Minder babysterfte

Eindelijk heeft minister Klink (Volksgezondheid, CDA), besloten de sterfte van baby’s in Nederland systematisch aan te pakken. Een stuurgroep onder leiding van een hoogleraar sociale geneeskunde bedenkt maatregelen om de verloskundige zorg te verbeteren. Een jaar of twintig geleden blonk de Nederlandse verloskunde internationaal uit. Preventie is altijd een van de sterke punten geweest van de Nederlandse zorg. Verloskundigen, consultatiebureaus voor zuigelingen en kraamverzorgers drongen door tot alle lagen van de bevolking.

Inmiddels is Nederland afgezakt naar een middenpositie onder de rijke landen. Deels geldt de wet van de remmende voorsprong. Andere landen hebben Nederland ingehaald. Bovendien zijn er in Nederland risico’s bij gekomen. Zwangere vrouwen zijn relatief oud, er worden meer meerlingen geboren dan elders en er zijn meer zwangere vrouwen die roken. Ook zijn er veel immigranten uit arme landen bij gekomen en vooral zij krijgen veel kinderen. Zij wonen meestal in achterstandswijken, leven gemiddeld ongezonder dan autochtonen en bezoeken vaak laat artsen of vroedvrouwen.

De zorg voor en tijdens de bevalling is in veel andere landen sterker verbeterd dan in Nederland. Nederland stond bekend om de eenvoudige en effectieve thuisbevallingen maar daarvan eindigt tegenwoordig de helft alsnog in ziekenhuizen. Onvergeeflijk is dat in Nederlandse ziekenhuizen gemiddeld 35 baby’s onnodig overlijden tijdens de avond-, nacht- en weekeinddiensten. Dan is de organisatie niet op orde.

De nieuwe stuurgroep heeft dus een veelomvattende taak. Het netwerk van consultatiebureaus en kraamzorg moet worden versterkt, vooral in achterstandswijken. Steden met veel arme immigrantenwijken zoals Rotterdam en Amsterdam kennen een hoge babysterfte. Er moet worden uitgezocht waarom daar zo weinig gebruik wordt gemaakt van kraamzorg in de eerste week na de bevalling. Zwangere vrouwen met verhoogd risico op een miskraam of babysterfte moeten eerder worden opgespoord. Het is gemakzuchtig om de oplossing hoofdzakelijk te zoeken in voorlichting. Juist de ouders in achterstandsituaties, die de meeste risico’s lopen, lezen geen folders. Er zijn ook grenzen aan wat de overheid aan zwangere vrouwen kan opleggen.

Wel kan nu al direct de zorg worden verbeterd. De risico’s van thuisbevallingen moeten goed worden onderzocht, nu daar door de gemiddeld hogere leeftijd van moeders en door extra gezondheidsproblemen bij achterstandsgroepen meer ongelukken bij gebeuren. Ook de zorg in het ziekenhuis tijdens de bevalling kan meer bij de tijd worden gebracht. De apparatuur is achtergebleven bij de medische ontwikkelingen. Een hogere sterfte buiten kantooruren is onacceptabel. De werkdruk van verloskundigen in achterstandswijken is te hoog. Er zijn kennelijk te weinig medisch specialisten en verloskundigen. Het verlagen van de babysterfte is dankbaar werk. Door relatief eenvoudige maatregelen kunnen veel jonge levens worden gespaard.