Derdewereldremedie voor Amerikaans probleem

Muhammad Yunus won de Nobelprijs voor de Vrede door arme Bengalen microkredieten aan te bieden. Nu begint hij in New York. Amerika is na de kredietcrisis rijp voor minileningen. Denkt hij.

3.000 dollar. Dat is alles wat ze nodig had om een kilo van het kostbaarste mensenhaar op de markt – ongebleekt blond haar, uit Rusland – te kopen en haar eigen bedrijf te beginnen.

Dus Egypt Lawson, de 38-jarige die al sinds haar armoedige jeugd in het ruwe stadsdeel The Bronx naar de naam Peaches luistert, stapte voorzien van een zakelijk plan van 180 pagina’s binnen bij het buurtkantoor van de grootste bank ter wereld, Citibank. Maar het was tevergeefs. Toen naar JPMorgan Chase. „Ook daar kreeg ik geen lening.” Bank of America dan? „Daar moest ik eerst twee jaar mijn eigen bedrijf voor hebben gehad. Zover komen was nou juist de bedoeling.” Samengevat: bij reguliere banken „werd mij steeds de deur gewezen”.

Gelukkig voor Peaches onderkende Muhammad Yunus de gebreken van het Amerikaanse bancaire systeem. Voor Yunus, de zelfbenoemde ‘bankier voor de armen’, zijn de verschillen tussen de achterbuurten van New York en de sloppenwijken van Dhaka in Bangladesh niet zo groot. In beide gevallen hebben grote groepen armen geen toegang tot krediet. In Dhaka bestrijdt Yunus dit probleem al dertig jaar. Hij verstrekt er microleningen, won er samen met zijn Grameen Bank twee jaar geleden de Nobelprijs voor de Vrede mee.

Eind april maakte Yunus officieel de stap naar de ontwikkelde wereld, met New York als springplank. Zijn microleningen zijn nu ook beschikbaar in de zo door de kredietcrisis getroffen grootste economie ter wereld. „Een beter moment is er niet om hier voet aan de grond te krijgen”, zegt Yunus tijdens een gesprek in Peaches’ thuisbasis The Bronx. „Het is duidelijk dat bankieren in Amerika nogal wat zwakke plekken kent.”

Bijna een tiende van alle Amerikanen, 28 miljoen, heeft geen bankrekening. Nog eens 45 miljoen anderen hebben wel een rekening maar krijgen simpelweg geen lening omdat ze geen onderpand, ondernemerservaring of kredietgeschiedenis hebben. „De enige reden waarom zoveel Amerikanen geen bankrekening mogen openen”, zegt Yunus, „is dat deze mensen niet aan het profiel van de perfecte klant voldoen.”

Volgens de bankier is de kredietcrisis de perfecte illustratie van een ongezonde bancaire sector. „Het systeem werkte niet, was niet zo onfeilbaar als banken zelf dachten.” Hij gebruikt de woorden „fool proof”. Hij bedoelt dat het systeem niet berekend was op zoveel dwazen aan het hoofd van financiële concerns. „Nu Wall Street en de banken in elkaar zijn gestort zijn herstelwerkzaamheden nodig.”

Die wil hij dan wel op zich nemen. Binnen vijf jaar moeten arme New Yorkers voor 175 miljoen dollar aan microleningen krijgen, en als de opzet blijkt te werken, kan Grameen America ook overmakingen verzorgen en armen hypotheken bieden – een markt die sinds het uitbreken van de kredietcrisis op sterven na dood is. Met een knipoog naar de risicovolle woningleningen die de laatste jaren verstrekt zijn aan Amerikanen met een minimale kredietwaardigheid heeft Yunus zijn New Yorkse microkredieten omschreven als „sub sub sub subprime”.

Vier jaar voordat de Amerikaanse kredietcrisis bij het grote publiek zichtbaar werd, verkende Yunus de Amerikaanse leencultuur al. Niet dat ze elkaar kennen, maar Peaches was een van zijn proefkonijnen. Ze kon een microlening van 1.200 dollar (nu 780 euro) krijgen van Project Enterprise, een aan de Grameen Bank gelieerde organisatie. „Dat was niets. Wat had ik daar nou aan?” Daar kon ze net een kilo kroeshaar voor kopen.

