Landbouwinvesteringen opnieuw op agenda

Investeren in landbouw in de derde wereld heeft jaren geen hoge prioriteit gehad in de ontwikkelingssamenwerking. De sterk oplopende voedselprijzen veranderen dit.

Verwaarlozing van de landbouw is een structurele oorzaak van de huidige voedselcrisis. Dus gaat Nederland 400 miljoen euro per jaar (waarvan 50 miljoen ‘nieuw’ geld) steken in de ontwikkeling van de landbouw in arme landen. Dit maakten de ministers Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en Verburg (Landbouw, CDA) gisteren gezamenlijk bekend. Het geld komt uit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking.

„Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank hebben jarenlang tegen regeringen van ontwikkelingslanden gezegd: niet investeren in de landbouw, dat komt wel goed”, zegt Rudy Rabbinge, Universiteitshoogleraar aan de Wageningse Universiteit en „wel eens geraadpleegd” door Koenders en Verburg. „Dat beleid wordt nu gelogenstraft. Voor het eerst in 25 jaar heeft de Wereldbank onlangs het World Development Report weer aan de landbouw gewijd. De conclusie: die is verwaarloosd”, zegt Rabbinge, die verder een reeks internationale functies vervult, zoals bestuurslid van de Alliance for a Green Revolution in Africa die wordt voorgezeten door Kofi Annan.

Wereldwijd wordt er genoeg voedsel geproduceerd, schrijven Koenders en Verburg in hun nota Landbouw, rurale bedrijvigheid en voedselzekerheid die zij gisteren in Den Haag presenteerden. Maar toch heeft 17 procent van de bevolking van ontwikkelingslanden onvoldoende te eten voor een gezond bestaan. Wegens de hoge voedselprijzen ligt „honger op de loer”. In 33 ontwikkelingslanden leidt dit volgens de Wereldbank „potentieel tot grote spanningen en heftige sociale onrust”.

Het beleid van een terugtredende overheid, zoals jarenlang gepreekt door instituten als het IMF, is niet altijd heilzaam geweest, schrijven Koenders en Verburg. „Dit leidde met name in Afrika tot verval van de veelal omvangrijke overheidsgedomineerde dienstverlening aan de agrarische sector, terwijl vanuit de private sector deze diensten onvoldoende konden worden verleend.”

In Afrika beneden de Sahara zijn de afgelopen decennia de investeringen in de landbouw „structureel te laag geweest”, zegt professor Rabbinge, aanwezig bij de presentatie in Den Haag. In sub-Sahara Afrika kwamen deze investeringen uit op 0,5 procent van het bruto binnenlands product, terwijl de rijke landen zelf rond de 1,5 à 2 procent investeerden, aldus Rabbinge. Sommige Aziatische landen hebben juist meer in landbouw geïnvesteerd „en dat heeft ze geen windeieren gelegd”.

Ook in de besteding van ontwikkelingsgelden zijn rijke landen zich steeds minder op landbouw gaan richten. Dit aandeel is tussen 1990 en 2004 gedaald van 12 procent naar 4, aldus de Wereldbank.

Inmiddels is in Afrika al een ommekeer begonnen: In 2003 spraken Afrikaanse leiders af om ten minste 10 procent van hun begroting te besteden aan landbouw en rurale ontwikkeling.

Verburg en Koenders willen zich bij deze ontwikkeling aansluiten. Er moet meer worden geïnvesteerd in de landbouw zelf, in de ontwikkeling van markten die toegankelijk zijn voor kleine boeren en in het opbouwen van een goed raamwerk van instituties. Ofwel, kleine boeren moeten beter hun werk kunnen gaan doen, zonder werkloos te worden gemaakt door gratis voedselhulp uit de rijke wereld. Nederland verhoogt dit jaar namelijk ook de bijdrage voor noodhulp via het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties tot 35 miljoen euro. Deze hulp, stelt Koenders, moet echter zoveel mogelijk regionaal worden ingekocht. Hij verzet zich tegen landen als de VS die via deze hulp hun eigen voedseloverschotten dumpen.

De verhoogde investeringen in de landbouw zijn belangrijk om problemen als de huidige tekorten en hoge prijzen op te lossen, zegt Rabbinge. Maar de verwaarlozing van de landbouw is niet de belangrijkste oorzaak van de hoge prijzen. Die eer geeft Rabbinge aan de terugtredende overheid bij prijsinterventies. „Vroeger hadden overheden voedselvoorraden voor lange periodes”, zegt hij. „Met dat voedsel kon men ingrijpen in de markt en de prijzen stabiliseren. Die voorraden zijn er niet meer.”

De nieuwe nota en het Wereldbankrapport zijn te lezen op nrc.nl/voedselprijzen