kwesties@nrc.nl

Op de vraag of autorijden taboe moet worden, reageerden 34 lezers. De meesten kunnen heel goed zonder een auto. Een enkeling ziet de nadelen van de auto, maar rijdt toch. „Ik zwicht voor het gemak.”

Toch rijden

De auto verbieden? Autorijden veroorzaakt verkeersslachtoffers, herrie, stank, luchtverontreiniging en energieverbruik. Biobrandstof zorgt voor een nieuw probleem, honger. Wegen nemen natuur- en cultuurlandschap in. Allemaal ernstige kwesties.

Autorijden? Het is zo gemakkelijk. Op bezoek bij mijn moeder. Met de auto ben ik enkele reis 1 ¼ uur onderweg (zonder file), met openbaar vervoer 2 ½ uur (eigen fiets, twee treinen en ov-fiets) met het risico in de regen te fietsen en de aansluiting op de tweede trein te missen. Op vakantie. Ik laad de auto vol met wandelschoenen, paraplu’s, een extra vest en een stapel boeken, alles kan mee en ik kan gaan en staan waar ik wil. Met openbaar vervoer moet ik zuinig pakken, sjouwen en kan ik niet overal komen.

Ik ben mij bewust van de nadelen van de auto. Ik woon in herrie, uitlaatgassen en fijnstof van een snelweg. Ik ben regelmatig bang in de auto en denk vaak aan het milieu. Autorijden is onverantwoord … en … ik rijd. Niet zonder schuldbewustheid, niet veel, geen kleine eindjes, niet alle lange ritten en niet alle vakanties, maar toch. Ik zwicht voor het gemak.

Autorijden verbieden? Ja, het is de enige manier om mij uit de auto te krijgen.

Els van Rijn

Onpraktisch openbaar vervoer

Openbaar vervoer is tijdrovend en onpraktisch. Per auto naar Schiphol circa 20 minuten, met openbaar vervoer ca 1½ uur; moet ik vroeg op Schiphol zijn, lukt het niet met het openbaar vervoer. Met veel bagage zijn trein, bus en tram uiterst onhandig, evenals reizen per bus in een onbekende stad. U moet er in de Raaphorststraat uit. Ja, maar waar is de Raaphorststraat? En dan nog 10 minuten door de regen.

Wie vanuit Utrecht naar Kijkduin moet, behoeft een bus, een trein en een lange tramrit met veel haltes. Het fileprobleem wordt gecreëerd door regeringen die het vertikken in wegen te investeren en bruggen zo slecht onderhouden dat die (moeten) worden afgesloten. De vraag is: waarom laat men zich door het wanbeleid van de regering niet het openbaar vervoer in jagen (pesten)? Antwoord: omdat de files wel erg zijn, maar minder erg dan het openbaar vervoer. Iedere keer als ik het openbaar vervoer gebruik, gaat er iets mis. Trein vertraagd, busroute omgelegd, kan geen strippenkaart kopen.

H. F. R. Schöyer

Ecowijken

In 1997 verhuisden wij (echtpaar met twee kinderen) van een oude etagewoning in Amsterdam-West naar een nieuwbouwflat in een Amsterdamse ‘ecowijk’ met een autovrij binnenterrein (6 hectare groot) en aan de rand slechts een beperkt aantal parkeerplekken. Slechts een minderheid van de bewoners kan hier een parkeervergunning krijgen, waardoor het eigen autobezit in onze wijk laag is. Wij hebben evenmin een auto en doen alles met de fiets, lopend of met het openbaar vervoer. Een enkele keer huren we een auto. Een leven zonder auto vinden wij in de stad prima te doen. Voor mijn werk (buiten de stad) gebruik ik een vouwfiets, die ik mee kan nemen in de trein of de bus. Onze kinderen zijn eraan gewend om alles met de fiets te doen en ook om naar het station te fietsen als we familie of kennissen buiten de stad bezoeken, en bij aankomst soms een stuk te moeten lopen.

In de vakanties kamperen we graag; we gaan dan met onze (licht gewicht) kampeerspullen per trein naar Frankrijk of Zwitserland. Ervoor kiezen om geen auto te bezitten heeft wel een prijs. Er is vaak meer tijd voor nodig te komen en je bent gebonden aan de tijden van het openbaar vervoer. Vervelend is soms het gebrek aan autonomie: er zijn (te) veel plekken in Nederland (buiten de steden, maar zelfs daarbinnen) waar je zonder auto bijna niet kunt komen. Wij doen dan soms een beroep op familie of vrienden om ons ergens van een station of bushalte (met de auto) op te komen halen.

Niet iedereen heeft begrip voor onze keuze. Een (of meer) auto’s bezitten heeft voor veel Nederlanders nog altijd status. Om meer mensen uit de auto te krijgen, zouden er misschien meer autovrije (of autoluwe) wijken moeten komen. De meeste buren hebben evenmin een auto, wij zijn in onze wijk dus geen uitzondering en hoeven ons niet steeds te verantwoorden voor het feit dat we geen auto bezitten. Wat je daarvoor terugkrijgt, is in onze wijk overigens ook goed zichtbaar: een aantrekkelijke, groene woonwijk midden in de stad, niet verpest door verkeer en geparkeerde auto’s. Een klein paradijs voor bewoners, kinderen, wandelaars en vogels.

