Hoge grondstofprijzen drukten aandeel Unilever

Het aandeel Unilever was ondergewaardeerd door de verwachte effecten van gestegen grondstofprijzen. Maar het concern kon de kosten doorberekenen.

Als er een bedrijf last zou hebben van de dure olie en de sterk gestegen voedselprijzen op de wereldmarkt, dan zou dat wel Unilever zijn. Grondstoffen zijn flink duurder geworden. Het concern betaalde in het eerste kwartaal 400 miljoen euro voor zijn grondstoffen.

Het aandeel Unilever leed de laatste maanden onder die negatieve verwachtingen. Een toegenomen inflatie en een afgenomen consumentenvertrouwen drukten de koers vanaf januari verder. Maar nu blijkt dat het bedrijf deze kan doorberekenen, verwachten analisten dat de koers zich zal herstellen.

Gisteren, na bekendmaking van de kwartaalcijfers, steeg het aandeel bescheiden naar een niveau net boven de 22 euro. Het Brits-Nederlandse levensmiddelenconcern werd daarmee beloond voor goede resultaten in het eerste kwartaal, ondanks de moeilijke markt waarin het actief is. De omzet steeg, deels door een groei van het aantal afgezette producten, maar vooral doordat Unilever een betere prijs kon rekenen voor zijn producten.

Het concern boekte in het eerste kwartaal 2008 een winst die ruim 30 procent hoger lag dan die in dezelfde periode vorig jaar. Dat is echter grotendeels toe te schrijven aan een eenmalig voordeeltje, de verkoop van het knoflookroomkaasje Boursin. Dat ging dit voorjaar voor 400 miljoen euro over in handen van de Franse kaasmaker Le Bel Group.

Maar Unilever wil nog meer kwijt. Sinds vorig jaar zomer heeft het concern de Amerikaanse wasmiddelentak (onder meer merken als All, Whisk en Snuggle) in de etalage staan. Er zouden zich al twee gegadigden hebben gemeld. Tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers gisteren wilde het management niet ingaan op vorderingen rond deze verkoop. De zakenkrant Financial Times wist gisteren echter te melden dat de Amerikaanse huishoudzeep- en shampoofabrikant Huish Detergents Inc. (merken: Bravo, Dish en Ultra) de belangrijkste belangstellende is. De waarde van Unilevers Amerikaanse zeeptak is naar schatting 1,5 miljard dollar (970 miljoen euro). Huish is eigendom van de private-equitymaatschappij Vestar. Het rondkomen van de deal zou zo lang op zich laten wachten omdat de investeerder door de kredietcrisis moeite heeft het geld bij elkaar te krijgen voor de overname.

Als mogelijk tweede kandidaat noemt de Financial Times het Amerikaanse bedrijf Church & Dwight Co, Inc. (merken OxiClean, Arm&Hammer, Brillo). Church & Dwight is eveneens eigendom van een private-equityfirma, Phoenix Brands. Die kampt met dezelfde problemen van het vinden van financiering. Het Duitse bedrijf Henkel, op papier een geschikte overnamekandidaat, zit volgens de Financial Times niet aan tafel bij de laatste biedingsrondes.

Geruchten dat Unilever ook het merk Bertolli (olijfolie, azijn, pastasauzen en maaltijden) zou willen afstoten zijn volgens het bedrijf niet waar. Volgens een Unilever-woordvoerder is het een misverstand. „We willen alleen kijken of wij een partner kunnen vinden die de olijfolie en azijn voor ons kan gaan produceren. Van het merk Bertolli willen we niet af. En de pastasauzen en maaltijden blijven we zelf produceren”, aldus de woordvoerder.

Dat Unilever zijn producten door derden laat maken is volgens de woordvoerder „eerder uitzondering dan regel”. Op veel kleinere schaal laat Unilever Becel ProActive in Brazilië sinds vorig jaar produceren door een andere partij, maar verder zijn er weinig voorbeelden van.

Door de op handen zijnde afstotingen en stroomlijningen zal de winst van het Brits-Nederlandse levensmiddelenconcern naar verwachting nog even goed blijven. Maar als de grondstofprijzen blijven stijgen is het de vraag hoe lang Unilever die straffeloos kan blijven doorberekenen.