Micromanie

Wekelijkse speurtocht lans de grenzen van de slechte smaak.

Op een van mijn toeristische internet-uitstapjes kwam ik terecht op de site van het in Los Angeles gevestigde Museum of Jurassic Technology. Dit museum zegt een collectie te beheren van kunstvoorwerpen uit de vroege Jura-periode. Dat is ruim 150 miljoen jaar voor het aantreden van de mens op aarde. Fascinerend. Tentoongesteld is bij voorbeeld de Megaloponera foetens, de stinkmier uit Kameroen die een zelfs voor de mens waarneembare kreet weet te produceren. Een kunststuk der natuur. Daarnaast is de in 1872 ontdekte, minieme witte vleermuis die Myotis Lucifungus heet en dankzij een ontwikkelde electromagnetische straal in staat is dwars door vaste stof te vliegen. Párdon? Met een truc wist iemand ooit eentje in een harsblok te vangen.

In een aparte museumruimte wordt aandacht besteed aan leven en werken van Athanasius Kircher, er is een kamer gewijd aan vergetelheid en het probleem der materie. En dan vergeet ik bijna de expositie ‘Garden of Eden on Wheels / Selected Collections from Los Angeles Area Mobile Home and Trailer Parks’ – een verzameling van verzamelingen op een plaats waar men geen verzamelingen verwacht. In veel opzichten lijkt het Museum of Jurassic Technology aan te sluiten bij het traditionele curiositeitenkabinet. Directeur en conservator David Wilson bevestigt dat ook in interviews. Zo vinden we in de afdeling Napoleona op een Napoleon-portret geplakte, gedroogde moskorsten en onkruidgebladerte, afkomstig van de tombe op St. Helena. Curieus.

Tot de uitgestalde Napoleona behoort ook een tekening van de tent van de kleine keizer in de Egyptische woestijn. De getekende tent is overplakt met een stukje authentiek tentdoek. Curieus in het kwadraat.

Tenslotte worden we eindelijk eens uitgebreid ingelicht over de Sovjet-ruimtehondjes Belka en Strelka, die samen met een vijftal kamerplanten van het geslacht sanseveria godlof weer veilig op aarde landden.

Het brandpunt van Jurassic-museumdirecteur Wilson lijkt in het kleine en zeer fijne te liggen. Zo is er een uitstalling te zien van kunstzinnig bewerkte vruchtenpitten. Mag ik wijzen op een amandelpit van 13 bij 11 mm.? In de voorzijde werd een Vlaams landschap gesneden. Daarin gezeten een baardige kluizenaar met baret, schoenen met dikke zolen en een viool tussen zijn knieën. Achter hem in de verte herkennen we duidelijk een leeuw, een beer, een kameel, een paard, een stier, een vogel, een geit, een lynx en een konijnengroep onder een boom, waarin eigenwijs op een tak een onmiskenbare uil en een dito eekhoorn.

De ommezijde van deze amandelpit bevat een bijzonder gruwelijk getoonzette kruisigingsscène. Tot de microkunst moeten we ook de eregalerij rekenen die het Museum of Jurassic Technology heeft ingericht met de werken van de Egyptische microscopische kunstenaar Hagop Sandaldjian (1931). Schitterend is zijn ‘Habanera’, een Spaanse danseres die in een bordeauxrode jurk met castagnetten in het oog van de naald verkeert. Eveneens in het oog van een naald zien we Roodkapje in het bos op weg naar grootmoeder. Verbluffend. De crucifix – een in goud gevatte Christus, gekruisigd aan twee mensenharen. Donald Duck, Goofy en andere Disneyfiguren staande op de punt van een naald. Nummer één in de Hagop Sandaldjian-toptien is ongetwijfeld een zelfportret: zijn kale hoofd, op een haar van vroeger gelegd. Ontroerend.

Sinds ik bij mijn toeristische internet-uitstapje voor het eerst in het Museum of Jurassic Technology belandde (mjt.org ) ben ik vaak terug geweest. De museumcollectie balanceert niet slechts op de grens van het waarneembare, de grenzen van de smaak lijken ook langzaamaan in zicht. Waar gaat dit krankzinnige museum helemaal over? Ik denk hierom: kan iets wat je bijna niet ziet nog mooi zijn? Misschien streeft directeur Wilson naar de emancipatie van de dingen die vergeten zijn. Naar de onzichtbare essentie van het bestaan. Kan. Ik hoop de conclusie nog even uit te stellen. Voorlopig geniet ik graag van de paradox, opgeworpen door dit verrukkelijke museum. Hoe immers bewegen we ons in een verzameling van het allerkleinste, in een museum dat genoemd werd naar een periode waarin er op aarde dieren rondliepen, die groter waren dan we ons kunnen voorstellen?