Voor God en vaderland

cd pop

Fred Eaglesmith: Tinderbox ****

Bruce Springsteen en Tom Waits; het zijn de namen die steeds maar weer opduiken in beschouwingen over de Canadese singer-songwriter Fred Eaglesmith. De vergelijking is ten dele terecht: ze hebben alledrie kolenkloppersstemmen en ze ontstijgen de beperkingen van het doorgaans zo benauwende Americana-genre. Zodra een zanger op festivals als Blue Highways of Roots speelt – vooral wanneer het kale mannen met cowboyhoeden betreft – dan weet je vaak al wat je te wachten staat: liedjes vol ouwemannenleed en beelden van desolate prairielandschappen achter rijdende autowrakken.

Eaglesmith is zelf zo’n kale man met cowboyhoed, maar op zijn zestiende album Tinderbox ontstijgt hij glansrijk aan de muffe spruitjeslucht van Americana-zangers. Om te beginnen is bijna geen van de vijftien songs gebaseerd op het oubollige akoestische-gitaarsjabloon van het singsongmétier. Een eenzame banjo, een kloppende hamer of het geluid van metaal op metaal begeleiden zijn oersimpele teksten over een leven van hard werken, bidden om regen en angst voor God en de duivel op het Noord-Amerikaanse platteland.

Eaglesmith kent dat bestaan van jongsaf, maar wist op zijn vijftiende aan het vrome boerenbestaan te ontvluchten door op een trein te springen. Als geen ander kan hij zingen hoe de kerk in die contreien een tondeldoos is, waar de predikant een vonk van godsvrees tot op de achterste rijen kan doen overslaan. Bij Springsteen zou zoiets een conceptalbum heten; bij Eaglesmith is het een bewogen plaatjesboek met vergeelde foto’s van een wereld die zo echt is als de armoedige trailerparken, de verzopen ruïnes van New Orleans en de door industriële landbouw verdrongen familieboerderijen. Zijn stem klinkt oprecht en roerend, zonder valse emotie of zwaar aangezette aanklachten tegen het dagelijks onrecht. Fred Eaglesmith zingt de dingen zoals ze zijn, in een door religie verstikte en ook weer opgekrikte maatschappij waar God en vaderland voor velen het enige houvast bieden.

Muzikaal doet Tinderbox sterk denken aan een folkversie van het experimentele randje dat Tom Waits om zijn muziek bouwt, zij het directer en toegankelijker dan de gekunstelde richting die Waits soms inslaat. Klonk een slidegitaar ooit roestiger dan die in I pray now? Werd het boerenbestaan ooit zo beeldend bezongen als in Worked up field, waar een vrouwenstem droog commentaar levert op al dat zelfbeklag? Die cowboyhoed mag aan de wilgen, meneer Eaglesmith.