Zoveel heeft ’68 niet veranderd

De generatie van ‘68? Narcisten met een rode vlag, vindt Timothy Garton Ash. De revolutie van ’89 heeft veel grotere en blijvendere veranderingen gebracht.

Tijdens de ‘Fluwelen Revolutie’ van 1989 zag ik in Praag een affiche waarop de cijfers van ‘68’ zo waren gedraaid dat er ‘89’ stond. 1968 en 1989 – een verhaal van twee revoluties, of althans twee golven van wat velen toentertijd een ‘revolutie’ noemden. Welke van de twee zal uiteindelijk het meest herdacht worden? En welke heeft ten slotte de meeste veranderingen teweeggebracht?

Wat herdenkingen betreft zal 1968 moeilijk te kloppen zijn. Alleen al in Frankrijk zijn meer dan honderd boeken geteld over de revolutionaire gebeurtenissen van mei 1968. In Duitsland hebben de intellectuelen hun eigen bierfeest gehad. Warschau en Praag hebben teruggeblikt op de zoetzure, tweeslachtige herinnering aan hun lentes, en in Groot-Brittannië verscheen een herdenkingsnummer van het leidende intellectuele tijdschrift Prospect.

De oorzaken van deze orgie van publicaties liggen voor de hand. In heel Europa is altijd al veel geschreven over de generatie van 68’ers – waarschijnlijk is alleen meer aandacht besteed aan wat je de 39’ers zou kunnen noemen, mensen die op jeugdige leeftijd van de Tweede Wereldoorlog hebben ondergaan. De studenten van 1968 bekleden nu in de meeste Europese landen een centrale plaats in de productie van cultuurgoed. U dacht toch niet dat zij de kans om over hun jonge jaren te praten, voorbij lieten gaan? „Ik, niet belangrijk? U maakt een grapje.’’

Een vergelijkbare groep 89’ers bestaat niet. De kopstukken van dat verbluffende jaar waren anders – meer verschillend en, zou je kunnen zeggen, meer sérieux. Door de wol geverfde dissidenten, apparatsjiks, kerkelijke leiders, arbeiders (mannen en vrouwen) van middelbare leeftijd die geduldig de straten vulden en duidelijk maakten dat het nu wel mooi geweest was. Hier en daar speelden studenten een rol, niet het minst in Praag, waar een studentendemonstratie de aanzet gaf tot de Fluwelen Revolutie. Nu, twintig jaar later, bekleden enkelen van hen belangrijke posities in het openbare leven. Maar de leiders van 1989 waren doorgaans ouder, en velen van hen waren in feite 68’ers. Zelfs de ‘helden van de aftocht’ rond Michail Gorbatsjov in de Sovjet-Unie waren gevormd door herinneringen aan 1968.

Herinneringen uit onze jonge jaren laten doorgaans de diepste indruk achter. De dageraad als twintigjarige met een meisje of jongen aan je arm zal misschien schone schijn blijken; die op je vijftigste zal misschien de wereld voorgoed veranderen; maar de herinnering, die bedriegster, zal de eerste altijd voortrekken. Daar komt bij dat terwijl 1968 zich zowel in Oost- als in West-Europa heeft afgespeeld, in Parijs en in Praag, 1989 eigenlijk alleen in het oosten heeft plaatsgevonden, met de West-Europeanen als toeschouwers, niet als acteurs.

1989 heeft op politiek gebied veel meer teweeggebracht. De Warschause en Praagse lentes van 1968 zijn op nederlagen uitgelopen; de lentes in Parijs, Rome en Berlijn op een gedeeltelijk herstel van de oude orde, of slechts marginale veranderingen. De vermoedelijk grootste demonstratie in Parijs, die van 30 mei 1968, was een manifestatie van politiek rechts, dat vervolgens door de Franse kiezers weer voor tien jaar in het zadel is geholpen. In West-Duitsland heeft iets meer van de geest van 1968 een onderkomen gevonden in Willy Brandts reformistische sociaal-democratie. Overal is het kapitalisme blijven bestaan, heeft het zich aangepast en goed gedijd. 1989 daarentegen heeft een einde gemaakt aan het communisme in Europa, het Sovjet-imperium, de tweedeling van Duitsland en een ideologische en geopolitieke krachtmeting – de Koude Oorlog – die een halve eeuw lang de wereldpolitiek had beheerst. Geopolitiek gezien deed 1989 niet onder voor 1945 of 1914. Daarbij vergeleken was 1968 een molshoop.

