De eerste vluchtelingen keren terug

De eerste ontheemden in Kenia keren huiswaarts. Maar de dieperliggende oorzaken van het recente conflict blijven onopgelost. ‘De politieke elite doet alsof alles weer normaal is.’

Angstig zijn de eerste honderden Keniaanse ontheemden deze week naar hun huizen teruggekeerd. Ruim een half miljoen Kenianen waren eerder dit jaar uit hun woongebieden verdreven bij de geweldsexplosie die volgde op de omstreden presidentsverkiezingen, eind december. De rust in Kenia lijkt goeddeels teruggekeerd sinds de vorming van een coalitieregering vorige maand, maar de oorzaken van het geweld blijven onopgelost. „We werden koel ontvangen door onze buren. We voelen ons onveilig, ondanks de aanwezigheid van extra ordetroepen”, klaagde een ontheemde boer na het begin van operatie Rudi Nyumbani (Keer terug naar huis).

President Mwai Kibaki en zijn ex-rivaal, huidig premier Raila Odinga, maakten eind vorige maand een verzoeningstour in gebieden waar het geweld het hevigst was. Ze riepen de angstige ontheemden op naar huis te gaan. „Als ik en Raila samenwerken waarom isoleren jullie jezelf dan in plaats van dat we allen samen dezelfde richting uitlopen?” hield de president de vluchtelingen voor. Een deel van de menigte liep boos weg en een man reageerde: „We willen geen vee zijn op weg naar het slachthuis.” En een vrouw: „Mijn buurman schoot in januari met pijlen op me, stak mijn woning in brand en stal mijn vee. Hoe kan ik naast hem leven, terwijl hij mijn koeien melkt?”

De regering wil de opvangkampen snel sluiten, hoewel de tribale animositeit nog groot is. Ontheemden die eerder op eigen initiatief teruggingen, werden aangevallen. Bij het postelectorale geweld kwamen zeker 1.500 mensen om, de economie liep een geschatte 1,5 miljard dollar schade op.

Vooral stamleden van de Kikuyu, de tribale groep van president Kibaki, werden doelwit van verdrijvingen door de Kalenjin in de provincie Rift Valley. Enkele Kalenjin-parlementsleden van Raila Odinga’s partij hadden zich tijdens hun verkiezingscampagnes uitgesproken voor ‘verdrijving van buitenlanders’, een verwijzing naar de Kikuyu’s die zich de afgelopen honderd jaar in Rift Valley vestigden. Hoe groot het verzet tegen de Kikuyu’s in de provincie nog is, bleek vorige week toen deze parlementariërs opriepen om de overheidscampagne voor terugkeer van verjaagde mensen naar hun huizen te stoppen tot enkele eisen zijn ingewilligd, zoals amnestie voor de aanvallers.

De Keniaanse grondwet geeft iedere inwoner het recht zich waar dan ook in het land te vestigen. De Kalenjins, oorspronkelijke bewoners van de Rift Valley, begonnen na de verkiezingen de Kikuyu’s te verdrijven omdat ze volgens hen niet op de juiste partij hadden gestemd maar op die van Kibaki. Het geweld kreeg een tribale ondertoon toen de furie van de Kalenjins zich ging richten op de Kikuyu-immigranten wegens hun vermeende voorkeurspositie in het patronagesysteem van de overheid. De Kikuyu’s zouden volgens de Kalenjin-aanvallers hun akkers onrechtmatig hebben verkregen.

Kibaki en Odinga hebben beloofd dat hun nieuwe kabinet het grondbezit zal hervormen. Het heeft er alle schijn van dat de overheid vooral bezorgd is over de economische gevolgen van de verdrijvingen: de voedselproductie in de graanschuur Rift Valley liep met eenderde terug als gevolg van de volksverhuizingen. Mede daarom heeft Kenia dit jaar voor 1,2 miljoen mensen voedselhulp nodig.

Een andere belangrijke factor van het geweld betrof de gigantische kloof tussen arm en rijk in Kenia, zichtbaar in het contrast tussen de riante villawijken en de hopeloze sloppenwijken. Ten minste vier miljoen van de ruim dertig miljoen Kenianen wonen in krottenwijken. In en rond de sloppenwijken van de hoofdstad Nairobi bivakkeren bovendien nog steeds duizenden ontheemden. De brede groene zones, scheidslijnen tussen Kikuyu’s en andere inwoners, zijn opgeheven maar de duizenden afgebrande krotten en huizen nog niet herbouwd.

„De politieke elite doet alsof alles weer normaal is”, zegt een bewoner van de krottenwijk Mathare Valley, „maar door de verdubbelde voedselprijzen is ons leven onmogelijk geworden. Dit gaat tot een nieuwe geweldsexplosie leiden. De eerste de beste mogelijkheid om te gaan plunderen grijpen we aan”.

De regering doet het voorkomen alsof er geen reden meer bestaat voor onvrede nu er een coalitieregering van 92 ministers en onderministers is gevormd. Maar de grote coalitie lijkt een herhaling van alle voorgaande regimes, de regeringen van president Kenyatta (1963-1978), Moi (1978-2002) en Kibaki na 2002.

Commentator Macharia Gaitho noemt de coalitie een verbond van dieven met als lijfspreuk ‘laten we samen roven’. „De helft van de ministers is afkomstig van de partijen van Kibaki en Raila en zijn bekende dieven, plunderaars en etnische krijgsheren”, schrijft hij. „Voor de politieke klasse betekent een terugkeer naar normaliteit niet het terugbrengen van een balans in de samenleving, maar het scheppen van mogelijkheden voor officiële verkrachting, beroving en plundering. Is dit het kabinet dat corruptie moet bestrijden en hervormingen doorvoeren?”

Achtergronden van het conflict in Kenia op nrc.nl/kenia