‘Greep overheid op burger alarmerend’

Egbert Dommering drukte zijn stempel op de manier waarop in Nederland wordt gecommuniceerd.Nu neemt hij afscheid als hoogleraar informatierecht.

‘Dank zij Google zie ik een mens ontstaan zonder context’ Foto Vincent Mentzel Prof.mr. Egbert DOMMERING(1943), hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit Amsterdamvoor een kunstwerk van Tiong An. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 16 april 2008 Mentzel, Vincent

In zijn vrije tijd leest Egbert Dommering (65) Don Quijote in het Spaans en verzamelt hij moderne kunst. Als hij reist, schrijft hij daar verslagen over. Veertig jaar lang bemoeide hij zich met met de wijze van informatieverspreiding in Nederland. Met grote gevolgen.

Als raadsman van RTL hielp hij een nieuwe televisiezender de lucht in waardoor het medialandschap voorgoed veranderde. In verscheidene juridische procedures dwong hij KPN te accepteren dat de tijd van monopolies in de telecom voorbij was. Hij maande de staat tot openheid over kabinetsformaties en hij verdedigde het auteursrecht en de vrijheid van meningsuiting.

Als schrijver van juridische handboeken over informatie- en telecommunicatierecht, adviseur van overheid en bedrijfsleven en commentator van uitspraken van de Hoge Raad, bracht hij een nieuw vakgebied tot ontwikkeling: het informatierecht. Met het principe dat het bij informatierecht niet gaat om de techniek die wordt gebruikt, maar om de manier waaróp gecommuniceerd wordt, heeft hij school gemaakt. Op de nieuwste technologieën past hij klassieke juridische principes toe. E-mail valt, zo bekeken gewoon onder het oude briefgeheim. Hij is zelf dol op techniek. Maar hij ziet inmiddels ook de gevaren ervan. Spionage door de overheid, bijvoorbeeld, wordt steeds makkelijker.

Zijn nieuwsgierigheid houdt geen gelijke tred met de mededeelzaamheid over zichzelf. Volgens vrienden en kennissen is hij opmerkelijk genereus en trouw, maar ook tamelijk gesloten. Zijn moderne kunstcollectie is zijn emotionele uitlaatklep, vermoeden zij.

De laatste jaren steekt hij daar samen met zijn vrouw, ex-advocaat en nu student muziekwetenschap, steeds meer tijd in. Zijn huis en het Amsterdamse kantoor Brinkhof waar hij partner is, hangt vol. De collectie bevat tekeningen van de imaginaire jaren dertig van Marcel van Eeden, foto’s van Shirin Neshat en Martine Stig die het vrouwelijke rolpatroon in de Arabische wereld ter discussie stellen en videomontages van Yael Bartana over de gespannen sfeer in de Israëlische samenleving.

Als kind ging Dommering graag zijn eigen gang, vertelt hij in zijn studeerkamer op de zolder van zijn huis in Amsterdam-Zuid. Fijne herinneringen heeft hij daaraan. Zwerven door de boomgaarden van zijn grootvader. En reizen. Met zijn ouders en twee zusjes in de Fiat naar Granada over de route nationale. Dommerings jeugd in Amsterdam, net na de Tweede Wereldoorlog, was een oase van orde en rust.

In de jaren zestig was die rust voorbij.

„Ja, toen kwam de maatschappelijke echo van de Tweede Wereldoorlog. Alles wat met autoriteit te maken had, was fout. Ik zag dispuutgenoten met stropdas en zegelring veranderen in actievoerders van de ‘kritiese universiteit’. Ik was zelf ook links en tégen de Vietnamoorlog, maar meer een beschouwer dan een activist.”

Maar toen u eind jaren zestig begon als advocaat bij het kantoor Buruma & Maris in Den Haag, had u toen wel het gevoel dat alles anders moest?

