‘Grote ego’s zien alleen zichzelf’

Amerika, Israël, de islam, de positie van de vrouw – tandarts Alaa al Aswani, bekend van ‘Het Yacoubian’ stelt het allemaal via zijn romanpersonages aan de orde.

‘Nog een laatste voor we naar binnen gaan.’ Alaa al Aswani is in Londen ondergebracht in een van de mooiste hotels van South Kensington, maar brengt de meeste tijd door op de stoep van zijn hotel. Rokend. En gapend. De Egyptische schrijver-tandarts is uitgeput van lezingen en interviews, maar de levenslust straalt uit zijn donkere ogen. De sympathieke, welbespraakte Egyptenaar raakt nog steeds gepassioneerd over Chicago, zijn nieuwe kleurrijke roman over Egyptische migranten in deze Amerikaanse universiteitsstad: studenten medicijnen, artsen, jonge mannen en vrouwen die, grotendeels noodgedwongen, een plek in de Amerikaanse samenleving proberen te veroveren en tegelijkertijd een leefbare verhouding zoeken tot hun geboorteland. Met kritische blik kijkt Al Aswani naar de zwakke plekken in de Amerikaanse samenleving én naar de migranten en hun geboorteland. Zelf studeerde hij drie jaar tandheelkunde in Chicago. Een dagboek hield hij niet bij, hij is gezegend met een goed geheugen.

Als er één ding duidelijk wordt uit uw boek, is het wel dat een emigrant altijd innig verbonden blijft met zijn geboorteland, hoe hard hij ook probeert elders een nieuw leven op te bouwen.

,,Dat geldt zeker voor Egyptenaren. Egypte bestaat nu zo’n zestig eeuwen en pas dertig jaar geleden zijn de eersten geëmigreerd. Voor die tijd was Egypte juist een land dat migranten opnam, Italianen, Grieken, mensen uit heel Europa. Daarin schuilt het drama. Het ging dertig jaar geleden slecht met de economie, mensen hadden kritiek op de regering, jongeren en hoogopgeleiden waren ontevreden en besloten te vertrekken. Alleen een democratische samenleving biedt nu eenmaal gelijke kansen voor iedereen, garandeert mensenrechten, en alleen daarin kun je je werkelijk burger voelen en zaken wezenlijk veranderen. ’’

Net als in Het Yacoubian, de roman waarmee Al Aswani wereldfaam verwierf, volgt hij in Chicago een flink aantal personages wier levens elkaar kruisen, dit keer op de faculteit medicijnen van de universiteit van Illinois. De student histologie Nagui Abdel-Samad, in Egypte van de universiteit gestuurd wegens opruiende politieke activiteiten, is de enige die hij in de ik-persoon laat spreken en schrijven. Nagui, die ook dichter is, neemt uitgesproken politieke stellingen in, kritiseert de strategie van de VS die Israël steunen ten koste van de Palestijnen, neemt geen blad voor de mond als het gaat om de corruptie, werkeloosheid, leugens en misère in zijn geboorteland. Meteen als ik over Nagui begin schiet Al Aswani in de verdediging. ,,Ik ben Nagui niet, hoor! Hij is een dichter, die sociaal gezien vaak onhandig is. Dichters zijn altijd een beetje getroebleerd, ze drinken te veel, zijn op zoek naar inspiratie, kunnen niet communiceren.’’

Toch heeft u wel de nodige zaken met Nagui gemeen.

,,Ja, ik ben ook erg op hem gesteld, sommige meningen delen we. Als hij schrijft zegt hij interessante dingen, daarom voer ik hem in briefvorm op. Nagui dacht voor zijn komst naar de VS dat er één enkel Amerika was, een Amerika dat ten aanzien van de Arabische landen louter negatieve strategieën hanteerde. Toen hij er eenmaal leefde realiseerde hij zich dat er een grote afstand bestond tussen de Amerikanen en hun ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is het ministerie dat verantwoordelijk is voor de bloedbaden in de Arabische landen, voor de doden in Chili en elders in Zuid-Amerika. Nagui is een intellectueel, hij strijdt voor democratie in zijn land.’’

