In de genen

De gouden olympische zeilmedaille móet nog ergens zijn. Maar waar? Overgrootvader Frans Hin behaalde hem, amper veertien jaar oud, in een 12-voets jol op de Olympische Spelen van 1920 te Antwerpen. Pakte, na een verblijf in Indonesië, het zeilen weer op in boten met illustere typenamen als Zeeslang, Zeevalk en Stormvogel. Een dag zonder water was voor hem een dag niet geleefd. Kocht begin jaren vijftig de Windjammer Beatrijs, een elegant schip dat nog steeds in het bezit is van de familie. Zoon Nico won verschillende edities van de Zeilkalender. Werd daarvoor beloond met bekers, jamlepels, asbakken en gegraveerde glazen. Ontmoette Marja. Waar anders dan in het tweede huis van de familie, de ondertussen negentig jaar oude Haarlemsche Jachtclub. Kregen samen drie kinderen. Die allemaal, en hoe bestaat het, zijn opgegroeid op het water. Martine zeilde tot haar veertiende, ontdekte middels vriendinnen dat er ook andere sporten bestaan – paardrijden en turnen. Zeilt nu in een Laser. Janneke heeft (heel even maar) gehockeyd en verontschuldigt zich daarvoor. Was zeven jaar prof, won enkele malen goud op Europese- en wereldkampioenschappen en probeerde tot twee maal toe op de Olympische Spelen uit te komen. Woont op een woonboot. Frans zeilt vanaf zijn tiende, heeft dozen met bekers en zeilt nationaal en internationaal in verschillende typen. Zijn twee kleintjes zeilen mee, veilig in fluorescerende zwemvestjes verpakt.

Aflevering 19 van een serie over familiebanden in de sport.