De overheid hanteert het placeboprincipe tegen de gevoelens van onveiligheid

Invallen, jeugdbestrijding, camera's, fouilleren en dennengeur kalmeren burgers, ontdekt Maarten Huygen

In Rotterdam worden rond Kerstmis sommige buurten getrakteerd op een vleugje dennengeur. Met complimenten van de schoonmaakdienst die dit parfum door het water mengt. Dat is nog eens wat anders dan de walm van rotte eieren die soms uit de haven waait. Aan die stank zou ik de voorkeur geven, want ik word niet graag bij de neus genomen. Maar dat is toch de nieuwe richting van de bestuurskunde. Als bestuurders de omstandigheden niet beheersen, kunnen ze in ieder geval greep proberen te krijgen op de gevoelens daarover.

Bij de workshop ‘hoe gaan we om met veiligheidsgevoelens’ van het Landelijk Congres Bestuurskunde afgelopen woensdag in de Rotterdamse Doelen hoorde ik het dennengeurverhaal van de sceptische hoogleraar criminologie Henk van de Bunt. De schoonmakers hadden hem ook verteld dat ze in de tuinen en onder de ramen van de huizen spuiten, zodat de bewoners in ieder geval weten dat ze langs zijn geweest. Als ze werk willen besparen, zouden ze alleen de muren van de huizen hoeven nat spuiten, zodat het vuil op de straat vuil kan blijven liggen.

Arjen Littooij, Directeur Veiligheid bij de gemeente Rotterdam, verklapte ons zijn belangrijkste meetinstrument. Bij een derde misdaadcijfers mengt hij twee derde resultaten van onderzoek naar onveiligheidsgevoelens. Want het gaat er uiteindelijk om hoe de burgers alles zelf ervaren. „Feiten zijn geen feiten”, sprak Littooij, door ervaring wijs geworden. „Het gaat erom wat erachter ligt.” Hij heeft zijn lesje wel geleerd van de Rotterdamse politicus Fortuyn, die zes jaar geleden werd vermoord.

Tienduizenden Rotterdammers worden voortdurend thuis bevraagd of gebeld over veiligheid. Maar als ze hun eigen deelgemeente aan de telefoon willen, zijn ze allemaal aangewezen op de zelfde 0800-belcentrale van het grote stadhuis waar de verzoeken kunnen worden afgehouden. De ambtenaar die bij de burger in de buurt werkt, verschuilt zich achter een geheim nummer. Het blijft eenrichtingsverkeer van ‘bel ons niet, wij bellen u’.

Maar het schijnt fantastisch te werken. De tevredenheid van de burgers over de veiligheid stijgt, van 68 naar 80 procent sinds het Fortuynjaar 2002. Dat zijn bijna communistische meerderheden. Volgens de peilingen van gevoelens staan ook grote meerderheden Rotterdammers achter cameratoezicht, preventief fouilleren, openbaarvervoerverboden, de mosquito met ultrahoog geluid om jeugd te verdrijven, gebiedsontzeggingen, winkelverboden en multidisciplinaire interventieteams die 25000 invallen per jaar doen, pardon, bezoeken brengen aan huizen waar het niet pluis is. Het stadsbestuur zoekt de grenzen op en gaat er soms overheen.

Dat terwijl volgens objectieve maatstaven de maatregelen vaak niet helpen. Preventief fouilleren schijnt de burgers te kalmeren maar er worden weinig wapens bij gevonden, terwijl het wel veel tijd en energie vergt van de politie. Van der Bunt noemde een Britse stad waar na massaal cameratoezicht de misdaad steeg, terwijl de burgers zich veiliger voelden. Hij citeerde uit onderzoek van Gaby van der Veen dat liet zien dat onveiligheidsgevoelens weinig hebben te maken met reële onveiligheid. Littooij schudde het hoofd. De subjectieve gevoelscijfers volgen de objectieve, protesteerde hij. De beeldvorming is ook de werkelijkheid. Wetenschappelijk geleide democratie.

De ombudsman van Rotterdam heeft er veel werk aan. De mensen die de hardste klappen krijgen, zijn niet de sterkste. Dat is een voordeel, want daar krijg je dan als overheid achteraf minder last mee. De zwakkeren zijn nu eenmaal uit de mode. In zijn onlangs uitgekomen jaarverslag over 2007 geeft de ombudsman een klein college over de grondrechten van burgers, maar die vallen niet onder de bestuurskunde. Ook burgemeester Opstelten had in zijn toespraak van die ochtend nog trots de innovatieve veiligheidsaanpak van Rotterdam geroemd. „De enige die er een beetje een probleem mee heeft, is de ombudsman”, baste hij vaderlijk. „Nou, wij zijn het niet met hem eens.” Ook in de gemeenteraad wordt de ombudsman meestal weggehoond. Het buitenparlementaire Kamerlid Rita Verdonk krijgt namelijk gelijk: de klagers zijn slechts minderheden en de meerderheid is de baas.

Het hedendaagse bestuur gaat uit van het voorzorgsbeginsel, had prof. Gerard de Vries van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ’s morgens in een mooi historisch betoog uitgelegd. Dat betekent dat overheden ook moeten reageren op dreigingen die nog niet vaststaan. Dat werd duidelijk geformuleerd in de verklaring van Rio uit 1992 over de opwarming van de aarde. De „dreiging van ernstige, onomkeerbare schade” van mogelijke natuurrampen werd te groot geacht om te negeren. Rotterdam en veel andere gemeenten, in Nederland, in de VS en in Groot-Brittannië, gaan een stapje verder met het placeboprincipe. Ook als maatregelen niet effectief zijn, moeten ze worden genomen. Het gaat erom dat de mensen voelen dat het helpt.

Overal duiken risico’s op om bestuurskundig te beperken, ook hele grote. De risicosamenleving waar het congres over filosofeerde, is niets nieuws. Ook in de oudheid zijn hele beschavingen ten onder gegaan aan desastreus gedrag of ecologische rampen. In zijn boek Collapse: how societies choose to fail or succeed geeft Jared Diamond daar voorbeelden van. In die tijd waren er heilige rituelen om gevoelens van onveiligheid te bezweren.

Gelukkig hebben we nog de tastbare veiligheid van de dijken. Aan het slot van de dag noemde de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, Alexander Rinnooy Kan, het waterbeheer als een uniek Nederlands kennisspeerpunt dat kan worden geëxporteerd. Wat hij echter niet zei, is dat die kennis teloor gaat omdat te weinig Nederlanders waterbouw studeren. Bestuurkunde studeert gemakkelijker. Met mensen aansturen valt later goed te verdienen. De zaal zat vol gretige studenten. In de toekomst exporteren we dus niet de kennis over de veiligheid van de dijk, maar over de gevoelens van veiligheid achter de dijk. Daar kunnen ze in Bangladesh en in Birma hun voordeel mee doen.

Reacties: www.nrc.nl/huygen