Banale keuze tussen Fiat en Kosovo

De Zastava-autofabriek was de trots van het voormalige Joegoslavië. Fiat maakt een geplande investering in de fabriek afhankelijk van de uitslag van de Servische verkiezingen van morgen.

KRAGUJEVAC, 10 MEI. - ‘Benvenuti a casa’ – ‘Welkom thuis’- staat op spandoeken in de Servische stad Kragujevac. Ze zijn bedoeld voor het management van de Italiaanse autofabrikant Fiat dat de stad bezoekt. Begin jaren negentig, bij het uitbreken van de Joegoslavische oorlogen, trok Fiat zich terug uit de samenwerking met de ‘Yugo Zastava’-autofabriek, de trots van Kragujevac en decennia lang hét symbool van de socialistische Balkanfederatie.

De 156 jaar geleden opgerichte fabriek werd onder Tito omgedoopt in Crvena Zastava (Rode Vlag). Voor veel Joegoslaven begon op hun achttiende het gemotoriseerde leven met een ‘Fica’, het koosnaampje voor de in Fiat-licentie geproduceerde Zastava 750.

Door de economische sancties, waar Servië tijdens de oorlogen door werd getroffen, kwam de productie in Kragujevac deels stil te liggen. Het fabrieksterrein, waar ook kleine wapens werden geproduceerd, was doelwit tijdens het NAVO-bombardement in 1999 waarmee de greep van het regime van Slobodan Milosevic op Kosovo werd gebroken. Zastava-gebouwen werden door bommen vernield. Onder het Zastava-personeel, dat een menselijk schild vormde, vielen 124 gewonden.

Maar na jaren van stagnatie en verpaupering is er hoop in de ‘armoedevallei’, zoals de regio rond Kragujevac wordt genoemd. Aan de vooravond van de Servische parlements- en gemeenteraadsverkiezingen (morgen) ondertekenden Fiat en Zastava een intentieverklaring tot nauwe samenwerking. „Dit is dé kans om ons van het verleden te bevrijden”, zegt Snezana Andjelkovic, Zastava-woordvoerster. „De productie van 220.000 auto’s per jaar viel na 1999 terug tot 10.000. Tienduizenden mensen verloren hun baan. Fiat wil de productie opschroeven naar zeker 300.000 auto’s.”

Andjelkovic wijst op het fabrieksterrein naar hopen puin die er nog liggen. „Daar stond de computerafdeling die door NAVO-bommen werd verwoest.” In de assemblagehal hangen aan de band nieuwe auto’s van het type Zastava 10, het eerste resultaat van de hernieuwde samenwerking met de Italianen. „De Zastava 10 is een volledige kopie van de Fiat Punto,” zegt Andjelkovic. Ze hoopt dat de intentieverklaring resulteert in een bindende overeenkomst met Fiat, gepland in juni. „Fiat wordt dan voor 70 procent eigenaar, de Servische staat houdt het restant. En Fiat gaat 700 miljoen euro investeren in de modernisering van de fabriek.”

De Fiat-deal speelt een grote rol in de verkiezingsstrijd die wordt gedomineerd door de Servische radicale partij SRS van Tomislav Nikolic en het democratische blok van president Boris Tadic. De radicalen voeren campagne tégen toenadering tot de Europese Unie die de, in hun ogen ‘illegale’, onafhankelijkheid van Kosovo steunt. Dat Tadic eind april met de EU een Stabilisatie- en Associatieakkoord (SAA) ondertekende met Brussel, beschouwen ze als ‘landverraad’. Een SAA, zeggen de radicalen, betekent dat Servië zich indirect neerlegt bij het verlies van „onze provincie Kosovo”.

De democraten, die een pro- EU-koers volgen, vieren de komst van Fiat als hun overwinning en gebruiken het in de campagne om aan te tonen dat Servië niet zonder het Westen kan. Tadic heeft zich persoonlijk ingezet om de Italianen te overtuigen van het nut van de investeringen.

Op zijn kantoor in Kragujevac plaatst Dragan Planic, lokaal afgevaardigde namens Tadic’ democratische partij DS, kanttekeningen bij de feestvreugde. „Voordat Fiat volledig over de brug komt wil het bedrijf eerst weten wie in Servië de baas wordt. Als Nikolic de macht naar zich toe trekt doet Europa zaken met een man die samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal wil beëindigen. Dan is een SAA, die door parlementen in Europese lidstaten nog moet worden geratificeerd, van de baan en blijven de Italianen weg.” Voor Fiat is de SAA van belang omdat het akkoord onder meer exportheffingen wegneemt, waardoor productie en uitvoer vanuit Servië naar de EU-markt aantrekkelijk wordt.

„Ik vrees dat dat hele Fiat-gedoe een goedkope campagnetruc van de democraten is,” zegt student Vuk Milanovic die tegenover de orthodoxe kerk met vrienden folders van de radicale SRS uitdeelt. „Jarenlang deed het democratische gemeentebestuur hier niets aan Zastava. En nu, vlak voor de verkiezingen, kan het ineens? Ik geloof er niet in.”

Vechten voor Fiat of voor Kosovo – hij geeft toe dat de verkiezingen zijn teruggebracht tot „dit banale niveau”. Milanovic: „Natuurlijk zijn wij ook voor de opbloei van Zastava. Maar afspraken maken met Europa dat in het geval van Kosovo de internationale rechtspraak aan zijn laars lapt, dat heeft geen zin.” Hij ging onlangs op cursus Russisch. „Ik wil de taal leren van Serviës enige trouwe bondgenoot. Rusland is een stabiele wereldmacht die ons steunt in de strijd om Kosovo.”

Zastava-woordvoerster Snezana Andjelkovic gaat ook op cursus, maar dan Italiaans. Aan buitenlandse gasten stelt ze zich steevast voor als snow white’, ofwel sneeuwwitje, de vertaling van haar voornaam. „Hoe het in het Italiaans moet weet ik nog niet.”

Het liefst zou Andjelkovic „SRS-jongens als Vuk” moederlijk willen toespreken. „Ze begrijpen kennelijk niet dat ze de toekomst de rug toekeren. Het pijnlijkste van alles is dat hun leider, Nikolic, hier in Kragujevac is geboren. Als Nikolic premier wordt, en als gevolg daarvan Fiat zich terugtrekt, dan is het een zoon van Kragujevac die Kragujevac weer op slot doet.”

Nieuws uit Servië op nrc.nl/buitenland