Nu Groningen, straks Tsjaad

Over twee weken vertrekken zestig mariniers als onderdeel van een EU-missie naar Tsjaad.

Het gevaar komt eerder van bandieten en roversbendes dan van Tsjadische rebellen.

Geweerschoten klinken over het grasveld bij het oefendorp Marnewaard. Mariniers vuren op een betonnen gebouw. Er wordt teruggevuurd. Viking-pantservoertuigen geven de mariniers dekking. Roze rook waait over het groene gras. Mensen blijven roerloos liggen. Ze zijn ‘gewond’ of ‘dood’. Op de gevels staan plakkaten met teksten als ‘De Pomp’ en ‘De Supermarkt’. Het is net een vinexwijk, waar alleen de loodgieter en de elektricien nog langs moeten komen voordat bewoners hun huizen kunnen betrekken.

De afgelopen twee dagen oefenden de mariniers in dit speciaal voor oefeningen gebouwde dorp nabij het Groningse Zoutkamp, voor de laatste maal voordat ze over twee weken naar Tsjaad in centraal Afrika zullen vertrekken. De mariniers zullen er verkenningsmissies uitvoeren om de dreiging en de omgeving in kaart te brengen. Doel van de missie, die een jaar zal duren, is om de meer dan 250.000 vluchtelingen te beschermen die voor het geweld uit buurland Soedan zijn gevlucht. In Tsjaad zijn ze nog steeds niet veilig, want daar zijn plunderaars en milities actief.

Bij de oefening in Marnewaard vielen er nepdoden en nepgewonden. Toch denkt marinierscommandant overste Frank van Sprang niet dat het in Tsjaad zover zal komen. In Tsjaad is er geen sprake van zware bermbommen zoals in Uruzgan. Ook geen Talibaan die sterker worden. Van Sprang: „Het gevaar komt eerder van bandieten en roversbendes dan van Tsjadische rebellen.” Overste Ed Wijninga is net terug uit Tsjaad. Hij heeft daar de missie voorbereid. Volgens hem hebben de rebellen geen speciale belangstelling voor EU-militairen.

Toch krijgen de mariniers „een ruim mandaat”, zegt marinierscommandant Van Sprang. „De vijand is ook niet van gisteren.” Defensie verzekert dat Tsjaad geen vredesmissie wordt waarbij militairen hulpeloos moeten toekijken op het moment dat vluchtelingen ten prooi vallen aan kwaadwillenden, zoals in Srebrenica. De mariniers nemen gepantserde voertuigen mee naar Afrika en mogen schieten als het nodig is. En daar kunnen slachtoffers bij vallen, ook onder de mariniers.

Gisteren kwam ook de hoofdofficier van justitie, die is belast met militaire zaken, naar het oefendorp. Alle schietincidenten, van Uruzgan tot Tsjaad, worden door het Openbaar Ministerie onderzocht. Bekeken wordt of er wel proportioneel geweld is toegepast. Van Sprang: „De officier van justitie krijgt straks ook mogelijk zaken uit Tsjaad. Het is goed als hij weet waar de soldaat of marinier straks mee geconfronteerd wordt.” Spanningen tussen militairen en het Openbaar Ministerie, zoals in de zaak met de marinier Eric O. die ervan werd verdacht in Irak iemand te hebben doodgeschoten, willen beide partijen voorkomen.

Vorige maand zijn de tien Viking-pantservoertuigen per schip naar Kameroen vertrokken. Van daaruit rijden ze naar Tsjaad. Aan boord zijn ook munitie, reserveonderdelen en medische hulpgoederen.

Hier gaan ze straks heen