De onmetelijke ruimte van het Grand Palais zit in je hoofd

In het Grand Palais opende deze week een expositie van monumentale beelden van Richard Serra. Het publiek ziet liever de jurken, beeltenissen en meubeltjes van Marie Antoinette.

Voor een kathedraal van de kunst heeft het Grand Palais een opmerkelijke handicap: de ruimte zit de kunst in de weg.

Het middenschip is te hoog. Vierentwintig meters reiken tot aan het glazen dak. Het geheel is te groot, te leeg. Blootshoofds verzuipen kunstwerken in het Grand Palais. De werken van Courbet moesten eerder dit jaar achter schotten verborgen worden.

Om de ruimte te lijf te gaan, werd vorig jaar het project Monumenta opgezet: elk jaar krijgt een kunstenaar de vrije hand om in zijn eentje het Grand Palais te temmen. Vorig jaar slaagde Anselm Kiefer met zijn vertrouwde grootse panelen. Sinds deze week is, tot vijftien juni, de beeldhouwer Richard Serra (68) aan de beurt.

Ook Serra heeft gekozen voor zijn vertrouwde aanpak: staalfabriek gebeld, vrachtwagens besteld, hijskraan geïnstalleerd en sjorren maar. Het resultaat is een rij van vijf staalplaten van elk zeventien meter hoog, 75 ton elk.

Imposant, misschien. Je kunt ze evengoed elegant noemen, vanzelfsprekend, op maat gesneden voor het Grand Palais.

Veelzeggend zijn de reacties van het publiek, bij binnenkomst. Even kijken de mensen verloren rond, op zoek naar hechting en oriëntatie. Die vinden ze snel: Serra heeft het Grand Palais inderdaad getemd. Met een werk en zonder kartonnen hulpstukken. De mensen worden rustig, alles staat op zijn plaats. Ze gaan de audiogids halen.

Maar dan, wat moet je dan? Ruimte veroverd, boodschap ontvangen. Heb je niet alles al gezien?

De bezoekers gaan lopen, ver naar rechts, naar het ‘ begin’ (of einde), of naar het midden. In rondjes of rechtdoor. Je moet een beetje experimenteren. Mensen gaan op de grond liggen om beter naar boven te kijken.

Als je het even niet weet, staan er ‘mediators’ klaar om je op weg te helpen. Ze laten je meditatief inademen, gezicht naar de plaat. Rennen in groepjes, armen wijd.

Sommigen raken in de war. We zijn nog geen drie minuten binnen of een Oost-Europeaan wil onze telefoon lenen. Hij is zijn vriendin kwijt. Hier? In deze dunbevolkte, overzichtelijk geordende hal? Hij rent nog eens een rondje tussen de staalkolossen. Toch maar bellen. Ze zit in het belendende auditorium, waar Serra vanavond een lezing geeft.

Serra zal daar vertellen dat hij het onderscheid tussen niets en iets heeft opgelost, zoals de Japanners. De ruimte zit in het Grand Palais, maar ook in je hoofd, in je lichaam. Je moet structuur geven.

Er zijn weinig bezoekers bij deze tentoonstelling, vanmiddag. Blijkbaar geeft het publiek de voorkeur aan een andere expositie in een ander deel van het Grand Palais, gewijd aan Marie-Antoinette, de echtgenote van koning Lodewijk XVI.

Marie-Antoinette, in 1793 tijdens de Franse Revolutie onthoofd, spreekt nog altijd tot de verbeelding. Twee jaar geleden maakte Sofia Coppola per film een twintigste-eeuws pubermeisje van haar. En nu is er de expositie Marie-Antoinette van Pierre Arizzoli-Clémentel, directeur van het museum in Versailles. Hij presenteert de dochter uit de Habsburgse keizerlijke familie, geboren in 1755, weer als ‘historisch personage’.

De manier waarop wordt geprezen. Met dank aan scenograaf Robert Carssen klonteren de schilderijen, meubels, serviesgoed en theaterattributen waartussen Marie-Antoinette in Versailles leefde nu in het Grand Palais samen tot een strakke compositie.

Een leven als een opera, meldt het eerste toelichtende plakkaat, en zo verloopt de tentoonstelling. Eerst de statige bewijzen van haar aanvankelijke populariteit. Portretten, de tafelschikking van haar schitterende huwelijk met de Franse kroonprins in 1770.

De kunsten dan, waaraan zij de ruimte gaf. De goudbestikte praal van een fauteuil, haar harp, het manuscript van Orpheus en Euridice dat Gluck haar aanbood. En het theaterdecor van Marie-Antoinettes eigen gezelschap, nu geruisloos opgenomen in het coulissendecor van Carssen. Kartonnen hulpstukken helpen om het kleine te omlijsten in een lang niet grote ruimte.

Hier is het wel druk, en hoe. Wie Marie-Antoinettes leven als opera wil volgen, moet in de rij staan en over schouders gluren voor bijna elke vitrine.

Het derde ‘deel’ van Marie-Antoinettes levensexpositie is beneden en leidt de val in van de Franse monarchie en van Marie-Antoinette. Er hangt een halsketting, zo duur dat de koningin de schuld kreeg van alle Franse noden. Ze werd Mme Déficit, Mevrouw Begrotingstekort. We verlaten haar via een schemerzaal met links het neergangsverhaal, rechts tekeningen van haar gevangenschap. De eenheid tussen vorm en inhoud is perfect, net als bij Serra één deur verder. Maar er is geen ruimte. Niet in de zaal, niet in de hoofden. Hier zijn ze, de bezoekers.