Vaag en dom gehannes van botsende karakters

Kees Schaepman en Herman Spinhof: De grootste kraak in krantenland. Het drama Apax bij PCM. Nieuw Amsterdam, 184 blz. €16,95

Sinds zijn verschijnen in 1990 is Barbarians at the Gate, het epische gevecht om de overname van het Amerikaanse tabaks- en voedingsconcern RJR Nabisco door durfkapitalist KKR, uitgegroeid tot klassieker in de financieel-economische journalistiek. Het boek, geschreven door twee journalisten van The Wall Street Journal, Bryan Burrough en John Hellyar, schopte het zelfs tot tv-film. Het boek dankt zijn status aan drie kenmerken. Ten eerste, een minutieuze reconstructie van financiële machinaties, die leest als een thriller. Ten tweede, schitterende psychosociale vignetten van de hoofdrolspelers die het boek verheffen tot tableau van een periode. En ten derde de onpartijdige verwondering die het verslag sociaal-wetenschappelijk kaliber geeft.

Tot lang na WO II was het Nederlandse bedrijfsleven degelijk en saai. Globalisering heeft dat veranderd. Drama en opera zijn nu schering en inslag. Dat bleek voor het eerst bij de Ahold-affaire, schitterend geboekstaafd door Jeroen Smit in Het drama Ahold (2004). Inmiddels is daar het nodige aan bedrijfsopera bijgekomen: de strijd om Stork, de overname van ABN AMRO en het opkopen van uitgever PCM door de Britse durfkapitalist Apax. De eerste twee gebeurtenissen wachten nog op hun chroniqueurs, over de laatste is nu een eerste kroniek verschenen, De grootste kraak in krantenland, door Vrij Nederland-journalist Kees Schaepman en freelancer Herman Spinhof. Aan opera geen gebrek – het gaat immers om een soortgelijke ‘kraak’ – maar kunnen zij tippen aan hun collega’s van Barbarians at the Gate?

Een thriller is De grootste kraak ondanks de veelbelovende titel niet geworden. Dat heeft alles te maken met haast; alsof de auteurs nog gauw even een slaatje wilden slaan uit de publieke ophef over de uitverkoop van Nederland voordat de Ondernemingskamer eind dit jaar het definitieve verhaal over PCM presenteert. Hoewel de titel weinig te raden laat, speelt Apax maar een beperkte rol. Veel aandacht is er daarentegen voor een subplot in het PCM-drama: het gehannes rond uitgeverij Meulenhoff. Leuk allemaal, maar voor wie het boek op de titel heeft gekocht toch wat klein bier.

Ook de sociaal-psychologische vignetten ontbreken. Hoewel veel hoofdrolspelers aan het woord komen (niemand van Apax), ontbreekt inzicht in hun motieven. De auteurs suggereren dat het drama deels het gevolg is van botsende karakters, maar maken dat nergens duidelijk. Op pagina 133 heet het dat Apax zijn belangstelling voor PCM verloor. Naar het waarom moet de lezer gissen.

Met de onpartijdigheid is het vreemd gesteld. In de introductie weiden de auteurs omstandig uit over de eigen neutraliteit en die van hun uitgever. En inderdaad legt het eerste deel de zwarte piet onmiskenbaar bij PCM. Een labyrintische bestuursstructuur, pluimstrijkende bestuurders, een opeenstapeling van dommigheden; het is duidelijk dat er ‘iets’ moest gebeuren en dat ‘iets’ werd Apax, binnengehaald om zijn poen, zijn expertise en om de macht van onoordeelkundige grootaandeelhouder Stichting Democratie en Media te doorbreken.

Tot zover lof, want dit deel van het verhaal is te weinig verteld. Maar waarom dan toch gekozen voor die metafoor van de kraak? Daardoor wordt het toch weer het verhaal van goedgelovige Nederlandse krantenmannen die zijn bestolen door gehaaide Britse financiers, dat bij pers en politiek emblematisch is voor het kwaad van buitenlandse investeerders.

Terwijl het materiaal dat Schaepman en Spinhof aandragen ruimte laat voor een andere duiding. Er was eens een Britse durfkapitalist die door een Nederlandse krantenmaker werd binnengehaald om de stammenstrijd in zijn concern te beslechten. Na anderhalf jaar komt die durfkapitalist er achter dat kranten maken hier iets anders is dan in Groot-Brittannië. Daar kan topjournalistiek goed gedijen. Hier schijnt dat onmogelijk. De durfkapitalist ziet zich gesteld voor een onmogelijke taak, draait het bedrijf samen met de andere grootaandeelhouder (Stichting Democratie en Media) een poot uit en vertrekt, het concern terugstortend in archaïsche zuilenstrijd. Dat boeiende verhaal wacht nog op zijn chroniqueurs; dit is maar een voorstudie.