Waar zag Ricardo mij eigenlijk voor aan?

Ik dacht dat mensen nooit echt hun mobiel in de wc laten vallen, net zoals er nooit iemand echt over een bananenschil uitglijdt. Maar het gebeurt toch, op een dag, met een geluid dat tussen ‘plons’ en ‘klonk’ in zit, vlak voor een belangrijke afspraak, waar je dan met een naar WC-Eend riekend, zieltogend telefoontje heen moet.

Eigenlijk vond ik het prettig dat mijn telefoon in de wc was gevallen, want nu had ik een excuus om een nieuwe te kopen.

Bij alle telefoonwinkels werd ik na een kort voorgesprek met de verkoper, die altijd Ricardo heette, naar de LG Chocolate geduwd. Het vrouwentelefoontje. Een bruine bonbon waarover ik op internet had gelezen dat je hem niet moet kopen, omdat hij een touch-screen heeft waardoor je tijdens het bellen onwillekeurig andere mensen opbelt en in ongewilde conference calls terechtkomt.

Als ik de Chocolate had afgewezen, werd er een gouden blokje in mijn hand gedrukt. De Sony Blingbling, of een dergelijke 2004-benaming. Als ik zei dat ik niet van gouden telefoons hield – waar zag Ricardo mij eigenlijk voor aan? – toonde Ricardo me het broertje van de Blingbling, in het zilver.

‘Het is een hele lekkere telefoon’, zei Ricardo dan, en dat voelde toch een beetje als aanranding.

Na drie aanrandingen bedacht ik een nieuwe strategie: beginnen over de Nokia N95. De Nokia N95 is een geavanceerde telefoon die iedereen wil hebben en de N95 is overal uitverkocht. Hij kost 550 euro, dus ik was absoluut niet van plan hem te kopen. Maar als Ricardo mij weer een met Swarovski-kristallen behangen kindertelefoon begon aan te praten, zei ik: ‘De N95. Daar hoor ik hele goeie dingen over. Behalve die software, hè, die schijnt instabiel te zijn. Maar goed, daar kan ik wel mee omgaan.’

Ricardo trok zijn verhaal over de Samsung Babydollstring in en zag mij ineens als mens, en dan zei hij ernstig: ‘Ja, de N95... Prachtig. Hij is uitverkocht.’ En dan kon ik met opgeheven hoofd de winkel verlaten.

Tot ik een Ricardo trof die zo geraakt was door mijn gepassioneerde verhalen over de N95 dat hij alle andere filialen begon te bellen en een N95 voor mij apart liet leggen. ‘Op naam van Brandt’, piepte ik.

Nu ligt er een telefoon van 550 euro op mij te wachten, maar ik ben ineens heel gehecht aan mijn oude mobiel, met zijn aroma van WC-Eend.