Zo ernstig word je nooit meer

James Kelman kroop een dik boek lang in de huid van een serieus jongetje uit de jaren vijftig, zestig. En het paradoxale is dat de Schotse schrijver zichzelf volledig onzichtbaar wist te maken.

James Kelman: Kieron Smith, Boy. Penguin, 432 blz. € 31,–

Kieron Smith is een jaar of elf en woont met zijn ouders en zijn oudere broer in Glasgow. Ze zijn protestants, dus zijn ze voor Glasgow Rangers. Je hebt ook katholieken, die gaan naar de mis en die zijn voor Celtic. Erg overzichtelijk, behalve dat Kieron zich soms zorgen maakt: is Kieron eigenlijk geen katholieke naam? Volgens sommige van zijn klasgenoten wel. Stel dat hij eigenlijk katholiek is, zonder dat hij het zelf weet?

Kieron is de hoofdpersoon van Kieron Smith, Boy, de nieuwe roman van de Schotse schrijver James Kelman, die in 1994 de Booker Prize won met zijn roman How Late It Was, How Late. Kelman is in 1946 in Glasgow geboren, maar hoewel Kieron Smith, Boy zich ergens eind jaren vijftig, begin jaren zestig afspeelt, wordt nergens de indruk gewekt dat het om een verhulde autobiografie gaat. Het boek kijkt niet terug naar het verleden. We lezen de belevenissen van Kieron, niet zijn herinneringen.

Die belevenissen zijn niet uitzonderlijk, maar voor Kieron zelf uiteraard van het grootste belang. Het gezin verhuist van de oude stad naar een nieuwbouwwijk, Kieron moet naar een nieuwe school, zijn grootvader sterft, er valt door zijn toedoen een vriendje uit een boom, hij heeft voortdurend ruzie met zijn oudere broer, zijn vader is regelmatig werkloos, een geleende fiets wordt gestolen – alle ingrediënten voor een vertederende en ontroerende roman over een slim en gevoelig jongentje lijken aanwezig.

Kierons belevenissen worden verteld door Kieron zelf, op een toon die perfect bij zijn leeftijd past. Kelman slaagt erin die toon het hele boek vol te houden. Van begin tot het eind hoor je Kieron; opgewonden, kinderlijk nors, gemaakt onverschillig, gelaten, maar altijd serieus. Vooral dat laatste maakt hem geloofwaardig: zo ernstig als in onze kindertijd zijn we later ten slotte nooit meer geweest.

Soms lijken Kierons zinnen op poëzie. ‘There were great smells at the river and big ships went down it, ocean-going. Ye heard the horn and ran to see them. Ye had to run fast so it would not be away.’ Maar ook dan wordt het nooit geaffecteerd, net zoals de grammaticale fouten die Kieron maakt, hem nooit aandoenlijk maken. Dat Kieron weigert vertederend te worden, komt ook omdat hij zich bij zijn monologen niet op een eventuele toehoorder richt. We mogen er getuige van zijn, maar onze aanwezigheid kan Kieron duidelijk niets schelen.

Deze afstandelijkheid wordt nog versterkt door het feit dat het boek bestaat uit ongenummerde paragrafen van zo’n vier, vijf pagina’s die door witregels van elkaar worden gescheiden. Een verdere indeling ontbreekt. Als je eenmaal bent ingestapt, kun je je alleen maar laten meevoeren door Kierons stem, die op den duur iets monotoons krijgt, ook door de vele herhalingen (zo blijft hij zich druk maken over zijn ‘katholieke’ naam en maakt hij voortdurend gebruik van dezelfde uitdrukkingen en zinsconstructies). Die monotonie kan betoverend werken, maar het is wel een betovering die je moet veroveren. Als je je concentratie eenmaal verliest, kost het moeite om je het boek weer binnen te werken.

Kelman schrijft niet voor lezers die bij de hand willen worden genomen. Door de eenvormigheid van boek en vertelstijl maakt hij nog maar eens duidelijk dat romans en personages uiteindelijk bestaan uit tekst. Dit betekent niet dat Kieron zelf ook geabstraheerd wordt. Het knappe van Kelman is nu juist dat hij de nadruk op het tekstuele karakter van zijn roman weet te combineren met het creëren van een overtuigend personage dat over een eigen karakter en gedachteleven beschikt. Er is zelfs sprake van een synthese: omdat Kieron een hekel aan ‘sweary words and bad words’ heeft, worden in zijn relaas woorden als ‘fuck’ en ‘cunt’ geschreven als ‘f***k’ en ‘c***t’. Pas tegen het einde van het verhaal, als hij op de middelbare school zit, vallen de sterretjes weg en worden de woorden voluit geschreven. Door de ontwikkeling van zijn personage te verbeelden met behulp van typografische ingrepen, legt Kelman tegelijkertijd de nadruk op de tekst als tekst.

Het is onvermijdelijk dat je bij het lezen wordt teruggevoerd naar je eigen jeugd, maar Kieron Smith, Boy leidt niet tot een bitterzoete hereniging met een vroeger zelf. Wat je herkent is het universum waarin Kieron zich beweegt, een wereld met eigen wetten en inwoners. Kelman benadrukt voortdurend de verhoudingen tussen Kieron en de mensen uit zijn omgeving: zijn broer, zijn ouders, zijn vriendjes – overal is sprake van hiërarchieën die Kierons gedrag bepalen en regelmatig zijn verontwaardiging wekken. En daardoor herinner je je zelf ook weer de alomtegenwoordigheid en het belang van de hiërarchieën waaraan je onderworpen was toen je net zo oud was als Kieron. Door die aandacht voor onderliggende structuren kijk je opeens afstandelijker naar je eigen kindertijd, alsof je vroegere zelf van zijn uniciteit wordt ontdaan en alsnog een bescheiden onderdeel wordt van een groter geheel.

Kieron Smith, Boy is een stug, maar overtuigend boek dat nog lang blijft nawerken, al was het alleen maar doordat het als een autonome, bijna onverschillige maatstaf andere boeken hun plaats wijst. Opeens lijken andere romans over kinderjaren die je hebt gelezen, van Theo Thijssens Kees de jongen tot Paddy Clarke Ha Ha Ha van Roddy Doyle, koket en sentimenteel. Terwijl op het eerste gezicht met name Paddy Clarke veel met Kieron Smith gemeen heeft. Paddy mag dan iets jonger zijn dan Kieron en niet in Glasgow maar in Dublin wonen, ook hij vertelt zijn dagelijkse belevenissen rechtstreeks aan de lezer, in losse paragrafen zonder verdere hoofdstukindeling. Maar als je Paddy Clarke Ha Ha Ha nog eens openslaat nadat je Kieron Smith, Boy hebt gelezen, weet het geen moment te overtuigen. Terwijl Kieron nooit zijn geloofwaardigheid verliest, krijgt Paddy Clarke vanaf de eerste pagina beelden en vergelijkingen in de mond gelegd die geen enkele tienjarige jongen zou kunnen (of willen) verzinnen. Overal in Paddy Clarke Ha Ha Ha schemert de stem van Doyle door het personage heen. In Kieron Smith, Boy heeft Kelman de touwtjes daarentegen zo strak in handen dat hij zelf volkomen onzichtbaar wordt – een paradoxale prestatie waartoe niet elke schrijver in staat is.