Enige reflectie kan in de journalistiek geen kwaad

Monique van Hoogstraten en Eva Jinek (samenst.): Het maakbare nieuws. Antwoord op Joris Luyendijk – buitenlandcorrespondenten over hun werk. Balans, 220 blz. € 16,95

Het dodelijkste zinnetje uit Het maakbare nieuws staat in de inleiding: ‘Het is jammer dat hij aan zijn correspondentschap begon voordat hij journalist was.’ Het gaat over Joris Luyendijk, auteur van het in 2006 verschenen boek Het zijn net mensen, waarin hij terugblikt op vijf jaar correspondentschap in het Midden-Oosten. In dat boek beschreef Luyendijk de grote problemen waarvoor een journalist staat die moet vertellen wat er in een dictatuur gebeurt. De mensen zeggen niet wat ze denken, de overheid liegt en betrouwbare gegevens of opiniepeilingen zijn er niet. En om het nog eens allemaal erger te maken: in het algemeen doen correspondenten net of die beperkingen helemaal niet bestaan en hebben de kranten of zendgemachtigden waarvoor ze werken, weinig begrip voor die problemen.

Het boek van Luyendijk werd een groot succes en 200.000 verkochte exemplaren later ligt er een antwoord van een twaalftal collega’s van Luyendijk. Buitenlandcorrespondenten als Step Vaessen (NOS en Al Jazeera), Coen van Zwol en Bram Vermeulen (NRC Handelsblad), Conny Mus (RTL Nieuws), Minka Nijhuis (free lance) en Paul Brill (de Volkskrant). De fotografen Kadir van Lohuizen en Stanley Greene vertellen over hun werk in moeilijke omstandigheden en Jan Blokker, H.J.A. Hofland en Luyendijk zelf geven nog een nabeschouwing.

De meeste correspondenten vertellen hoe zij hun reportages maken en welke belemmeringen ze op hun weg vinden. Vaak dezelfde belemmeringen als waarover Joris Luyendijk schreef, maar die kennen ze, zeggen ze, ze doorzien ze en ze hebben methoden gevonden om er mee om te gaan. Zoals Minka Nijhuis, die vertelt hoe moeilijk het is om in Irak een reportage over gewone mensen te maken, maar dat ze dat toch hardnekkig en vaak met grote risico’s blijft proberen. Of Step Vaessen, die tegenwoordig keihard ‘nee’ zegt als de redactie haar vraagt commentaar te leveren bij een gebeurtenis op duizenden kilometers afstand.

Een terugkerend verwijt is dat Luyendijk te hoge eisen stelt, en de journalistiek voorstelt als een tak van wetenschap. De Midden-Oostenspecialist van de Wereldomroep Bertus Hendriks vergelijkt journalisten met weerkundigen: die hebben ook nauwelijks harde gegevens, maar slagen er toch in hun werk te doen.

Bram Vermeulen, correspondent van de NOS en NRC Handelsblad in Zuidelijk Afrika wijst op illustere voorbeelden als Dickens, Mark Twain en John Steinbeck die voor hun schokkende reportages geen opiniepeilingen nodig hadden. En wie de recente reportages van Vermeulen zelf uit Zimbabwe gezien of gelezen heeft, weet in ieder geval één ding zeker: het was goed dat hij er was. Ondanks de beperkingen waarmee hij te maken kreeg – en waar hij geen geheim van maakte – slaagde hij erin een levendig beeld van dit land in een kritieke fase te geven.

Vermeulen zegt in zijn bijdrage dat hij geen bewaar heeft tegen wat Luyendijk schreef – hij had veel herkend –, maar dat zijn bezwaar vooral de stemming gold die na de publicatie ontstond. Bekende Nederlanders die zeiden dat ze nu ‘helemaal niets meer’ geloofden. Joris Luyendijk had het zelf opgeschreven!

Dat ongemak proef je in meer reacties. Aan de ene kant de herkenning, het veel gehoorde oordeel dat het boek ‘niets nieuws’ bevat, aan de andere kant de ontkenning van Luyendijks stelling dat het ‘daarom’ zo goed als onmogelijk is om verantwoord vanuit een dictatuur te berichten.

De problemen zijn voor een deel op te lossen, zo kun je uit dit boek afleiden. Wie zich van de beperkingen bewust is, wie koelbloedig ‘nee’ zegt als de redactie in Hilversum, Amsterdam of Rotterdam weer eens iets onmogelijks vraagt, die vermijdt de valkuilen die Luyendijk zo vakkundig heeft beschreven.

Je zou zowel het boek van Luyendijk als deze bundel vormen van ‘reflexieve journalistiek’ kunnen noemen. Een genre dat – op een paar weblogs na – eigenlijk niet bestaat. Het is wel een genre waarvoor veel belangstelling bestaat, de verkoopcijfers van Het zijn net mensen bewijzen het. Is het ook een noodzakelijk genre? Waarschijnlijk wel. Het draagt bij aan iets waar de media nooit erg goed in zijn geweest: reflectie, transparantie en verantwoording.

Als de journalistiek maar niet té reflexief wordt. De echte journalistiek is belangrijker – hoe moeilijk die misschien ook is.