„Verkeerd gebruik van autoriteit door de overheid was mij op het lijf geschreven. Nederland was na de oorlog op de oude voet verder gegaan. Omdat machtsverhoudingen veranderden werden de structuren ouderwets. Burgers eisten het recht op om mee te beslissen. Het consumentenrecht kwam op. En het omroepbestel, dat was gebaseerd op de oude zuilen, begon af te brokkelen.”

Als advocaat van het zendschip Veronica en daarna RTL-Véronique heeft u die afbrokkeling een handje geholpen.

„Eerst heeft de overheid geprobeerd om de zendschepen op te rollen en daarna om de satellietzenders tegen te houden door de kabel dicht te timmeren. Maar met RTL kwam de doorbraak. Vanuit Luxemburg uitzenden kon wél.”

Bent u blij dat er nu commerciële televisie is?

„Dertien zenders vind ik wel veel. Maar de markt verlangde een commerciële omroep. Europese regelgeving maakte het ook mogelijk. Ik vond het een interessante zaak, maar daar houdt de identificatie op. Als advocaat vereenzelvig ik mij niet met mijn cliënten.

Als de politiek voortvarender was geweest, had de commerciële omroep vanuit Nederland gestart kunnen worden. Dan was het reclamegeld niet naar Luxemburg verdwenen. Maar Den Haag wilde de politiek georiënteerde omroepen beschermen. De vijandigheid jegens RTL zat diep. Politici weigerden de zender in het begin zelfs te woord te staan. Totdat ze merkten dat hun kiezersvolk ernaar keek.”

Het telefoonverkeer heeft u ook helpen openbreken.

„Ook dat is, ondanks Europese regelgeving, lang tegengehouden. Je had een rode en een witte telefoon en die moest je kopen bij de PTT. Toen de concurrentie nieuwe toestellen op de markt bracht, moesten die eerst officieel worden gekeurd. Ik heb tot diep in de nacht bij de landsadvocaat op kantoor zitten onderhandelen over hoe dat dan moest, want er was nog geen keuringssysteem. Het resultaat was een verschrikkelijk ingewikkelde regeling: de ene telefoon kreeg een groene sticker, de andere een blauwe. Iedereen was doodop die nacht. En het Algemeen Dagblad, dat de consumentenbelangen hoog in het vaandel had, zat er bovenop.”

En toen kwamen er bedrijven die ook telefonie wilden aanbieden. Van Brussel mocht dat inmiddels.

„Maar KPN heeft lang dwars gelegen. Ze beweerden dat het technisch onmogelijk was om de bestaande kabels met anderen te delen. Hun advocaat had tijdens een zitting een telefoonkast bij zich om te laten zien dat je die draadjes niet kon verleggen. Dat je een demente oma aan de lijn zou krijgen als je de brandweer belde. Ik vreesde dat wij die zaak gingen verliezen. Dus hebben mijn medewerkers en ik de tafel waar die mannen van KPN achter zaten, na de schorsing opgepakt en in de andere hoek van de kamer gezet. Om te laten zien: dit soort gedonder krijg je dus als je overal opnieuw moet graven om nieuwe kabels te leggen.

Later is er over het verhangen van dat draadje een Europese verordening gekomen. Het kon dus best. Bij colleges heb ik lange tijd een dia gebruikt van een middeleeuws fort dat wordt beklommen terwijl er van bovenaf met pek wordt gegooid. Zo was het begin van de marktwerking in de telefonie.”

U heeft ook geprobeerd om met een laddertje tegen de geheime kabinetsformatie op te klimmen.

„Als raadsman van NRC Handelsblad heb ik geprobeerd om inzage te krijgen in de geheime stukken daarover. Hoe politieke partijen onderhandelen nadat de stemmen zijn uitgebracht, is essentieel voor de publieke meningsvorming.