Hij schrijft ook dat analfabetisme en democratie niet in tegenstelling zijn met elkaar en dat er in zijn land pas een einde aan het analfabetisme zal komen als er een rechtvaardig en competent politiek regime aan de macht komt.

,,Zo is het. Het analfabetisme is niet de oorzaak van het feit dat Egypte geen democratie kent. En ook de religie niet. Het gaat om de politiek. Nagui heeft zich grondig in de geschiedenis verdiept en vertelt erover aan zijn joodse vriendin: het probleem met Israël is niet dat het joods is, legt hij uit, als het een boeddhistische staat was had dat niets veranderd. Het gaat om de bloedbaden die Israël onder de Palestijnen heeft aangericht.’’

Ook op de Amerikaanse campus is Nagui het doelwit van de machtige Egyptische geheime dienst. Zijn kamer wordt doorzocht en hij wordt bedreigd en gechanteerd. In woede beschuldigt hij zijn joodse vriendin, die daarna haar relatie met hem verbreekt, ze ziet geen toekomst voor hen weggelegd. Meteen onderstreept Al Aswani dat je daaruit niet mag afleiden dat er nooit vrede bereikt kan worden tussen Israël en de Arabische landen. Weer verschuilt hij zich achter zijn personage: ,,Nagui is een dichter met een writer’s block, dus je mag die conclusie niet zomaar trekken’’. Hij was zelfs erg boos op hem, voegt Al Aswani eraan toe, maar hij kon er niets aan veranderen. ,,Nagui werd een onafhankelijk personage, hij ging zelf spreken en handelen, het enige wat ik kon doen was datgene opschrijven wat ik op het scherm van mijn verbeelding zag.’’

Alle personages in Chicago zoeken naar een manier om met hun verscheurdheid tussen het land van her- en aankomst om te gaan. De van oorsprong Egyptische docent histologie Raafat Sabet is Amerikaanser geworden dan de Amerikanen zelf, hij scheldt op zijn geboorteland, vindt alles wat uit Arabische landen komt achterlijk en denkt dat hij zijn oude huid volledig heeft afgeworpen. Al Aswani: ,,Raafat maakt de slechtste keuze. Immigratie is moeilijk maar niet onmogelijk. Er zijn drie manieren: een goede, waarbij je integreert, je waardigheid en culturele erfenis behoudt; en twee slechte waarbij je of helemaal niet integreert of juist probeert je te verliezen in de nieuwe cultuur en je identiteit opgeeft. Dat laatste probeert Raafat en dat lukt hem uiteraard niet.’’

Hoe gaat de migrant die de juiste manier van integratie kiest, om met religie?

,,Religie is erg verbonden met de interpretatie die je eraan geeft en daar zijn wel tien varianten van. Je kunt een open leven leiden, geïntegreerd zijn in het Westen en zonder probleem moslim zijn. Het probleem is dat in enkele Arabische landen de populairste interpretatie de streng wahabitische is, een interpretatie die uit de woestijn stamt. Dan is integratie in het Westen onmogelijk.

,,Tot in de jaren zeventig was eenderde van de bevolking in Alexandrië Europees: Italianen, Grieken, joden, Armeniërs, moslims woonden samen zonder enig probleem. We vierden ieders religieuze feesten. Eeuwenlang was Egypte een kosmopolitisch land met een open, tolerante vorm van de islam. Onder Nasser kende Egypte zelfs een scheiding van kerk en staat. Twintig jaar geleden heb ik de heilige boeken van de drie grote religies gelezen. Ze zeggen hetzelfde, met uitzondering van een paar details in de verhalen. Waarom, vroeg ik me af, is religie dan de oorzaak geweest van al die oorlogen en drama’s in de geschiedenis? Het antwoord zit ‘m in de interpretatie. Als je de waarheid in pacht denkt te hebben, word je een gevaar voor de ander en voor jezelf.’’

U laat Nagui schrijven dat religieus extremisme het directe resultaat is van politieke onderdrukking.

