Terwijl Israël feestviert, raakt zijn premier in opspraak

Uitgerekend op de zestigste verjaardag van Israël is premier Olmert in opspraak geraakt wegens vermeende corruptie. Zijn aanblijven is zeer onzeker geworden.

Het feest van de zestigjarige onafhankelijkheid van Israël is gisteren overschaduwd door een smeergeldaffaire rondom premier Ehud Olmert. Het aanblijven van Olmert, leider van de partij Kadima, is zeer onzeker geworden. Tegen de premier loopt een politieonderzoek, omdat hij steekpenningen zou hebben aangenomen. Olmert zei gisteravond op een persconferentie dat hij zou aftreden als het Openbaar Ministerie hem in staat van beschuldiging stelt. Maar, zei hij, „ik kan u recht in de ogen kijken en zeggen: ik heb nooit steekpenningen aangenomen”.

Volgens publicaties in The New York Post zou Olmert in de jaren negentig, toen hij burgemeester van Jeruzalem was, honderdduizenden dollars hebben gekregen van een Amerikaanse Jood, Morris Talansky. Olmert probeerde in 1999 leider van de rechtse Likud-partij te worden, maar hij verloor van de latere premier Ariel Sharon.

Talansky, zakenman en filantroop, is een belangrijke financier van The New Jerusalem Foundation, een stichting die projecten voor het welzijn van de stad zou steunen. Die stichting is opgericht door Olmert en hij is er ook voorzitter van.

Op de activiteiten van deze stichting, die in 2000 ongeveer 390.000 dollar op de rekening had staan, was geen enkele controle. De politie zou volgens The New York Post op het spoor van Talansky zijn gekomen, doordat in de financiële administratie van Olmert zijn bijnaam Laundry Man (de was-man) voorkwam. Waarom Talansky zijn vriend Olmert geld gaf, is nog niet duidelijk. Israëlische kranten vermoeden dat Talansky, die een orthodoxe achtergrond heeft, de toen nog als radicaal bekend staande Olmert om politieke redenen steunde.

Olmert ontkende gisteren niet dat hij geld van Talansky heeft aangenomen. Maar volgens de premier is er niets gebeurd dat verboden is. Hij heeft „geen enkele cent” voor zichzelf aangenomen, zei hij gisteren. Talansky wordt in Jeruzalem verhoord. Ook Olmert zelf is al gehoord.

De afgelopen week kon Olmert nog doen alsof er niets aan de hand was. Omdat het om een ‘lopend onderzoek’ ging, verbood een Israëlische rechter de nationale media over de zaak te berichten. Die hielden zich daar keurig aan en verwezen alleen naar The New York Post. Uitgerekend gisteren, toen het hele land feest vierde, verbrak Olmert zelf het stilzwijgen.

Beschuldigingen van corruptie zijn bijna aan de orde van de dag in de Israëlische politiek. Meestal blijft het bij anonieme, onbewezen aantijgingen. Soms komen schandalen aan het licht. Tijdens de campagne van Olmert in 1999, tegen Sharon, zou ook de laatste op ongeoorloofde wijze geld hebben aangenomen. In 2004 kwam naar buiten dat Sharon, Olmerts leermeester, met zijn zoons illegale fondsen geworven zou hebben. Sharon werd niet vervolgd, maar zijn zoon Omri belandde in de cel. Vorige maand leidde een corruptieschandaal in de religieuze Shas-partij tot de veroordeling van parlementslid Shlomo Benizri.

Politieke analisten zeggen dat het aftreden van Olmert, na zijn persconferentie gisteren, veel waarschijnlijker is geworden. Het komt in Israël eigenlijk niet voor dat een hoge politicus over zijn eigen aftreden praat. Olmerts partij Kadima steunt hem. Maar zijn plaatsvervanger en grote rivaal in de partij, minister Tzipi Livni van Buitenlandse Zaken, heeft de laatste maanden al vaker op het aftreden van Olmert aangedrongen.