Het is uiterst merkwaardig dat die besprekingen achteraf niet openbaar gemaakt worden. Eind jaren tachtig heeft de rechter ons gelijk gegeven, maar de laatste zaak, in 2003, hebben we verloren. Toen heeft de Raad van State het eerdere besluit van dezelfde Raad teruggedraaid. De staat stelt zich nu op het standpunt dat de stukken er niet zijn, omdat de formateur onder geen enkel ministerie valt. Wat gebeurt er met die stukken?Gooien ze die soms in de hofvijver? Misschien liggen ze wel in een laatje bij de formateur thuis. Dan zou ik hem nog eens persoonlijk moeten dagvaarden.”

De trend in de communicatie van de afgelopen jaren is toch juist: meer openbaarheid?

„Nee, die trend is er helemaal niet. De overheid heeft allerlei mooie websites, maar de nieuwsvoorziening wordt steeds meer aangestuurd door voorlichting. Symbolisch is dat de premier niet meer naar Nieuwspoort komt, maar dat de journalisten naar hem toe moeten. Er is steeds meer overheidsregie. Het akkefietje met Opinio, (de krant die door Balkenende werd gedagvaard na het afdrukken van een fake toespraak van de premier, red.) laat zien dat zelfs geen parodie wordt verdragen. Ik kan mij uit mijn hele carrière niet herinneren dat een premier ooit een krant heeft gedagvaard wegens een parodie op hem.”

Wat vond u van de regie van de overheid bij het uitkomen van de film van Wilders?

„Die had juist veel strakker gekund. Ze hadden moeten zeggen: wat u over de islam beweert, moet u weten. Maar de Koran stuk scheuren, dat doen we even niet. En wilt u ons dat schriftelijk even toezeggen?”

Was u niet juist vóór het recht op vrije meningsuiting?

„Het is het kernrecht van onze democratie. Maar de vrijheid van meningsuiting wordt verward met de vrijheid om te kwetsen. We moeten op het scherpst van de snede over religie kunnen discussiëren. Maar de symbolen laat je ongemoeid. Anders wordt het een godsdienstoorlog in plaats van een debat.

De verwarring over die wettelijke bescherming heeft ertoe geleid dat we op het toppunt van onze kennisontwikkeling verzeild zijn geraakt in een discussie over godsdienstige symbolen. Gematigde moslims gaan zich daardoor religieuzer gedragen dan ze zijn. Om terug te slaan. Als je vindt dat joden hun oorlogsverleden misbruiken, zoals Theo Van Gogh vond, kun je dat ook zeggen zonder te spreken van ‘copulerende sterren in de gaskamer’, zoals hij deed. Dat is niet scherp argumenteren, maar beledigen.”

Was het ook terecht dat de Iraanse kunstenaar Sooreh Hera niet de kans kreeg om in het Gemeentemuseum haar schilderijen te tonen van homoseksuele mannen met het gezicht van Mohammed?

„Nee. Beeldende kunst is een middel om emotie over te brengen. Beeldende kunst mag daarom meer dan politiek of journalistiek. Beeldende kunst móet aanstootgevend kunnen zijn. Anders kunnen alle museumdirecteuren wel bordjes gaan ophangen met: als u ergens aanstoot aan neemt, s.v.p melden bij de receptie.”

U hekelt de vrijheid die mensen nemen om anderen te beledigen, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen over de toenemende vrijheidsbeperking.

„Er heeft een wetsontwerp gecirculeerd om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Zoiets hoort thuis in het tsaristische tijdperk. Als je de aanslag op de Twin Towers een goed idee vond, is dat een politieke overtuiging. Die mag je hebben. Als je terreurdaden wilt bestraffen nog vóór die zijn gepleegd, ga je gezindten bestrijden. Er is nu ook een wetsvoorstel om mensen die zich schuldig maken aan opruiing een ‘Berufsverbot’ op te leggen. Ze willen telecomgegevens achttien maanden lang gaan bewaren. En internetproviders laten meehelpen in de bestrijding van cybercrime. Het is alarmerend hoe de overheid de laatste jaren greep krijgt op onze persoonlijke levenssfeer. In mijn paspoort mag ik ook mijn bril al niet meer op.”

