De voors en tegens van populisme

Politiek is een westers begrip. Alle variaties van het woord politiek zijn afgeleid van het Griekse woord polis (de stadstaat). Polis ontstaat waar de burgers van een taalcultuur een openbare politieke orde oprichten. Politiek is dus van en voor de mensen. Eigenlijk is zij voor en door de populus. De vraag is nu of het populisme, afgeleid van populus, een negatief kenmerk is van een politicus of een politieke beweging. Het antwoord is niet gemakkelijk: ja en nee.

Ja, het populisme is een slechte zaak. Het populisme kan het politieke mythologiseren: de systematische en geritualiseerde herhaling van irrationele beweringen kunnen tot het ontstaan van mythes leiden. Daardoor zou de rede naar de achtergrond verdwijnen. Al bij de dageraad van de politiek heeft men geprobeerd de mythos in te perken.

Ook zou het populisme ingewikkelde vraagstukken terugbrengen tot simpele oneliners. De burgers gaan dan geloven in dit soort eenvoudige oplossingen. Maar voor complexe vraagstukken bestaan geen eenvoudige oplossingen. Precies in dit kader had ooit wijlen Pim Fortuyn gezegd dat hij de fileproblematiek niet kan oplossen. Hij voegde meteen daaraan toe dat hij het wel zal trachten te verkleinen. Als hij het omgekeerde had beweerd, dan had hij de minder intelligente burgers bedonderd. Ten slotte kan het populisme tot een politieke crisis leiden: de teleurgestelde burger zal zich tegen de politieke instituties keren.

Nee, het populisme is ook een goede zaak. De politiek is uiteindelijk van en voor het volk. Politici moeten ingewikkelde zaken zodanig kunnen presenteren dat die voor iedere burger begrijpelijk worden. Anders zou de politiek worden gekoloniseerd door specialisten en deskundigen. Een radicaal gebureaucratiseerde wereld is niet ver verwijderd van een totalitaire staat. Uiteindelijk ligt er aan elke oplossing voor een ingewikkelde zaak een overzichtelijk en duidelijk besluit ten grondslag. In Nederland, bijvoorbeeld, kennen we zeer ingewikkelde procedures voor infrastructurele projecten. Door de rechten van immateriële belanghebbenden (de maatschappelijke organisaties) te beperken, kunnen de procedures worden vereenvoudigd. Een besluitloze orde is geen orde. Het huidige kabinet wordt terecht besluitloosheid verweten, waardoor de Eerste Kamer niks te doen heeft.

Wanneer politici niet bereid zijn om op een populistische wijze aan het volk uit te leggen wat ze van plan zijn, worden ze de facto als onbetrouwbare politici gezien. Want ingewikkelde gebureaucratiseerde taal verhult meestal de waarheid. Hoe zouden de burgers kunnen stemmen als de politici geen duidelijkheid willen verschaffen omtrent hun plannen en de gevolgen ervan? In een democratische rechtsorde gaat het er uiteindelijk om de burgers, althans een meerderheid ervan, te overtuigen van de juistheid en het nut van een beslissing. In essentie zijn de democratische politici populisten die met elkaar telkens de strijd moeten aangaan om het mandaat van het volk. Jan Marijnissen is bijvoorbeeld ook een groot en succesvol populist. Dat gold ook voor Wiegel of Bolkestein. Wie in het geheel geen populistische uitspraken wil doen, veracht kennelijk de burger.

Een reële en gezonde vorm van populisme hoort tot de essentie van politiek. We moeten dus niet tegen alle vormen van popularisering van politiek zijn. Eigenlijk moeten we elke keer een populistische uitspraak als volgt toetsen: is de uitspraak, gezuiverd van zijn retorische vorm, uitvoerbaar? En biedt deze een reële oplossing? Je kunt bijvoorbeeld de Koran niet verbieden zonder de constitutie grondig te verbouwen. Niet alle uitvoerbare besluiten bieden een reële oplossing voor reële problemen. De integratie van minderheden is niet alleen een kwestie van geld. Je kunt drie miljard euro uitgeven aan verpauperde wijken, maar daarmee wordt de integratieproblematiek niet opgelost. Hoe gaan burgers denken als over drie jaar – ondanks deze populistische maatregel ten aanzien van krachtwijken, prachtwijken, probleemwijken, Vogelaarwijken, kortom de wijken – nog steeds de integratieproblematiek niet is opgelost? De populist Vogelaar wekt een verwachting bij de burgers, die zij met dit beleid nooit en te nimmer kan waarmaken.

Ook mogen we niet uit het oog verliezen dat, wanneer een oplossing uitvoerbaar en effectief is, de effecten misschien toch nadelig kunnen zijn voor toekomstige generaties. Populist of geen populist, elke politicus moet ook denken aan de toekomstige generaties. De politieke continuïteit in elke besluitvorming is een waarborg voor de toekomstige politieke stabiliteit. De besluiten van nu kunnen morgen door de toekomstige generatie als een grondige aantasting van het karakter van de samenleving worden gezien. Een verregaande islamisering van de samenleving zou bijvoorbeeld tot een aantasting van het gemeenschappelijke karakter ervan leiden. Omgekeerd zou de onnodige schending van de godsdienstvrijheid eveneens tot de aantasting van het basiskarakter van onze samenleving leiden. In beide gevallen zullen we dan de toekomstige generaties opzadelen met het vraagstuk van rechtsvrede.

Alle succesvolle politici waren en zijn populisten, maar tijdens de politieke strijd moet naar voren komen of hun populisme uitvoerbaar en constructief is. Drie politici behoren nu tot de meest succesvolle populisten van deze tijd: Marijnissen, Wilders en Verdonk. Sommige vinden het ene populisme (van Marijnissen) goed maar het andere (Wilders) slecht. Dit subjectieve oordeel verraadt de intentie van de waarnemers: wie immers Marijnissen goed vindt, heeft sympathie voor het linkse populisme.

Wil men een bindende uitspraak doen over het populisme, dan moet men juist afstand nemen van zijn eigen voorkeur om vervolgens op een inhoudelijke manier aan te tonen waarom het ene wel en het andere niet beter is. Daarmee ontkracht men niet het populisme als een politiek principe. Een populist die zijn politieke voornemens niet kan objectiveren, zal zich alleen kunnen redden doordat het establishment cynisme en wantrouwen bij de burgers heeft gekweekt. In dit geval is een machtswisseling, een wisseling van establishment, het beste antwoord op het slechte populisme. Tevergeefs hebben de burgers in 2002, onder leiding van Fortuyn, hiernaar gestreefd.

De mythos over het populistische allesomvattende gevaar verwaarloost telkens het wezen van het politieke maiestatem in populo: de volkssoevereiniteit.