Filosoof Onfray en de levensles van ’68

Monique Pottier (64) voelt niets bij alle opgeblazen herdenkingen van mei 1968. Daar doen ze niet aan in haar dorp, Douillet-le-Joly in de „goed-katholieke” West-Franse Sarthe.Als jonge secretaresse van de rode vakbond CGT deed ze in 1968 in Parijs mee met demonstraties. Maar later, met haar man naar Toulouse verhuisd, haatte Pottier de kinderen van ‘68, de babas cools, hippies, die in de bomen zaten te mediteren. „Toen ze naar beneden kwamen, was het om over onze rug de baas te spelen”.

Nu is ze twaalf jaar met pensioen. Ze verveelt zich in haar dorp. Als kind van 1968 zoekt ze een nieuw groot verhaal. Pottier heeft het gevonden in Caen, 145 kilometer verderop. Elke maandagavond loopt ze daar college van Michel Onfray (49), volksfilosoof, pleitbezorger van hedonisme, atheïsme en extreem-links. Onfray bestiert sinds zes jaar een Université Populaire, in de geest van 1968. Gratis, en zonder diploma-eisen. Wekelijks trekt hij zevenhonderd bezoekers. Ze stellen vragen die uitlopen op levenslessen over verzet tegen de geldmaatschappij.

Hij wil 1968 „afmaken”, zegt hij. Na 1789 was de mei-revolte de tweede „doodsakte” van de christelijke Europese beschaving. Hij wil „nieuwe waarden” scheppen. Dat raakt een snaar in Frankrijk.

Interview Michel Onfray: Cultureel Supplement, pagina 3, 4