Creatief met DNA

Jonge bèta-onderzoekers voor de klas laten scholieren ruiken aan wetenschap – en proeven zelf het lesgeven. Martine Zuidweg

De Albert Heijn-tas waarmee Maaike de Jong uit de trein stapt, heeft een wel heel ongebruikelijke inhoud. Vijf bontgekleurde rekjes om reactievaatjes in te doen, een stel plastic mini-reageerbuisjes en een doos van piepschuim gevuld met ijsblokjes. De Jong is onderzoeker bij ‘celbiologie van de plant’ aan de Radboud Universiteit (RU) in Nijmegen. Elke woensdagmorgen neemt ze de trein naar Oss om practica te geven over biotechnologie aan een dozijn 4-vwo-scholieren van het Maaslandcollege.

De RU zet jonge bètawetenschappers in op scholen in de regio om hen te laten kennismaken met het werk van docent op een middelbare school. En om de scholieren te laten ruiken aan bètaonderzoek. Het project, waaraan ongeveer 25 jonge onderzoekers deelnemen, draait sinds september met subsidie van het Platform Beta/techniek. Bij succes krijgt het vierjarige project wellicht een vervolg.

De Jong heeft wat met onderwijs geven. Na haar biologiestudie twijfelde ze tussen onderzoek doen en de lerarenopleiding. De practica op het Maaslandcollege zijn voor haar een mooie gelegenheid om eens te kijken hoe dat is: onderwijs geven aan scholieren. Al geeft dat ene dagdeel dat ze wekelijks voor de klas staat niet echt een reëel beeld, beseft ze. “Ik mag grotendeels zelf bepalen wat ik doe in de les. Ik hoef me niet te houden aan exameneisen, ik heb geen vergaderingen. Een normale docent heeft meer verantwoordelijkheden.”

Voor haar promotieonderzoek werkt De Jong aan gemodificeerde tomatenplanten. “Ik manipuleer een gen en kijk hoe het plantje dan uitgroeit.” Het duurt driekwart jaar voor zo’n plantje is uitgegroeid. De tijd dat ze voor de klas staat, kan ze compenseren door een verlenging van haar aanstelling bij de universiteit. Omdat de planten er zo lang over doen, is die extra tijd mooi meegenomen.

Aan de muur van het biologielokaal in Oss hangt een levensgrote poster van een skelet. Een opgezette reiger torent boven het bord uit. Maar Tessa Averink (15) en Roja Karimi (16) hebben er geen oog voor. Ze turen ingespannen naar het uiteinde van een pipet. Roja probeert een enzym te pakken dat in een DNA-oplossing moet. Tessa slaat haar nauwkeurig gade, terwijl Roja iets in het plastic reageerbuisje doet. “Zeg, zit er nou wel wat in?”, vraagt Tessa, waarop de twee scholieren zich over het reageerbuisje buigen.

Even verderop zit Amy van den Hogen (16). Net als haar klasgenoten heeft ze het profiel natuur en gezondheid. Ze wil geneeskunde gaan studeren als ze klaar is met school. De practica van De Jong vindt ze erg waardevol. “Het is meer praktijk dan we gewend zijn. In een normale les krijgen we veel uitleg, veel theorie, ook over DNA. Maar nu zie je ook echt wat je met DNA kunt doen”

De doos van piepschuim staat inmiddels op tafel voor het bord. Met tussen het ijs reageerbuisjes met DNA-oplossingen. In de vorige les hebben de leerlingen DNA geïsoleerd uit een blad van een tomatenplant. De Jong had de plant meegenomen uit haar Nijmeegse lab.

Het heeft z’n voordelen, een onderzoeker voor de klas. De Jong kan makkelijk aan de spullen komen die nodig zijn om DNA-onderzoek te doen. “Wij hebben op zich best veel apparatuur hier op school”, zegt docent Henk Koster van het Maaslandcollege. “Maar aan bepaalde materialen kunnen wij niet komen, terwijl je die wel nodig hebt voor dit soort practica.”

Zo bestaat de laatste stap van de in totaal negen practica van De Jong uit het zichtbaar maken van DNA. Dat heeft Koster zelf ook weleens geprobeerd, maar tevergeefs. “Op de universiteit gebruiken ze voor het zichtbaar maken een stofje dat kankerverwekkend is. Wij mogen daar hier op school niet mee werken.” De Jong zal met de leerlingen de DNA-oplossing op een gel zetten. Maar het echte zichtbaar maken, doet ze op de universiteit. De leerlingen krijgen dan een foto van ‘hun’ stukje DNA.

In een ruimte naast het biologielokaal staat een PCR-apparaat, oftewel een DNA-kopieermachine. PCR betekent polymerase chain reaction, polymerase-kettingreactie: een reactie waarmee stukjes DNA kunnen worden vermenigvuldigd. Het formaat van de machine is wel wat uit de tijd. De huidige PCR-apparaten zijn een stuk kleiner, vertelt Maaike de Jong aan Tessa en Roja. De twee leerlingen hebben hun oplossing inmiddels af. Het enzym dat ze erbij hebben gespoten, zorgt ervoor dat het DNA miljarden keren kan worden gekopieerd.

Na afloop van het practicum stopt De Jong de reageerbuisjes een voor een in het apparaat. De bontgekleurde rekjes en de doos van piepschuim verdwijnen weer in de Albert Heijn-tas. Ze heeft het warm gekregen, haar vest gaat uit.

En? Hoe is het om voor de klas te staan?

De Jong denkt even na. “Ik vind het contact met de leerlingen erg leuk. Ze zijn heel spontaan en enthousiast en ik vind het heel leuk om mijn vak over te dragen. Maar ja, onderzoek doen is ook heel leuk. Vooral het zelf opzetten en uitvoeren van experimenten.” Lachend: “Ik ben dus nog niet over de streep.”