Kleine stapjes, maar foute stapjes

Is iedereen voorzien van koffie of thee? Mevrouw Bussemaker, de kopjes staan daar in de hoek. Meneer Donner, hier vooraan is nog een stoel, naast meneer Klink. Hebben de uitgenodigde Kamerleden ook allemaal een zitplaats? Meneer Tichelaar, hier naast de CDA-fractie is nog plek. Heel fijn dat u tijdens het meireces tijd heeft kunnen vrijmaken voor deze nieuwe sessie Collectieve Coaching door de burger.

Ik heb een groot aantal mailtjes gekregen van bewindslieden en Kamerleden, die eigenlijk allemaal dezelfde vraag opwerpen: heeft de burger nu toch behoefte aan spectaculair nieuw beleid, want waarom gaat het anders zo slecht met ons in de peilingen?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: nee, de burger heeft geen behoefte aan dramatische stelselwijzigingen of nieuwe beleidsmatige vergezichten. Sterker: de burger zit ook niet te wachten op kleine beleidsinitiatieven die nergens op slaan. Ik geef een paar voorbeelden.

Als de regeling tegemoetkoming kinderopvang, die bedoeld was om meer vrouwen aan het werk te krijgen, een groot succes blijkt, dan moet die regeling natuurlijk niet vanwege haar succes opeens weer worden omgegooid, met als argument dat de zwaarste schouders best wat meer zelf kunnen betalen. Dat is misschien in z’n algemeenheid juist, maar de kinderopvangmaatregel was toch nooit bedoeld als inkomensherverdeling? Burgers met kinderen hebben behoefte aan vastigheid, dat weten de ouders onder u uit eigen ervaring. Als juist de grootouderoppas een grote kostenpost blijkt te zijn, is het logischer om eens uit te zoeken hoe dat komt. Waarom brengen Nederlandse ouders hun kind liever bij oma en opa dan naar het kinderdagverblijf? Is er nog steeds niet voldoende plaats in crèches? Is het personeelsverloop in de kinderopvang zo groot dat menig kinderdagverblijf geen stabiele omgeving kan bieden? En als dat zo is, hoe komt dat dan? Komt het omdat het hier gaat om een werkplek vol vrouwen die regelmatig zwangerschaps- en ouderschapsverlof opnemen? Of komt het omdat kinderdagverblijven personeel bij elkaar wegkapen? Of hebben ouders sowieso meer vertrouwen in de opvoedkwaliteiten van grootouders? Zoek dat eens rustig uit en verander niet meteen van koers.

Tweede voorbeeld. Een van de allermooiste dingen die deze kabinetsperiode heeft opgeleverd is het rapport van de commissie-Dijsselbloem. Een indringende analyse van wat er mis is gegaan bij het doorvoeren van grootscheepse hervormingen in het middelbaar onderwijs. Zo’n rapport, dat moet u niet onderschatten, heeft veel mensen weer hoop gegeven. Het heeft aangetoond dat politici in staat zijn kritisch naar zichzelf en hun partijpolitieke voorgangers te kijken. Door de discussie over het rapport Dijsselbloem is bovendien de indruk ontstaan dat het onderwijs vanaf nu in rustiger vaarwater komt: bevoegde leraren voor de klas tegen een schappelijk salaris en echte lessen in echte vakken zoals rekenen, taal en geschiedenis. U kunt zich niet voorstellen wat dat voor opluchting is aan vele keukentafels.

Wat we dan natuurlijk niet moeten zien is dat er, pal na het rapport-Dijsselbloem, toch weer allerlei malligheid wordt uitgestort over het onderwijs. Het is onhandig om dan een plan te lanceren voor een verplichte lessenserie ‘Allochtonen in de Tweede Wereldoorlog’, ook al gaat het daarbij maar om één lessenserie, die niet heel veel ruimte in het curriculum zal opslorpen. Dijsselbloem heeft nu juist laten zien dat dit soort modieuze fratsen (de commissie memoreerde in dit verband het zogeheten ‘vredesonderwijs’ uit de tijd van de Koude Oorlog) niets wezenlijks toevoegen aan de ontwikkeling van kinderen en dan druk ik het vriendelijk uit.

Het is ook onverstandig om reeds op stapel staande grootse veranderingen – Dijsselbloem ten spijt – toch door te voeren met als argument ‘dat het eigenlijk geen grote veranderingen zijn’ (ik denk aan de maatschappelijke stage en aan de gratis schoolboeken), dat er bovendien ‘iets ruimer tijd zal worden genomen om ze in te voeren’ (ik denk opnieuw aan de gratis schoolboeken), dan wel dat ‘deze trein al is gaan rijden’. En bij dat laatste denk ik natuurlijk aan het competentiegerichte leren in het Middelbaar Beroepsonderwijs. Als de commissie Dijsselbloem constateert dat het studiehuis en het nieuwe leren niet goed zijn geweest voor bovenbouwleerlingen in het vwo, waarom zouden we dan moeten aannemen dat deze werkvorm wel geschikt is voor hun leeftijdgenoten op de ROC’s?

Het argument van de rijdende trein is een van de door Dijsselbloem beschreven mechanismen waarlangs de nu zo betreurde stelselwijzigingen werden doorgevoerd (‘het veld is er helemaal klaar voor! We kunnen nu niet meer terug’). Het zou heel kras zijn om juist dit argument te gebruiken om een in gang gezette stelselwijziging door te voeren. Gelukkig heeft de Kamer ten aanzien van het MBO de ruimte bedongen om de voorgenomen veranderingen alsnog af te blazen; ik zou zeggen, ga dat veel meer en veel harder benadrukken.

Geen grote stappen zetten, in veel gevallen ook geen kleine stappen en zeker geen grote stappen die als kleine pasjes vermomd zijn. Dat is tip 1. Ik zie u graag na de pauze terug voor tip 2.

Eerdere columns op www.margotrappenburg.nlReageren kan op nrc.nl/trappenburg (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)