Honkbal: bondscoach Eenhoorn wordt technisch directeur

Robert Eenhoorn wordt per 1 januari volgend jaar technisch directeur van de Nederlandse honkbalbond KNBSB. Dat heeft de bond gisteren bekendgemaakt. De huidige bondscoach van de honkballers en de bond sloten gisteren een overeenkomst voor vier jaar.

Eerder gaf Eenhoorn aan dat hij na de Olympische Spelen van Peking wil stoppen als bondscoach. Hij blijft echter nog aan als coach tot en met de World Baseball Classic, in maart volgend jaar in Japan.

Eenhoorn had verschillende aanbiedingen vanuit de Verenigde Staten gekregen. „Maar die heb ik vrij snel afgekapt”, zei hij gisteren in een toelichting op zijn beslissing toe. Zijn gezin heeft een belangrijke rol gespeeld. „Maar ook qua ambitie kan ik hier in Nederland veel kwijt. Misschien wel meer dan daar.”

Eenhoorn wil Nederlandse honkbal op een hoger niveau bren gen. „Om dat te kunnen doen moet je er beleidsmatig mee bezig zijn. De jaren ben ik dag en nacht bezig geweest met zaken die direct met het veld te maken hadden. En dan kom je daar niet aan toe. Er moeten initiatieven ontstaan om te zorgen dat je blijft aanhaken aan de wereldtop.” Eén van die initiatieven is het opzetten van een Europese competitie.

De bond wil de komende jaren ook meer investeren in talent. Niet alleen in eigen land, maar ook daarbuiten. Eenhoorn nam in 2000 het initiatief voor het oprichten van de eerste honkbalacademie in Nederland, in Rotterdam. Daar krijgen jonge talenten de kans zich te ontwikkelen door een schoolopleiding te combineren met honkbal. „Vaker op het veld staan zorgt ervoor dat je beter wordt”, aldus de voormalig speler van de New York Yankees.

Inmiddels zijn er ook honkbalacademies in Amsterdam en Eindhoven en de honkbalbond heeft plannen op korte termijn nog twee scholen op te starten, waarschijnlijk in midden-Nederland en in de buurt van Haarlem. „Dat zijn de gebieden waar de meeste honkbaltalenten vandaan komen”, vindt Eenhoorn.

Niet alleen in Nederland zal het aantal honkbalscholen uitgebreid moeten worden, maar ook elders in Europa. Italië, Frankrijk, Zweden en Duitsland zijn er al mee bezig. De KNBSB wil intensief gaan samenwerken met de organisaties van die landen, met Eenhoorn als sleutelfiguur.

Bij de Nederlandse clubs valt volgens Eenhoorn ook nog het een en ander te verbeteren. „Ik wil niet alles negatief schetsen, er worden hier en daar best goede dingen gedaan. Maar het kan beter.” Clubs zouden volgens hem meer moeten doen om sponsorgelden binnen te halen. Ook moeten de clubs beter gaan samenwerken om het niveau van de sport te verhogen. „Ze werken nu vaak tegen elkaar.”