Genoeg gefulmineerd

Al vijftig jaar protesteert Nancy Spero met haar kunst tegen mannelijke overheersing. Maar haar werk is milder geworden, zo blijkt uit een nieuw boek en een tentoonstelling.

Down with pants. Orgasm now!’ De foto toont twee kartonnen tekstborden aan een boom. Op de voorgrond zien we een slanke, breed lachende vrouw in spijkerbroek, met kort blond haar en een grote zonnebril. Nancy Spero (Cleveland, Ohio 1926, woont in New York) beleeft duidelijk veel plezier aan de actie in Central Park, die plaatsvond aan het begin van de jaren zeventig. Net als haar echtgenoot trouwens, de schilder Leon Golub, die op de achtergrond met nog meer borden klaarstaat.

Spero is een van Amerika’s bekendste feministische kunstenaars. Haar werk, zei ze in een interview, is een protest tegen mannelijke overheersing en tegen machtsmisbruik in het algemeen, en gaat over ‘vreugde en over de volle waardering van het eigen lichaam’. Al zo’n veertig jaar lang zet zij zich in voor het feminisme, dat zij definieert als ‘het bevragen van de status quo’.

Haar eerste actie, in de zomer van 1967, bestond eruit dat ze op een bachelor’s party van kunstcriticus Max Kozloff met twee vriendinnen de aanwezige mannen, die naar pornofilms zaten te kijken, met chocoladepuddingen bekogelde. Spero was een van de initiatiefnemers van Artists in Residence, een coöperatieve galerie in New York die uitsluitend werk van vrouwen toonde (1971-72), en zij was actief in W.A.R., Women Artists in Revolution. De acties van W.A.R varieerden van het rondstrooien van tampons en eieren in museumzalen tot het aanhoudend demonstreren bij musea en galeries om de aandacht te vestigen op het feit dat er alweer geen of nauwelijks vrouwen vertegenwoordigd waren op een tentoonstelling.

De meeste acties waren niet zo vrolijk als het roepen om orgasmes of gooien met pudding. Woedend was Spero omdat niemand naar haar werk wilde kijken en zij haar stem niet kon laten horen. Woedend om de artritis waaraan ze sinds haar 34ste leed en waardoor ze vrijwel constant pijn had. Woedend om de oorlog tegen Vietnam, om mannelijke agressie en om discriminatie. De vele teksten die zij schreef en inzond naar kranten en kunsttijdschriften zijn bijtend scherp en militant. Zoals The Whitney and Women (1970, gepubliceerd in The Art Gallery Magazine), over de mannelijke suprematie in de kunst: „De mannelijke greep drukt de misfits, vrouwen, eruit, van wie de historische biologische onderwerping gevierd wordt door instellingen als het Whitney Museum of Male American Art.” Of: „In een burgerlijke maatschappij wordt alles bezit, een object: kunst is een object, de vrouw is een object. Deze objecten zijn de trots van het mannelijke ego (…), gebruikt voor zijn lust en profijt. Het zijn mannelijke attributen en privileges. Het mannelijke ego heeft de macht.”

Roel Arkesteijn, freelance

tentoonstellingsmaker en schrijver, deed in het atelier van Spero onderzoek naar haar archieven en bundelde een groot aantal interviews en teksten in Codex Spero. Nancy Spero Selected Writings and Interviews 1950-2008. Hij deelde het materiaal in drie perioden in: ‘The existential years 1962-1965’, ‘The angry years 1966-1980’ en ‘Jouissance 1981-2008’.

Het boek is de aanleiding tot een kleine maar zorgvuldige presentatie van werk van Spero in kunstcentrum De Appel. Spero maakt tekeningen op grote vellen papier die, ondanks het grote formaat, ijl en fragiel ogen. De manier van tekenen, schetsmatig en direct, met wrijven, krassen, weghalen en er weer overheen tekenen, resulteert in een expressieve, fysieke textuur. De War Series toont kernexplosies, zwarte hoofden met vuurrode tongen zweven rond, samen met de woorden f.u.c.k.y.o.u., vele malen herhaald. Love to Hanoi staat met dikke sjabloonletters geschreven bij een grote zilverkleurige planeet. Erachter duikt de kop op van de Amerikaanse adelaar, figuurtjes vallen in een peilloze diepte. In de Codex Artaud gebruikte Spero teksten van dichter Antonin Artaud, in wiens furie en wanhopige verlangen om gehoord te worden zij zichzelf herkende.