Ze had geen alternatief, nam de lening aan, betaalde netjes af, haar bedrijf groeide langzaamaan, en nog eens drie leningen volgden. „Het ging niet van bam!, was niet in één keer een succes. Het was een heel karwei.” Nu heeft haar Hairline Illusions een jaaromzet van 3,4 miljoen dollar, 46 freelancers die vanuit huis de pruiken met de hand maken en een showroom – een bedompt hokje van twee bij drie – waarvan de muren behangen zijn met haarlokken.

Het Grameen-systeem werkt zo: elke aanvraag voor een lening wordt beoordeeld door een groep van andere leners. Op tweewekelijkse bijeenkomsten wordt elke lener door het collectief in koor welkom geheten, zo vertelt Egypt Lawson, als was het een bijeenkomst van de Anonieme Alcoholisten. „Hi, Peaches.” Elke contante afbetaling wordt beloond met applaus. Daardoor worden leners trots, dat werkt beter dan een contract, denkt idealist Yunus. „Je wilt minimaal net zo goed afbetalen als je vrienden doen. Iedereen wil toch laten zien dat hij succesvol is?” Volgens Grameen zelf wordt in Bangladesh 98 procent van de leningen op tijd terugbetaald. Het is te vroeg om vast te stellen of dat percentage ook in het kapitalistische en meer individualistische New York gehaald wordt.

In de VS bedragen de microleningen met een afbetalingstermijn van twaalf maanden tussen 500 en 3.000 dollar. Om in aanmerking te komen moet de lener onder de Amerikaanse armoedegrens vallen: 21.027 dollar per jaar voor een vierpersoonshuishouden. Grameen mag, met het oog op discriminatieregelgeving, officieel geen mannen weigeren, maar net als in Bangladesh wil Yunus in New York alleen vrouwen helpen. Ze zouden beter terugbetalen. Geen van de 175 eerste leners is man.

Een andere complicatie is dat Grameen America niet erkend wordt als bank. In de VS is het wettelijk niet toegestaan een kleine bank te beginnen die geen stortingen aanneemt, alleen maar leningen verstrekt. Yunus kan zich daar boos om maken: „Alsof ik een bedreiging ben. Wij bedienen een markt waarin niemand meer geïnteresseerd is.”

Tot nu toe wordt Grameen America betaald door H&R Block, een beursgenoteerde keten van belastingadviseurs en hypotheekverstrekkers. Dat bedrijf verloor 1 miljard dollar aan risicovolle investeringen in de kredietcrisis, de topman moest opstappen en reputatieschade was het gevolg.

Als gevolg van het ontbreken van de bankstatus komen leners in de knoop met het welfare-systeem. Als Amerikanen die van de bijstand leven gaan bijverdienen, zien ze hun inkomsten afgetrokken van hun uitkering – net als in Nederland. Aangezien Grameens microleningen worden beschouwd als inkomsten, niet als leningen, verandert er dus de facto weinig voor de arme leners.

Andere organisaties, minder bekend dan Grameen, bieden al op beperkte schaal microkrediet aan in de VS. Ook Yunus heeft zijn model eerder uitgeprobeerd in de VS. Toen Bill Clinton nog gouverneur was van Arkansas, nodigde die laatste hem uit zijn systeem daar te kopiëren. Het mislukte bij gebrek aan leners.

Dat is meteen een van de grootste bezwaren tegen microkrediet in de VS, zegt hoogleraar economie aan New York University Jonathan Morduch. Omdat ondernemerschap in de VS een moeizame weg blijkt om je uit armoede omhoog te werken, is de animo voor de leningen beperkt.

„Een beetje meer realiteitszin zou welkom zijn”, volgens Morduch. „De subprime- en kredietcrisis herinnert er juist aan dat het helemaal niet eenvoudig is om klanten aan de onderkant van de markt te financieren.” Dat Yunus het juist zo vlakbij Wall Street probeert, vindt Morduch wel een mooie grap. „Natuurlijk juich ik de poging toe. Al was het alleen maar om de ironie ervan.”

Met medewerking van Joël Broekaert

Links naar Egypt Lawson, Grameen en Morduchs rapport via nrc.nl/kredietcrisis