Willem Jan Otten: Opgetild door de taal

Willem Jan Otten is behalve romancier, toneelschrijver en dichter ook een enthousiast pleitbezorger van het werk van Vondel. „Hij is zonder enige twijfel de grootste Nederlandse schrijver ooit”, zegt Otten beslist. „De generatie schrijvers die vlak na de Tweede Wereldoorlog debuteerde was goed, maar dat komt niet in de buurt van wat Vondel schreef.”

Otten is nog niet eens zo heel lang in de ban van Vondel. „Pas een jaar of dertien, veertien geleden ben ik voor het eerst betoverd geraakt door Vondel, toen ik zelf naarstig op zoek was naar een manier om religie met kunst te vervlechten.” Otten noemt het werk van Vondel „een fontein van inventiviteit”; een schrijver bij wie je in zowel zijn dichtkunst als zijn toneelwerk „opgetild wordt door de taal”. „Ik ben zelf gewend om spaarzaam om te gaan met de taal als ik schrijf, maar Vondel had daar helemaal geen last van. Daar gaat echt een sluis open. Ik vind Vondel om een aantal redenen zo goed. Ten eerste omdat hij erg goed kan schrijven over zowel grootse als kleinere thema’s. In de tragedies die hij op zeer hoge leeftijd schreef over de relatie tussen vaders en zonen herken je helemaal niets van de Vondel die Lucifer schreef bijvoorbeeld.” Otten vindt het „onbegrijpelijk” dat Vondels Lucifer niet dezelfde status in Nederland heeft als Faust in Duitsland. „Ik denk dat zelfs het eerste toneelwerk dat hij schreef nog aan de actualiteit kan worden gekoppeld.”

Sebastiaan Kort