Fijn, Pompelmoes is terug

Hans Andreus: Het grote boek van Meester Pompelmoes. Uitgeverij Holland, 174 blz. €14,90

De verhalen die de dichter Hans Andreus tussen 1965 en 1976 schreef over meester Pompelmoes behoren tot de sprankelendste van de Nederlandse kinderliteratuur. Helaas is Pompelmoes al jaren alleen antiquarisch verkrijgbaar. Het is daarom goed dat Meester Pompelmoes nu opnieuw wordt uitgegeven. Het grote boek van Meester Pompelmoes is een selectie van 26 verhalen uit de tien verhalenbundels, waaronder Meester Pompelmoes en de mompelpoes, in 1969 bekroond als het beste kinderboek van het jaar. De verhalen zijn opnieuw geïllustreerd en gemoderniseerd.

Pompelmoes is een plechtstatige en toch lichtvoetige schoolmeester, die in het geheim tovert. Hij deelt zijn leven met de schoolkinderen, maar vooral met de Wijze Kater Joachim, een kat met kapsones, de niet al te snuggere Fleurige Hond en de baldadige tuinkraai Gerrit. Hun leven is een mengeling van het alledaagse – avondeten, tv-kijken – en het sprookjesachtige met sprekende dieren en bezielde voorwerpen.

Pompelmoes’ wereld is er een die ‘niet gewoon is en ook niet ongewoon’, zoals de autoverkoper zegt over de Doremi. De Doremi is Pompelmoes’ auto, die soms op gang wordt gehouden met gezang: ‘Zo nu en dan een vrolijk lied, dat is alles’. Het verhaal over de toonladderauto is kenmerkend voor alle Pompelmoes-verhalen: vol verbeeldingskracht en ogenschijnlijk ontsproten aan enkele klanken – als Doremi.

Van de verbeeldingskracht zijn voorbeelden te over. Neem het verhaal over de tuin, waarin tot verdriet van Pompelmoes geen vogel komt zingen. Op de personeelsadvertentie solliciteren tal van vogels, die alle afknappen op de sombere sfeer; uiteindelijk is alleen de praatzieke kraai Gerrit bereid de baan van tuinvogel te aanvaarden. Of neem het meisje dat leert spreken door ‘spraakwater’ van Gerrit.

Dat laatste verhaal lijkt op gang te zijn gebracht door een enkel woord – spraakwater – en dat komt vaak voor. De mompelpoes is een woordspel met pompelmoes, dat is uitgebouwd tot een verhaal over een onverstaanbaar sprekende kat.

Taal en verbeelding maken van Pompelmoes’ wereld een poëtisch universum. Daarin moet je soms hard lachen om de ijdelheid van Pompelmoes en de verwatenheid van Joachim. De verhalen zijn doordrenkt van een milde ironie, die ook voor kinderen goed is te vatten. Tijdloos dus.

De uitgever heeft desondanks getracht de boeken een eigentijdse uitstraling te geven. De heerlijke tekeningen van Babs van Wely zijn vervangen door de frisse illustraties van Saskia Halfmouw. Haar bolronde Pompelmoes is goed getroffen, maar haar Wijze Kater Joachim ziet er uit als een Kittekat-kat – niet als de kapsoneskat.

Lieke van Duin heeft de tekst ontdaan van wat zij ziet als archaïsmen. In haar keurige verantwoording geeft ze aan dat over sommige keuzes valt te debatteren. Inderdaad. Zo heeft zij ‘geheugenmachine’ vervangen door ‘geheugenchip’. Maar nu iedereen het al weer heeft over een ‘chip’ of de merknaam gebruikt, is dat al een achterhaalde term. En als je moet uitleggen wat een chip eigenlijk is, zou ‘geheugenmachine’ een aardige aanduiding zijn.

Dit laat zien hoe springlevend de glasheldere taal van Andreus nog altijd is. Daar had de uitgever meer op mogen vertrouwen. Dit alles neemt niet weg dat deze heruitgave voor de kinderboekenwereld het beste nieuws in tijden is.