij ik de Stad der Bruiden en Schotland in het kader van de Vriendschap der Volkeren met elkaar verbond. Het schamele gezelschap hief het wodkaglas voor de zoveelste keer en keek tevreden.

Michael wilde nu van me weten wat ik nu vond van Rusland en zijn politieke systeem. Ik vertelde hem hoe ik dacht over de verticale machtsstructuur van president Poetin. Michael was het met me eens. Maar hij had zijn mening nog niet uitgesproken of er klonk een genadeloos „Michael, kom hier!”

Michael keek naar zijn bruid, wier lieftallige gezichtje ineens in dat van een heks was veranderd. „Het is mijn partijtje”, siste Anna. „Ik bepaal waarover hier gesproken wordt. En dit wil ik niet hebben.”

Met een verbaasde blik in zijn onschuldige ogen ging Michael naar zijn bruid toe. Streng fluisterde ze hem iets in zijn oor, waarna ze hem een nog strengere kus gaf.

Masja fluisterde me nu toe: „Anna is al een keer getrouwd geweest, maar dat weet Michael niet.”

Michael kwam weer tegenover me zitten en zei met verontschuldigende blik: „Ik zou wel anders willen, maar je moet weggaan. Je begrijpt het hopelijk wel. Anna...”

In zijn blik had hij ineens iets van een kleine jongen, die beseft dat hij een grote vergissing heeft begaan. Ik nam beleefd afscheid van de bruiloftsgasten en wenste het paar voor een tweede keer geluk toe.

Masja bracht me naar de deur. „Ik vind het jammer dat je weggaat”, zei ze. „Maar ik hoop je nog eens te zien. En als je gaat scheiden weet je me te vinden.”