Zou je kunnen keuvelen met een middeleeuwer?

„Tot hoever terug in de tijd zou je kunnen communiceren met modern Nederlands?”, vraagt Martin Rep uit Nijmegen. Keuvelen met een middeleeuwer bijvoorbeeld, zou dat mogelijk zijn? Rep: „En dan niet zeggen ‘best wel shit, die fokking Renaissance’. Maar gewoon praten over het weer, je stoelgang, een lekker biertje.”

Het is gissen, volgens Joop van der Horst, hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Er zijn wel teksten overgeleverd, maar hoe mensen die uitspraken is niet zeker.

Tot in de zeventiende eeuw zou een gesprekje nog wel gaan, maar in de Middeleeuwen wordt het vrijwel onmogelijk, denkt Van der Horst. Het Middelnederlands werd sterk beïnvloed door het Vlaams, legt hij uit. „De gemiddelde West-Vlaming van vandaag zou dus veel verder terug kunnen praten. Als hij dialect spreekt, tenminste.”

,,Het oud-Nederlands, van vóór de Middeleeuwen, was echt een compleet andere taal”, vult Gertjan Postma, senior onderzoeker diachrone taalvariatie aan het Meertens Instituut, aan. „Maar als bekend bent met dialecten, kun je de dialecten die in de Middeleeuwen werden gesproken wel volgen.” Net zo voerde Postma ooit zonder veel moeite een gesprek met een collega uit Zuid-Afrika en die sprak Afrikaans, afgeleid van het zeventiende eeuwse Nederlands. Het is even wennen, maar dan gaat het best, wil hij maar zeggen.

Een nationale taal begon zich pas in de zestiende en zeventiende eeuw te vormen met de komst van de Republiek. In die tijd bestonden bijvoorbeeld constructies als ‘Ik en weet het niet’. Ook werden ‘ja’ en ‘nee’ samengetrokken met andere woorden, zoals ‘jaank’ voor ‘ja, ik...’. Postma: „Die vormen kom je ook nu nog tegen in Belgische dialecten.”

Afijn, met ‘goedendag, hoe maakt u het?’ zou je bij een middeleeuwer niet ver komen. „Zo zou ik ook niet beginnen”, zegt Van der Horst. „Een goedendag was een strijdwapen.”

Ewout Lamé

Beluister voordrachten van Middeleeuwse literatuur via nrcnext.nl/links