Volle straten en lege kroegen zonder asbakken

Vanaf 1 juli geldt een rook- verbod voor de horeca. De maatregel stuit op protest van ondernemers, die vrezen voor omzetverlies. „Oudere klanten willen niet elke keer naar buiten.”

In Rotown, een podiumcafé in Rotterdam, wordt momenteel een speciale ruimte voor rokers gebouwd. „Deze heeft openslaande deuren, zodat we er met mooi weer kunnen bedienen”, zegt leidinggevende Jessica Hogerhuis. Nico Vilders, mede-eigenaar van vijf horecazaken in Den Haag, wacht nog even met bouwen. „We hebben nu nog terrassen waar gerookt kan worden.” Zo treft iedere eigenaar zijn eigen maatregelen ter voorbereiding op het rookverbod in de horeca. Die gaat vanaf 1 juli in.

Bijna 28 procent van de Nederlandse bevolking rookt, blijkt uit cijfers van Stivoro, het expertisecentrum voor tabakspreventie. Dat zijn ruim 4,5 miljoen mensen. Voor veel horecazaken zijn rokers belangrijke klanten. Woordvoerder Anthony van der Klis van Koninklijk Horeca Nederland (KHN) verwacht grote verliezen van omzet en werkgelegenheid na invoering van het rookverbod. „Vooral bij cafés en discotheken. Daar rookt tweederde van de bezoekers.”

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) stelt voor dat ondernemers afgeschermde rookgedeeltes bouwen. Wie daar iets wil drinken, zal dat zelf moeten halen, want de bediening mag er niet komen. Barman Hans Steinraht van Café Los aan het Rembrandtplein in Amsterdam kan zich daar niet in vinden. „Wij hebben geen terras en de zaak is te klein voor een aparte rookruimte”. Steinraht meent dat ondernemers zelf moeten kunnen kiezen. „Ik en de baas roken nota bene zelf.”

Het aanstaande rookverbod stuit op veel protest. Stichting Rokersbelangen, Partij Tegen de Betutteling en Forces Nederland bereiden namens hun achterban en tientallen cafés een rechtszaak voor tegen de Staat. Zij willen dat er een uitzondering komt voor kleine cafés, omdat die anders failliet dreigen te gaan. „Daarbij moet gedacht worden aan zaken kleiner dan 60 á 70 m2”, aldus Wil Maessen, voorzitter en oprichter van Forces Nederland. Volgens hem bestaat zo’n uitzondering al in Denemarken en België voor zaken kleiner dan 40 m2. In Spanje kan een eigenaar van een horecazaak, kleiner dan 100 m2, zelf kiezen voor een rookverbod. Koninklijke Horeca Nederland betwijfelt of een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat zal leiden tot een wetswijziging. In Engeland heeft Freedom2Choose, een anti-rookverbod organisatie, lange tijd de algehele invoering van een rookverbod aangevochten. Tevergeefs, zo bleek uiteindelijk.

Volgens Klink overlijden jaarlijks 19 duizend mensen ten gevolge van roken. Hij wil de gezondheid van „onze bevolking” bevorderen en ziet dat als „een plicht die de grondwet ons oplegt”. In zijn definitieve besluit staat dat het rookverbod is bedoeld om roken te ontmoedigen en werknemers een rookvrije werkplek te garanderen. Niet alleen in horecazaken, maar ook in overdekte winkelcentra, evenementenhallen, congrescentra en luchthavens. Het maakt daarbij niet uit of er wel of geen personeel werkzaam is. Eenmanszaken krijgen net zo goed een rookverbod opgelegd. Dit om „een tweedeling” te voorkomen. Overtreding van het rookverbod levert een ondernemer een boete op van 300 euro, die bij herhaling kan oplopen tot maximaal 2.400 euro. De Voedsel en Waren Autoriteit ziet toe op naleving.

Ook coffeeshops vallen onder de definitie van horeca-inrichting, aldus Klink. „Om die reden horen zij onder hetzelfde regime als de reguliere horeca.” Kamerleden van Groenlinks, SP, VVD en PVDA zijn het daar niet mee eens en denken dat dit zal leiden tot „een afbraak van het softdrugsbeleid en een toename van illegale verkoop”. Dat denkt ook de eigenaresse („ik wil anoniem blijven”) van coffeeshop Hill Street Blues in Amsterdam. „Een coffeeshop is een veilige plek om te roken. Een verbod zal leiden tot de sluiting van zaken en ontslag van personeel.”

De angst voor omzetverlies en faillissement is niet ongegrond. In Engeland en Schotland zijn pubs en cafés in financiële moeilijkheden gekomen of failliet gegaan. Zij ontvingen daarvoor geen compensatie. Klink baseert zich op onderzoeken die aantonen dat het rookvrij maken van de horeca geen negatieve effecten heeft op de omzet of werkgelegenheid.

Bezoekers die willen roken in horecazaken zonder rookruimtes hebben maar één optie: naar buiten. „De komende maanden zal dat nog wel gaan, maar als straks de winter komt, wordt het lastig”, zegt barman Steinraht. Uit berichtgeving van onder andere de BBC blijkt dat in Engeland niet alleen rokers buiten gaan staan, hun niet-rokende vrienden zijn solidair. Gevolg: volle straten en lege kroegen. Dat leidt tot stank- en geluidsoverlast voor omwonenden. Ierse pubeigenaren hebben zogenoemde beer gardens aangelegd, waar rokers achter de kroeg in hun behoefte kunnen voorzien. Wellicht dat na invoering van het rookverbod ook in Nederland biertuinen worden aangelegd.

Arend Blom ziet het somber in. Hij is barman van café de Zon aan de Nieuwmarkt, Amsterdam. „Ik verwacht dat op den duur een aantal oudere vaste klanten thuis gaat blijven. Die kunnen en willen niet elke keer naar buiten voor een sigaretje of sigaartje. Bovendien krijg je straks overlast van rokende en blowende mensen op straat. Wat volgt er dan, een rookverbod in de openlucht?”