Bent u als voorvechter van vrije communicatie blij met de komst van internet?

„Met de makkelijke toegang ben ik blij. Maar niet als die ertoe leidt dat consumenten niet meer voor informatie willen betalen. Dan staat alles rijp en groen op het internet, terwijl krantenredacties gaan bezuinigen. Omdat alleen nog betaald wordt voor reclame, verdwijnt het intellectuele eigendom. Die ‘squeeze’ is heel gevaarlijk. Politici gaan zich dan alleen nog maar laten leiden door de oprispingen van burgers op websites, terwijl de overheid voort banjert met de opslag van gegevens van burgers en het verzorgen van nieuws via voorlichters. Dan heb je een crisis van de elites.”

Wat bedoelt u?

„Ik heb pas In de schaduwen van morgen weer gelezen van Johan Huizinga. In mijn studententijd vond ik dat een tamelijk reactionair verhaal. Maar nu herken ik de noodzaak van een ‘beschavingsideaal’, zoals Huizinga dat noemde. Algemene maatschappelijke frustraties zonder enige samenhang, worden door bewegingen als TON verheven tot politiek. We zijn boos, want we staan in de file. In plaats van dat serieus wordt nagedacht over hoe we verder gaan met Europa, of hoe we de islam in onze samenleving integreren.”

Heeft u met het openen van al die communicatiekanalen voor deze crisis niet zelf de basis gelegd?

„Ik heb geijverd voor grotere participatie. Maar dat het internet zo’n vlucht zou nemen, kon niemand voorspellen. Achttien jaar geleden schreven ik en twee collega’s een rapport over de toekomst van het elektronische communicatiebeleid. Daar staat van alles in, maar niet dat internet zo belangrijk zou worden. Terwijl dat de echte revolutie is geweest. De komst van internet versnippert ons wereldbeeld: we zien van alles, maar we kennen de verbanden niet.”

Bent u alleen maar pessimistisch over de gevolgen van die revolutie?

„Ik denk dat er vanzelf een marktcorrectie komt, dat de behoefte aan redactie, duiding en selectie zal toenemen. Dat er nieuwe poortwachters komen. Maar ik zie intussen wel een mens ontstaan zonder context. Een openbare persoonlijkheid die zijn intellectuele bagage ontleent aan wat Google tevoorschijn tovert. Die stemt op de partij die de stemmachine op basis van een vragenlijstje voor hem selecteert. Die weet hoe je ergens moet komen dankzij de tomtom, maar niet weet wáár hij is. Omdat alle vakantieoorden er hetzelfde uitzien. Die mens zonder wereldbeeld doet mij denken aan de Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil.”

We kennen onszelf in het ‘ik-tijdperk’ toch juist beter dan ooit?

„Onder eigenschappen versta ik meer dan alleen met jezelf bezig zijn. Het gaat om de vraag hoe een mens zich verhoudt tot zijn omgeving. Als ik reis, wil ik weten wat voor mensen daar wonen en wat daar politiek en historisch aan de hand is. Ik houd van de manier waarop Slauerhoff landschappen beschrijft: waar begint het, waar houdt het op, wat zijn de bijzondere kenmerken? Ik verzamel kunst om in gesprek te zijn met wereldbeelden die mijn eigen beperkte wereld overstijgen, maar waar ik toch iets mee gemeen heb. Om je te verhouden tot je omgeving is intellectuele inspanning nodig.”

De meeste mensen vinden zichzelf belangrijker dan hun omgeving.

Ja, die hebben geen beschavingsideaal. En dus zijn ze ontevreden over alles. Vinden ze Europa te groot, te ver weg en te lastig. Narcisme, vind ik dat.”

Doet u wel eens helemaal niets?

„Wat verstaat u onder niets?”

Op een stretcher liggen en géén boek lezen?

„Nee. Ik wil altijd alles weten. Dat is wel eens lastig.”