Corine Marseille

Gekkenhuis

Ja, er is leven zonder auto! Het gemis ervan weegt niet op tegen het bezit ervan. Met trein, bus, fiets en taxi reis en reisde ik naar mijn bestemming in binnen- en buitenland, ook toen er nog vier kinderen waren. Het wordt weliswaar steeds moeilijker ergens te komen, maar waar ik niet kan komen, daar ga ik niet heen. Ziet men mij graag als gast of als deelnemer aan een vergadering in een regio die moeilijk bereikbaar is met openbaar vervoer, dan moet ik worden opgehaald van het station.

Ik ben niet principieel tegen auto’s, maar er zijn er te veel. Wat een zegen had kunnen zijn, is een plaag geworden. Meesmuilend gegrinnik is mijn deel als ik ergens te laat kom, omdat een trein vertraging had. Men gruwt bij de gedachte alleen al afhankelijk te zijn van de spoorwegen. Onbegrijpelijk, want dit piepkleine land is door uit de hand gelopen individualisme een gekkenhuis geworden.

In de wereld gebeurt veel waarbij je als individu geen invloed hebt. Oorlogen en technologische ontwikkelingen lijken hun eigen weg te gaan. We kunnen ons wel afvragen hoe vanzelfsprekend het is om auto te rijden. Hoe smaakt onze tong als hij spreekt van eigen verantwoordelijkheid, natuur of leven?

Margo Klijn

Anders reizen

Autorijden is een verschijnsel dat de mobiliteit onderstreept. Mensen willen zichzelf (kunnen) vervoeren zonder afhankelijk te zijn van wie of wat dan ook. We kunnen constateren dat dat eigenlijk niet meer mogelijk is, want files zijn onvermijdelijk. Net na de Pasen kwam ik terug uit Zwitserland via Frankrijk en België. Eenmaal de grens over bij Maastricht had ik in Nederland binnen 10 km meer auto’s gezien dan de 750 km ervoor. Ik schrok ervan en het heeft me doen nadenken over anders reizen.

Ik ben van mening dat we niet zonder een auto kunnen wegens het noodzakelijk gevoel van vrijheid van reizen. Bovendien zijn de alternatieven niet altijd voorhanden dan wel erg inefficiënt. Maar moeite doen om alternatieven aan te wenden is in mijn ogen een beperkte inspanning die we onszelf moeten (gaan) getroosten. Wellicht zouden we op school standaard les moeten krijgen in de toepassing van de diverse vervoersmodaliteiten die ons ter beschikking staan. Zouden ouders in ieder geval per definitie met de fiets moeten komen dan wel lopend. Worden we wellicht ook minder agressief met z’n allen.

Erwin P. Weststrate

Nu kan het nog

Mijn zoon van 21 kocht na jaren vakantiewerken en sparen in januari zijn eerste auto. Hij geniet van de vrijheid en rijdt er met plezier in. Hij draait er zijn hand niet voor om een extra ritje van 45 km te maken om tussendoor thuis mee te eten. Dan zeg ik tegen hem: zou je dat nu wel doen in deze tijd van schaarser wordende brandstof en opwarming? Hij zegt: nu kan het nog, straks misschien niet meer.

Ik kan me herinneren dat we onze eerste auto gingen ophalen, eind jaren 50. Bijna mijn hele leven ben ik er aan gewend een auto tot de beschikking te hebben. Nog altijd rijd ik in de auto, ik geniet van de vrijheid die het geeft en rijd met plezier in mijn eigen autootje. Ook ik denk: nu kan het nog en straks moeten we maar zien. Er komt wel iets nieuws voor in de plaats en dan doen we weer mee.

Rian van Damme

Niet saai of sober

Autorijden kan heel leuk zijn, op rustige wegen, in mooie landschappen. In gedachten ben ik weer even op het gladde asfalt in Alaska of Scandinavië. Soms is de auto ook praktisch, bijvoorbeeld om spullen te versjouwen, of om snel op een afgelegen plek te komen. Maar meestal is een auto overbodig, of zelfs hinderlijk.

Als bewoner van een stadscentrum ondervind ik dagelijks negatieve invloed van auto’s en hun bestuurders. Lawaai, vuile lucht, gevecht om schaarse ruimte en onveilige verkeerssituaties maken mijn leefomgeving minder plezierig en gezond. Nogal logisch dat ikzelf daar zo weinig mogelijk aan wil bijdragen. Als ik éénmaal per maand een autoritje maak, is het veel. Ikzelf heb geen auto. Ben ik daarmee weinig mobiel?

In de stad verplaats ik me per fiets – zeker niet langzamer dan per auto. Naar kantoor is de trein het snelste en aantrekkelijkste alternatief; ik lees graag en heb nooit last van files. Vaak maak ik dagtrips, wandelingen of fietstochten. Ook dan brengen trein of bus mij (bijna) overal. Vanmorgen heb ik mijn zomervakantie geboekt: met trein én fiets naar Praag , fietsen naar Berlijn en met de trein weer terug naar huis. Is dit leven zo saai en sober?

Hans van den Bos, Arnhem

Zie de overige reacties op nrc.nl/kwesties