Hezbollah zoekt de aanval

De politieke crisis in Libanon heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Inzet is de machtspositie van de

shi’itische Hezbollah, die zijn plaats opeist in het Libanese machtsspel.

De prijzen van levensmiddelen in Libanon zijn net zoals elders in de wereld de laatste tijd behoorlijk gestegen. Suiker is bijvoorbeeld volgens het VN-persbureau IRIN de afgelopen maand de helft duurder geworden en spijsolie zelfs nog iets meer. Maar de algemene staking voor looneisen die de fundamentalistisch-shi’itische oppositiebeweging Hezbollah woensdag probeerde af te dwingen en die gisteren in en buiten Beiroet zware gewelddadigheden losmaakte, had meer met de steeds diepere politieke crisis te maken dan met de economie.

De grote shi’itische minderheid van Libanon waaraan Hezbollah stem geeft, omvat de allerarmsten van het land – de shi’ieten uit het zuiden en het zuiden van Beiroet zijn van oudsher de misdeelden, terwijl de christelijke en de sunnitische gemeenschap gemiddeld behoorlijk wat rijker zijn. De regering bood eerder deze week aan het minimumloon te verhogen van 200 tot 330 dollar (wat meer lijkt dan het is, aangezien volgens IRIN het feitelijke minimumloon op 310 dollar staat). Hezbollah eiste 600 dollar.

Hezbollah gebruikte woensdag de daadwerkelijke economische onvrede in shi’itisch gebied als munitie in zijn bijna anderhalf jaar oude oorlog tegen de door het Westen gesteunde regering van premier Fouad Siniora met als doel een de facto veto in het landsbestuur. Die oorlog begon in november 2006 met de terugtrekking van zijn ministers en die van zijn shi’itische geallieerde Amal uit het kabinet, nadat de parlementaire meerderheid van sunnieten, druzen en christenen had geweigerd hun, en hun christelijke bondgenoot Aoun, meer ministerszetels te geven. Met een derde van de ministers zou Hezbollah over een feitelijk veto in de ministerraad beschikken.

Hezbollah, dat de steun heeft van Syrië en Iran, kan dan bijvoorbeeld een eis tot ontwapening blokkeren, zoals de VN-Veiligheidsraad die heeft verwoord. De Verenigde Staten en Frankrijk onderstrepen regelmatig dat de organisatie moet worden ontwapend. Het is de enige Libanese groep die na afloop van de burgeroorlog (1990) haar wapens heeft behouden, onder verwijzing naar de Israëlische dreiging, en die wapens ook in 2006 in de zomeroorlog tegen Israël met aanzienlijk succes heeft ingezet. Ze piekert er niet over die machtspositie op te geven. Overigens beschikken diverse Palestijnse groepen en groepjes in de kampen eveneens nog over wapens, maar die vormen geen echte machtsfactor.

De regering houdt sindsdien voet bij stuk; Hezbollah c.s eveneens. De politieke crisis heeft zich intussen gestaag verder verdiept. Libanon zit nu sinds november zonder president omdat Hezbollah de verkiezing in het parlement blokkeert zolang de tegenpartij niet toegeeft. Met enige regelmaat worden politici, journalisten en ook militairen opgeblazen, waarvan overigens Syrië en niet zozeer Hezbollah wordt verdacht. En de laatste tijd is er steeds minder provocatie voor nodig om sektarisch geweld los te maken, met name tussen sunnieten (de regeringskant) en shi’ieten (Hezbollah).

De regering besloot eerder deze week het eigen communicatienetwerk van Hezbollah te sluiten en het hoofd van de veiligheidsdienst op de luchthaven, een Hezbollahman, te ontslaan. Hezbollahleider Hassan Nasrallah brandmerkte deze beslissingen gisteren als „oorlogsverklaring”. Dat was het moment waarop het geweld uit de hand begon te lopen. Saad Hariri, de sunnitische leider van de regeringsmeerderheid in het parlement en zoon van de vermoorde ex-premier Rafiq Hariri, probeerde later op de avond de angel uit de crisis te halen met zijn aanbod het nog steeds neutrale Libanese leger te laten uitmaken of deze beslissingen moeten worden uitgevoerd. Maar Hezbollah wilde vooralsnog niet van een compromis weten.

Het was niet duidelijk of Hezbollah erop uit is nu een doorbraak te forceren in zijn oorlog tegen de regering, en of het daartoe in staat is. Waarnemers gingen er wel vanuit dat Hezbollahleider Nasrallah, die door vriend en vijand als sluw en bekwaam wordt gezien, ervoor zal waken dat de toestand dusdanig uit de hand loopt dat zij in een nieuwe burgeroorlog ontaardt. Die is in niemands belang.