Het hoofd bedekt omwille van de engelen

Het leuke van uitdrukkingen is dat je ze niet hoeft te begrijpen om ze te kunnen gebruiken. Wie was Jan Salie eigenlijk? Je kunt best iemand op zijn falie geven zonder te weten dat een falie een sluier is. Zou dat voor meer soorten taal gelden? Volgens de Britse bioloog Richard Dawkins is alle taal eigenlijk dode metafoor en wie een etymologisch woordenboek inkijkt is geneigd hem (of degene van wie hij dit idee weer heeft) gelijk te geven.

De taal in heilige boeken is vaak net zo onbegrijpelijk als die in spreekwoorden. In de Bijbel staat een passage die door sommige christenen wordt uitgelegd als een gebod voor vrouwen om in de kerk of zelfs overal een hoofddoek te dragen. In 1 Korintiërs 11 staat onder meer geschreven: ‘Een man mag zijn hoofd niet bedekken omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (…) Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben.’ Wat die engelen er mee te maken hebben, dat wordt nergens uitgelegd.

In de Koran komt de sluier onder meer aan bod in de soera Het licht. ‘En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij haar blikken neerslaan en haar eerbaarheden wèl bewaren en dat zij haar tooi niet tonen behalve wat daarvan zichtbaar is’, vertaalt professor J.H. Kramers het begin van 24:31. Kader Abdollah maakt er in zijn nieuwe, literaire vertaling dit van: ‘En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en dat ze hun kuisheid bewaren. Dat zij van hun sieraad niet meer laten zien dan wat gewoonlijk al zichtbaar is.’ Hij geeft ook een reden voor het sluieren: het al dan niet vermeende overspel van Mohammeds jongste vrouw Aisha.

Maar wat is dat sieraad? Bedoelt de Koran hier niet gewoon echte sieraden, of is het Arabische woord zinat overdrachtelijk bedoeld, zijn de sieraden van de vrouw niet haar goud en zilver, maar haar haren, haar wangen, haar mond?

Het is een poëtische gedachte, die dan ook vaak in poëzie voorkomt, van Teheran tot Tokio, en in de praktijk het leven van miljoenen vrouwen als niet vergald dan toch wel beïnvloed heeft. Geen dode metafoor dus. In de poëzie is hij ook blijven leven. De Britse dichter James Thompson werkte hem in de achttiende eeuw uit tot: ‘Loveliness/ Needs not the foreign aid of ornament;/ But is, when unadorned, adorned the most’. De Nederlander Jan Hanlo bracht het idee in de twintigste eeuw weer samen met een sluier, die nu zelf een metafoor is:

De sluier

Wat is van het neerslaan van mooie ogen

betrapt op hun schoonheid, wel het verwonderlijkst?

Dat door hem of haar die de ogen neerslaat

een zó schone sluier tevoorschijn gehaald wordt

en hiermee den schonen blik bedekt,

Dat het doel hiervan, namelijk ’t verbérgen der schoonheid

van ’t eigene wezen, geenszins bereikt wordt.

Wie kent een gedicht over sluiers? Meld het op http://weblogs.nrc.nl/weblog/cultuurblog/