Het wc-mannetje is een isotype

De isotypes van graficus Gerd Arntz stonden aan de basis van het pictogram. Ontwerper Ed Annink bracht ze bijeen op een website en in een boek.

Internet zou het beste medium voor de Duits-Nederlandse graficus Gerd Arntz (1900-1988) zijn geweest. Het zou de verwezenlijking van zijn ideaal – het delen van kennis van alles en nog wat met zo veel mogelijk mensen – aanzienlijk hebben vergemakkelijkt. Tijdens zijn leven was hij aangewezen op tentoonstellingen, boeken en brochures.

Maar dank zij Ed Annink en Ontwerpwerk is Arntz nu alsnog op internet terechtgekomen. Sinds 23 april staan zeshonderdvijftig van de 4.000 ‘isotypes’ die Arntz in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw maakte, op de schitterende site ww.gerdarntz.org. Oorspronkelijk waren Arntz’ isotypes, lino- en houtsnedes, bedoeld voor de beeldstatistieken van de Oostenrijkse socioloog en utopist Otto Neurath. ‘Woorden verdelen, beelden verenigen’, was het devies van Neurath, die op soortgelijke wijze als nu internetgoeroes droomde van het ontstaan van een wereldgemeenschap door het delen van kennis. Statistieken met behulp van Arntz’ isotypes waren voor iedereen, zonder belemmeringen van taal en grenzen, begrijpelijk, geloofde Neurath.

„Maar uiteindelijk bereikten Neurath en Arntz lang niet iedereen”, vertelt ontwerper Ed Annink van Ontwerpwerk. „Hun statistieken werden toch vooral gebruikt door economen en andere specialisten. Maar met hun opvatting dat je beter met beelden dan met woorden kunt communiceren, hadden ze het bij het rechte eind. Onze cultuur is in toenemende mate een beeldcultuur. Reclamejongens, ontwerpers – allemaal communiceren ze met beelden, niet met woorden.”

Annink en Ontwerpwerk hebben de lino-figuren van Arntz bewerkt en op de Arntz-site gezet. „De komende tijd zetten we er nog meer op”, zegt Annink. „Het Haags Gemeentemuseum heeft, schat ik, zo’n 2200 linosnedes van Arntz in bezit. Die zitten allemaal keurig in envelopjes. We hebben de isotypes verdeeld in categorieën als mensen, werk, natuur en architectuur. Ze zijn nu te downloaden, al is het niet in heel hoge resoluties.”

Annink raakte in 1990 geïnteresseerd in Arntz, toen hij een boek van diens werk in handen kreeg. „Arntz’ figuren en symbolen zijn behalve handig ook mooi”, vindt hij. „De tot het uiterst gereduceerde figuurtjes zijn werkelijk prachtig gemaakt. En ook historisch gezien zijn ze interessant. Ze staan aan het begin van de pictogrammen die in de twintigste steeds meer in zwang raakten. Ik heb niet exact kunnen traceren wanneer de eerste mannetjes en vrouwtjes op de heren- en vrouwen-wc’s verschenen, maar volgens mij is het mannetje dat je nu ziet op heren-wc’s ontleend aan een isotype van Arntz. Ook in het verkeer is de invloed van Arntz groot geweest. Voor Arntz’ tijd had je nog verkeersborden met heel lange teksten.”

Over de ontwikkeling van pictogrammen als die voor Olympische sporten uit de isotypes van Arntz en Neurath maakte Annink eind vorig jaar de tentoonstelling Lovely Language in het kader van Utrecht Manifest, de biënnale van Social Design. Onlangs verscheen hiervan het gelijknamige boek, dat Annink samen met Bruinsma schreef en dat als ondertitel Neuraths motto words divide images unite kreeg. „Wat me ook aanspreekt in Arntz en Neurath is hun radicale sociale engagement”, zegt Annink. „Ze wilden nieuwe kennis over de hele wereld verbreiden en ontwierpen daarvoor een universele beeldtaal. Je ziet nu in het design een soortgelijk engagement, al gaat het dan meer om ecologie, milieuvervuiling en vragen als: moeten we nu wel die twintigduizendste stoel ontwerpen?”

In het boek Lovely Language blijkt Arntz’ beeldtaal toch minder universeel dan bedoeld. „Zijn taal blijkt deels tijdgebonden”, legt Annink uit. „Het mannetje met de pet is voor vijftigplussers misschien nog wel een arbeider, maar voor jongeren is het een of andere hippe figuur. En het wc-mannetje heeft in India vaak een tulband op. Vijftig jaar na Arntz’ isotypes heeft zijn universele beeldtaal allerlei dialecten gekregen.”

Zelf heeft Annink Arntz’ isotypes zelfs buiten het gebied van de beeldtaal gebracht. Zo ontwierp hij een deurmat als isotype van Arntz, product van het designlabel Droog. Ook heeft hij affiches laten maken van Arntz’ isotypes. Ze waren begin dit jaar in de tramtunnel bij het Haagse stadhuis te zien. „En ze hingen op de kamer van burgemeester Deetman”, zegt Annink. „Of zijn opvolger Van Aartsen ze heeft laten hangen, weet ik niet.”

De isotypes en ander werk van Gerd Arntz staan op www.gerdarntz.org Ed Annink en Max Bruinsma: Lovely Languages. Words divide images unite. Uitg. Veenman Publishers. ISBN: 978-90-8690-127-2. Prijs 39 euro