In de jaren zeventig maakte Spero poster-achtige collages van foto’s, tekeningen en getypte teksten over onderwerpen als dierenmishandeling. Zij typte verslagen van Amnesty International uit over het martelen van vrouwen onder totalitaire regimes, en plakte deze naast handgedrukte afbeeldingen van mythologische vrouwenfiguren op panelen die zij samenvoegde tot werken van soms bijna veertig meter lengte. Van nu af aan beeldde Spero nog uitsluitend vrouwen af in haar werk. Ze begon met het verzamelen van afbeeldingen van vrouwen, variërend van Etruskische en Oosterse godinnen tot vrouwelijke atleten, een dansende Josephine Baker en een uit de kluiten gewassen vrouw die de autoband van een vrachtwagen verwisselt. Zo groeide het ‘Alfabet van Hiëroglyfen’ dat sindsdien de basis vormt van haar werk.

Wat heeft het feminisme van Spero ons op dit moment te zeggen? Begin jaren tachtig kreeg zij, te beginnen bij een jongere generatie kunstenaars, eindelijk de erkenning waar zij zo lang voor gevochten had. In diezelfde periode besloot Spero dat zij genoeg gefulmineerd had en dat het tijd werd om de andere kant van de spiegel te laten zien en om vreugdevol werk te maken. Jouissance, noemt zij dit. Tekeningen die de vrouw celebreren en die de vrouwelijke seksualiteit als symbool van fysieke kracht verbeelden. Tekeningen met dansende vrouwen, hollende en rennende vrouwen vol levenslust. Ze worden afgebeeld als op een fries, een lange horizontale rij van figuren die Spero hoog aan het plafond plakt. Of verticaal boven elkaar, als een boekrol. Zij gebruikt daarbij hedendaagse en prehistorische afbeeldingen door elkaar heen, en ook varianten op de bekende klassieke beelden van mannelijke sporters. Zo is er een vrouw die doet denken aan de Discuswerper en die klaar zit om twee reusachtige erecte penissen weg te smijten. Spero wil niets minder dan onze hele geschiedenis, waar de vrouw uit weggeschreven is, herschrijven en de vrouw zichtbaar maken.

Hoe goed dit streven

en hoe optimistisch dit late werk ook is, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ten opzichte van het vroegere werk aan kracht heeft ingeboet. Het is precieus geworden, soft, vrouwen in pasteltinten. Spero’s woede was een krachtige motor voor haar kunst. Nu zijn de scherpe vuurrode tongen eruit verdwenen. Het is geen luide aanklacht meer, maar, zoals zij zelf zegt, de verbeelding van een utopie.

Deze utopie mist overtuigingskracht. Misschien omdat het meer fantasie is dan utopie. Het is nog veel te vroeg: vrouwen wordt nog steeds onderdrukt en achtergesteld, over de hele wereld en ook in onze maatschappij, zelfs in onze kunstwereld, hoe zogenaamd progressief en open die ook zou zijn. In 1972 was Spero nauw betrokken bij de publicatie door de Ad Hoc Committee of Women Artists van een ‘Rip-off File’. Dit was een verzameling van verslagen van seksisme en onderdrukking van vrouwen in de kunstwereld en in het kunstonderwijs. Wie kijkt naar de verhoudingen van aantallen mannelijke en vrouwelijke docenten in het kunstonderwijs en in de directies van onderwijs- en kunstinstellingen in Nederland op dit moment, ziet dat hier van enige gelijkheid nog lang geen sprake is. De machtsstructuren worden nog steeds beheerst door mannen.

Het grote belang van Spero is de prachtige, inspirerende manier waarop ze uitdrukking heeft gegeven aan haar rebellie, aan de hardnekkige weigering om misstanden te accepteren, aan haar walging van oorlog en van onderdrukking. Dit maakt de publicatie van haar teksten en interviews in de Codex Spero bijzonder waardevol.

Tentoonstelling ‘Spero Speaks’. T/m 22 juni in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 11-18 uur. ‘Codex Spero. Nancy Spero Selected Writings and Interviews 1950-2008’, red. Roel Arkesteijn, Roma Publications, 200 pagina’s, € 29,50.