Viering van het Ploegen gaat vóór hulp

Hulpverleners die een visum voor Birma willen, staan bij de ambassade voor een dichte deur. Niemand komt het land binnen. „Tijd is de cruciale factor.” 

Dode lichamen drijven in overstroomd gebied in Labutta, een plaats in de Irrawaddy-delta. Foto AFP This undated photo received on May 7, 2008 shows dead bodies in a flooded field in Labutta, a town in the Irrawaddy division of southwest Myanmar after Cyclone Nargis swept through the country May 2-3. Aid experts on May 7 warned of a looming health crisis in Myanmar, where millions of cyclone victims face outbreaks of disease as they struggle to survive without clean water, food or shelter five days after Cyclone Nargis crashed into one of the world's poorest countries, killing more than 22,000 people. AFP PHOTO AFP

Andreas Thelen (43) en Kai Feldhaus werken voor de Duitse hulporganisatie Ein Herz für Kinder, maar nu staan ze machteloos. Ze willen visa om Birma binnen te komen, maar de consulaire afdeling van de Birmese ambassade in Bangkok is dicht. Gesloten omdat het in Thailand vandaag de Koninklijke Viering van het Ploegen is, staat op een wit A4-vel dat op de witte buitenmuur is geplakt. „Kom maandag maar eens terug”, kregen Andreas en Kai uit Berlijn te horen.

De beide vertegenwoordigers van Ein Herz für Kinder, gelieerd aan de Duitse Bild-Zeitung, zijn niet de enigen die vandaag nul op het rekest kregen. Zes dagen na het natuurgeweld van de cycloon Nargis, wil Birma zijn grenzen nog steeds niet openstellen voor buitenlandse hulpverleners. Journalisten zijn helemaal niet gewenst, hoewel de toon in de vrijwel verlaten afdeling consulaire zaken allervriendelijkst is. „Het beste kunt u een brief schrijven naar het ministerie van Informatie in Rangoon. Per slot van rekening moeten zij beslissen over een visum voor u”, zegt een ambtenaar achter het loket.

Maar ook diplomaten hebben het niet gemakkelijk. Paul Howard van de Britse ambassade in Bangkok, netjes gekleed in een grijs pak, komt nietsvermoedend aangewandeld met een stapeltje paspoorten in een plastic map. Van de Koninklijke Viering van het Ploegen heeft hij nog nooit gehoord.

Net als vele gebouwen is de Britse ambassade in Rangoon tijdens het noodweer van vorige week zaterdag onder water komen te staan. Tot en met de tweede verdieping, zegt Howard. Daarom moeten er snel ambtenaren van de Thaise ambassade naar Birma om de schade op te nemen. Maar zo snel als hij het wil, zal het niet gebeuren. Eerst moet er een referentienummer worden doorgefaxt vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken in Rangoon, krijgt hij te horen. Ook maandag terugkomen, zegt hij met glimlach. „En dit betreft nog niet eens mensen van de politieke afdeling van de ambassade”.

Het zwaarst gedupeerd door de afwijzende houding van de Birmese machthebbers zijn natuurlijk de slachtoffers van de natuurramp zelf. „Tijd is de cruciale factor”, zegt de Noor Terje Skavdal, hoofd van OCHA in Bangkok, het regionale kantoor van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire hulpverlening. Elke dag, elke minuut dat grootschalige hulpverlening langer uitblijft, moet je volgens hem vrezen dat de omvang van de ramp groter wordt.

Maar, onderstreept Skavdal in zijn kantoor, de humanitaire hulpverlening moet aan strikte voorwaarden voldoen: ze moet „transparant” zijn en er moet goede controle zijn op de besteding ervan. „Dat is voor ons een zeer belangrijk beginsel. Daarvan wijken we niet af”, zegt hij.

Daarom zullen de Verenigde Naties niet ingaan op het voorstel van de Birmese junta om hulp te verstrekken zonder controlerend toezicht van buitenaf. „Er moet een enorme hulpoperatie op gang komen, en die moet nu op gang komen”, zegt Skavdal. „Maar we moeten die hulp op een verantwoorde manier kunnen verstrekken”.

Aan die voorwaarde wordt niet voldaan. „We krijgen nog steeds niet de visa voor de buitenlandse deskundigen die nodig zijn om de hulpverlening op correcte wijze te begeleiden”, aldus Skavdal. Zo komen de verhoudingen tussen de junta en (een groot deel van) de internationale gemeenschap verder op scherp te staan, in plaats van dat er tekenen zijn van toenadering.

Maar ophouden met pogingen de junta op andere gedachten te brengen, is volgens Skavdal geen optie. De Verenigde Naties kunnen zich niet terugtrekken. „Die keuze hebben we niet. Wij zijn er om de slachtoffers te steunen.” En, zegt hij: „Er is al veel tijd verstreken, maar we moeten proberen optimistisch te blijven”.