Een hond als glimmend fallussymbool

Jeff Koons exposeert op het dakterras van het New Yorkse Metropolitan Museum. De curator ziet overal seks als hij naar Koons’ metershoge hond van roestvrij staal kijkt.

Jeff Koons: Balloon Dog (yellow), 1994-2002. Te zien op de expositie ‘Jeff Koons on the Roof’, Metropolitan Museum in New York.

Beneden, in Central Park, geldt het modieuze streven de hondjes zo klein en handzaam mogelijk te houden. Boven, op het dak van het Metropolitan Museum of Art, is de groene Balloon Dog ruim drie meter hoog. Museumcurator Gary Tinterow kan wel om het contrast lachen. Een voorkeur voor een van de twee types honden heeft hij echter niet. „Ik ben nou eenmaal hondenliefhebber.”

In alle bravoure, fonkeling en seksuele ondertoon zijn Balloon Dog en de twee andere objecten op het dak typisch werk van Jeff Koons. Deze zomer valt hem de eer te beurt het dakterras van het Metropolitan naar eigen inzicht van kunst te voorzien. Per dag bereiken gemiddeld drieduizend bezoekers de plek – al lijken de meeste gasten in het weekend voor de cocktailbar en het uitzicht op het park en de wolkenkrabbers van Manhattan te komen. Sinds 1987 exposeerden hier onder meer Roy Lichtenstein, Sol LeWitt en de Nederlandse beeldhouwster Coosje van Bruggen.

De metershoge hond van Koons is van het soort dat clowns op kinderfeestjes van ballons in elkaar draaien. Het object is van roestvrij staal en werd ter plekke in elkaar gezet (een van de andere werken werd ’s nachts om drie uur langs de zijkant van het museum naar boven getakeld). „Koons laat bekende voorwerpen zien, maar dan op een nieuwe manier”, zegt curator Tinterow. „Door het formaat aan te passen wordt duidelijk hoe seksueel getint doodgewone voorwerpen zijn.” Kijk maar naar de staart, wijst Tinterow. Een fallussymbool. Of naar de voorpoten. Typisch de genitaliën van een vrouw. En de hondenneus, opnieuw penisachtig. „Neem de hond in je op, en stel jezelf de vraag: hoe geërotiseerd is de wereld om ons heen? Dat laat Koons ons zien.”

Naast de ballonhond staat een gigantisch rood hart, inclusief gouden strik. Sacred Hart, heet het werk. Het zou een ingepakt chocoladehart kunnen zijn, of doen denken aan – zoals het museum suggereert – het katholieke beeld van het Heilig Hart van Jezus.

Object nummer drie, Coloring Book, is een stalen plak van 5,5 meter hoog, geïnspireerd op Knorretje uit het kinderboek Winnie de Poeh. Koons nam een afbeelding van Knorretje, kleurde volgens het museum op de pagina en verwijderde daarop met de computer de oorspronkelijke afbeelding.

De drie stukken werden niet eerder aan het publiek getoond. Ze maken deel uit van Koons’ nog steeds voortdurende serie Celebrations, waarmee hij in 1994 begon. Van elk van de geëxposeerde stukken bestaan vier andere versies.

Koons, geboren aan de Amerikaanse oostkust, maakte voor het eerst kennis met de New Yorkse kunstwereld toen hij in 1977 achter de balie werkte van het Museum of Modern Art. Daarna werd hij op Wall Street handelaar in grondstoffen en bekostigde met de opbrengsten later werk. Daaronder waren een controversiële serie seksueel getinte afbeeldingen en sculpturen van zichzelf met zijn toenmalige echtgenote, Ilona Staller – beter bekend als het Italiaanse parlementslid en pornoster Cicciolina.

Koons heeft zich altijd al laten inspireren door gebruiksvoorwerpen en verzamelobjecten. Hij maakte plastic kinderspeelgoed na, stofzuigers en fabriceerde opblaasbare bloemen. In The New York Times werd naar aanleiding van Koons’ huidige expositie de discussie aangezwengeld in hoeverre Koons zich überhaupt kunstenaar mag noemen – niet alleen kopieert hij door anderen gemaakte objecten, ook laat hij de fabricage aan anderen over (Balloon Dog is bijvoorbeeld door een Californisch metaalbedrijf gemaakt). Koons dagelijkse werk in zijn studio in New York bestaat nu, volgens het Metropolitan, voornamelijk uit het toezicht houden op de ambachtsmannen en technici die de gedachten van de kunstenaar uitwerken.

Curator Tinterow vindt dat „een al honderd jaar oud debat”. Koons is niet geïnteresseerd in het handwerk. De idee, het ontwerp, dat is van hem. „En de gedachte is het krachtigste onderdeel in bijna elk kunstwerk.”

Twee van de geëxposeerde stukken zijn in privébezit. De hond is bijvoorbeeld van het echtpaar Steven en Alexandra Cohen. Hij staat aan het hoofd van een hedgefonds, is een succesvolle aandelenhandelaar. Hoeveel de werken kostten, wil het museum niet zeggen. De eigenaars krijgen geen vergoeding voor de expositie. „Maar het is wel aardig van ze”, zegt curator Tinterow.

Een half jaar geleden boekte Jeff Koons in New York een record toen zijn Hanging Heart – dat in kleur, grootte en opzet vergelijkbaar is met Sacred Heart – verkocht werd voor 23,6 miljoen dollar (15 miljoen euro). Nog nooit werd zoveel betaald voor het werk van een nog levende kunstenaar. Saillant detail: de koper is Gagosian Gallery, Koons’ ‘huisgalerie’. Een dag eerder, op 13 november vorig jaar, kocht dezelfde galerie ook al een ander Koons-kunstwerk voor bijna 12 miljoen dollar.

De combinatie van geld en Jeff Koons is precies wat de regionale krant Star-Ledger dwars blijft zitten. De glanzende en uitbundige werken „vinden hun oorsprong in de eindeloze lust tot amusement waardoor kleine kinderen en miljardairs zo tot buitengewone uitingen van bezitterigheid gedreven worden”.

The New York Times „heeft het allemaal al een keer gezien”. Het uitvergroten, het glanzen, de overdaad. Daardoor wordt zo pijnlijk duidelijk dat de omgeving – park en skyline – terecht meer aandacht trekken dan Koons’ werk: „en dat kan de artiest verweten worden”. Tinterow vindt die bewering onzin. De werken trekken juist wel de aandacht. Laatst nog. Hij keek vanuit een appartement aan de andere kant van het park naar het museum en daar zag hij voor het eerst hoe het zonlicht op de kunstwerken weerkaatste. „Zoveel van dit werk hangt af van de weerspiegeling”.

T/m 26 okt. The Metropolitan museum of Art, New York; metmuseum.org.