Achteraf doet een groot deel van de marxistische, trotskistische, maoïstische of anarcho-liberationistische retoriek van 1968 lachwekkend, kinderlijk en moreel onverantwoordelijk aan. Het waren, in de woorden van George Orwell, mensen die met vuur speelden zonder zelfs maar te weten dat vuur heet is. Onder verwijzing naar het aanbreken van een „cultureel-revolutionair overgangstijdperk’’ – waarmee de wrede, levensverwoestende culturele revolutie van voorzitter Mao aan Europa ten voorbeeld werd gesteld – en met een omschrijving van de Vietcong als de „revolutionaire bevrijdingskrachten’’ tegen het Amerikaanse imperialisme hield Rudi Dutschke het Vietnamcongres in West-Berlijn voor dat deze bevrijdende waarheden waren ontdekt door „de specifieke productieverhoudingen van de producerende studenten’’. Zeg maar: producenten van lariekoek. Aan de London School of Economics klonk het spreekkoor: ,,Wat wij willen? Alles. Wanneer? Nu.’’ Narcissus met een rode vlag.

De mensen die in 1968 een deel van de generatie van hun ouders –-de 39’ers – zo streng veroordeelden om hun fellow-travellerschap met de verschrikkingen van het fascisme en het stalinisme, zouden misschien bij déze herdenking een beetje rekenschap kunnen afleggen van hun eigen luchthartige fellow-travellerschap met terreur in verre landen waar zij weinig van wisten. Daarbij moeten we wel bedenken dat vele prominenten van de generatie van 1968 later van hun dwalingen en frivoliteiten hebben geleerd. In het beste geval hebben zij zich later gewijd aan serieuzere politiek van liberale, sociaal-democratische of, zoals de Poolse 68’er Adam Michnik het noemde, ,,nieuw-evolutionistische’’ groene snit. Ook hebben zij zich ingezet voor de bevordering van de rechten van de mens en de democatie in verre landen waarover zij meer wisten op te steken.

Het is daarom al te simplistisch om ’68 te omschrijven als frivool, vluchtig en zonder grote gevolgen, en daar ’89 tegenover te zetten als serieus en belangrijk. Daniel Cohn-Bendit, dat symbool van de oude 68’er, zei het al: „We hebben cultureel en sociaal gewonnen, maar gelukkig politiek verloren.” 1989 leverde met verbijsterend weinig geweld, structuurveranderingen op in de binnenlandse en buitenlandse politiek en economie die de wereld hebben getransformeerd. Cultureel en sociaal leek het meer op een restauratie, of op zijn minst, het nadoen of namaken van westerse consumptiemaatschappijen. Een vergelijkbare transformatie heeft 1968 niet opgeleverd, maar het was katalysator voor vergaande culturele en sociale veranderingen, zowel in Oost- als in West-Europa. (‘1968’ staat hier eigenlijk voor het veel bredere ‘jaren zestig’, waarbij de verspreiding van de pil veel belangrijker was dan alle demonstraties en barricades.)

Zulke veranderingen zijn nooit alleen maar goed, en we zien nu een aantal negatieve effecten. Maar al met al was het een stap vooruit in de emancipatie van de mens. De kansen voor vrouwen, homoseksuelen, mensen uit een minderheid of een sociale klasse die voorheen werden afgeremd door stoffige hiërarchische verhoudingen, zijn veel groter dan vóór 1968.

Hoe groot de verschillen ook zijn, samen hebben het utopische ‘68 en het anti-utopische ’89 bijna overal in Europa en de wereld een in sociaal en cultureel opzicht liberale en politiek gezien sociaal-democratische versie gebracht van een wereldwijd kapitalisme. En juist in dit herdenkingsjaar van ’68 zijn er problemen in de machinekamer van dat kapitalisme. Als de problemen volgend jaar nu eens groter worden, net op tijd voor de verjaardag van ’89?

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies in Oxford.