Eindelijk eerlijke kunst in Kabul

In Afghanistan wagen vrouwelijke kunstenaars zich aan kunst die meer is dan ansichtkaartrealisme. „Eindelijk kan ik uitdrukken wat ik werkelijk denk en voel.”

Yalda Noori en haar schilderij ‘Life Passage’.

Op het schilderij staat een vrouw aan de rand van een vijver. Wij zien haar voeten en de zoom van haar gewaad. Maar het spiegelbeeld in het water toont een jonge boom met groene bladeren. „De vrouw symboliseert wedergeboorte”, zegt de jonge schilderes Ommolbanin Hassani (19), die zich als kunstenares Shamsia noemt. Ze studeert aan de Faculteit voor Schone Kunsten van de Universiteit van Kabul, waar ze deel uitmaakt van een groepje jonge Afghaanse kunstenaressen die – voor het eerst in Afghanistan – de stap naar de eigentijdse kunst hebben gezet.

Een paar weken exposeerden de vrouwen voor het eerst, in een geïmproviseerde galerie in de prestigieuze Amani-middelbare school. Hun werken, alle even levenslustig, bleken een afspiegeling van hun kijk op het leven, relaties, het Afghaanse volk, hun land en zichzelf.

De tentoonstelling markeerde in vele opzichten een bijzonder moment in de vernieuwing van Afghanistan. In de jaren van conflicten en economische nood werd kunst een luxeartikel. De Taliban verboden de meeste vormen van cultuur, vooral muziek en schilderijen. Maar na de inval door de Verenigde Staten, nu zeven jaar geleden, herstelt het klimaat voor kunst en cultuur zich. Kunstenaars die waren gevlucht, keren terug. En de achterblijvers durven hun penseel weer op te pakken.

In veel van de nieuwe Afghaanse kunst zie je de gevolgen van de onderdrukkende invloed van de Taliban nog steeds weerspiegeld. Een aanzienlijk deel bestaat uit clichématige ansichtplaatjes van Westerse stereotypen van Afghanistan: vrouwen in blauwe boerka’s, de Baktrische kameel, het gezicht van het Afghaanse meisje met de groene ogen dat beroemd werd door fotograaf Steve McCurry van het National Geographic Magazine.

Rahraw Omarzad, docent Schone Kunsten aan de Universiteit van Kabul, wijt die creatieve stagnatie aan een neergang van de artistieke creativiteit in de jaren tachtig. Omarzad is de drijvende kracht achter het Centrum voor Contemporaine Kunst in Afghanistan, dat het initiatief heeft genomen voor het eerste centrum voor eigentijdse kunst van vrouwen. Het treffendst aan het artistieke werk van de jonge vrouwen is dat zij wél lastige thema’s durven aan te roeren. Hun composities zijn bovendien geraffineerd en eigentijds, en doen in niets denken aan de slaafse, realistische reproducties die in Afghanistan de norm zijn.

„Tot dusverre hield niemand het bestaan van eigentijdse kunst in Afghanistan voor mogelijk’’, zegt Omarzad trots. Dat hij de goed verkopende ‘populaire’ schilderijen links laat liggen, is prijzenswaardig. Het werk van zijn leerlingen is niet flets of gemakzuchtig. Primaire kleuren – een brutale mengeling van geometrische vormen op een doek met messneden erin – is geen geruststellend schilderij. Maakster Muqaddesa Yourish licht toe wat zij gestalte heeft gegeven. De fundamentele kleuren staan voor de grondbeginselen van haar land, die door jaren van strijd aan stukken zijn gehakt en vernield.

In Afghanistan is het een handicap op zich om een jonge vrouw te zijn. Hen worden nog steeds strenge beperkingen opgelegd in alles wat zich buiten het gezin afspeelt, – al is er óók sprake van evidente vooruitgang in de situatie van vrouwen sinds de afzetting van de Taliban, en zijn er nu vrouwelijke parlementsleden en twee miljoen schoolmeisjes. Vrouwen uit relatief vooruitstrevende gezinnen mogen studeren, werken of deelnemen aan een beperkt scala van openbare activiteiten. Maar in die openbare ruimte kunnen vrouwen nog altijd rekenen op een zekere mate van minachting en getreiter door een aanzienlijk deel van de bevolking.

De jonge kunstenaressen die studeren aan de Universiteit van Kabul worden vanuit hun ouderlijk huis echter volledig gesteund.

Yalda’s ouders, die haar abstracte creaties aanvankelijk met een scheef oog bezagen, begonnen haar werk te waarderen toen buitenlandse bezoekers zich op de tentoonstelling in de galerie verdrongen rond het werk van hun dochter. Voor Yalda is de reis van de realistische naar de moderne kunst een openbaring gebleken. „Vroeger schilderde ik realistische doeken. Die lieten wel zien wat ik zag, maar drukten niet uit wat ik voelde. Met het abstracte werk dat ik nu schilder, kan ik laten zien wat ik me voorstel, en wat ik werkelijk denk en voel.”