,,Kijk, in 1949 vermoordde de militante partij van de ‘Frères musulmans’ de premier van Egypte. In 1950 hadden er verkiezingen plaats waarbij de Frères musulmans niet één zetel in het parlement kregen. Ziet u? Als er democratie is, staan de ramen open, dan adem je zuurstof. Dan worden het politieke en culturele leven normaal. Als je de ramen sluit, mensen verbiedt zich uit te spreken, krijg je onrecht en armoede. Dan duw je mensen in de armen van het extremisme.’’

Al Aswani stelt zijn personages ook voor morele keuzes. De Koptische chirurg bijvoorbeeld, aan wie in eigen land de toegang tot de opleiding chirurgie werd geweigerd vanwege zijn afkomst, krijgt het verzoek degene te opereren die hem toen dwarsboomde. In tweede instantie accepteert hij het verzoek. Al Aswani: ,,Dat dilemma heeft me echt geraakt, gelukkig heeft hij zijn woede kunnen overstijgen. Of Kopten in Egypte gediscrimineerd worden? Iedereen in Egypte heeft het moeilijk, iedereen lijdt, iedereen wordt onderdrukt. Er is immers geen democratie. Er zijn mensen die dubbel lijden, zoals Kopten en vrouwen. Een Koptische vrouw lijdt dus voor drie.’’

Chicago bevat enkele mooie vrouwenportretten. Er is de Egyptische Maroua die uit angst een oude vrijster te worden in een ongelukkig huwelijk stapt met de corrupte en domme Ahmed Danana. Er is de Amerikaanse Carol Graham, die er wegens haar zwarte huidskleur niet in slaagt werk te vinden, en er is vooral de dappere studente Cheima Mohammedi, die zich langzaam, beproeving na beproeving, ontdoet van haar strenge geloof en onderdanigheid en zich ontwikkelt tot onafhankelijke vrouw. Steeds weer moet de vrouw strijden tegen de mannelijke opvatting dat het vrouwelijk lichaam koopwaar is. Al Aswani is begaan met het lot van de vrouw, hij laat hun strijd zien, kiest partij. Toen het boek als feuilleton werd gepubliceerd in een Egyptische krant, bleek vooral Cheima populair. Volgens Al Aswani is de vrouw moediger dan de man, is ze beter in staat te vechten voor waar het in het leven werkelijk om gaat. Hij beoordeelt de graad van tolerantie van een beschaving naar de wijze waarop met vrouwen wordt omgegaan. ,,Je moet een vrouw zien als een menselijk wezen dat toevallig van het vrouwelijk geslacht is. Ik ben toevallig een man. Veelal behandelen we vrouwen als vrouwen.’’

Chicago zou je kunnen karakteriseren als een catalogus van desillusies. De een verliest zijn geloof, de ander zijn vertrouwen in zijn of haar echtgenoot, weer een ander vertrouwt niet meer op zijn keuzes, is zijn geloof in een betere wereld verloren, een volgende twijfelt aan zijn gezond verstand, zijn principes, aan de opvoeding die hij zijn kinderen gaf.

Wie u leest en het werk van Naguib Mahfoez kent, ziet overeenkomsten in de structuur en de sfeer die u in uw werk oproept.

,, Voor mijn hele generatie was Mahfoez het grote voorbeeld. Hij was bevriend met mijn vader die ook schrijver was. Na de dood van mijn vader, in 1982, heb ik drie uur met Mahfoez gesproken. Die uren hebben mijn leven veranderd. Ik was nog erg jong, wist niet of ik door moest gaan met schrijven. Hij zei dat ik niet moest schrijven omwille van roem of geld, maar alleen als ik in mijzelf daartoe een diepe motivatie vond. Het schrijven zelf moest de beloning zijn.

,,En die motivatie heb ik gevonden. Ik ben als schrijver geboren, dat weet ik nu. Ik heb een grote liefde voor mensen, ook in het dagelijks leven. Als je een groot ego hebt, zie je alleen jezelf. Hoe kun je dan een roman schrijven? Ik houd van mensen, ik luister naar ze, ik probeer ze te begrijpen, hun lijden en hun leven. Zonder dat kun je geen grote romanschrijver zijn. Ik houd van mijn personages. Een roman is een vorm van liefde voor de mensheid.’’

Alaa al Aswani: Chicago. Vertaald door Jan Jaap de Ruiter. Mouria, 396 blz. € 22,50