Een biografie zonder hoofdpersoon

Bill Bryson: Shakespeare, een biografie (Shakespeare, The World As A Stage). Vertaald door Auke Leistra. Atlas, 256 blz. € 19,90

Sigmund Freud dacht dat Shakespeare een Fransman was die Jacques Pierre heette, anderen zochten achter Shakespeare een bloedmooie gravin; opvallend veel mensen geven een deel van hun leven om te bewijzen dat Shakespeare niet Shakespeare was, maar iemand anders.

In zijn opvallend dunne biografie veegt Bill Bryson de vloer aan met al deze theorieën. Volgens hem hadden de meeste kandidaat-spookschrijvers het te druk om in de avonduren zo’ n omvangrijk geheim oeuvre te produceren. Maar over Christopher Marlowe, een van kandidaten, schrijfthij: ‘Hij had de juiste leeftijd, had het vereiste talent, en hij had na 1593 zeker genoeg vrije tijd, als we er vanuit gaan dat hij niet te dood was om te werken.’

Het hoofdstuk over de Shakespeare- spookschrijvers is het meest hilarische van Brysons boek, dat even virtuoos geestig, overtuigend en bewonderenswaardig beknopt en helder is als zijn meesterwerk A Short History of Nearly Everything (2004). Het boek is een anti-biografie: het toont vooral aan hoe weinig we weten over Shakespeares leven, en hoeveel Brysons voorgangers er zelf bij hebben verzonnen. Bryson zet hun speurwerk in razende vaart bij het grof vuil. Het eerste wat er uitvliegt, zijn de ‘portretten van Shakespeare’. Niet één kan op meer rekenen dan het predicaat: ‘misschien’. Dan blijkt ook nog eens dat Shakespeare helemaal geen ‘Shakespeare’ heette. Zelf heeft hij in elk geval nooit zijn naam zo gespeld. Hij schreef Shakspere, Shakspeare, of afkortingen daarvan.

Al snel blijkt waarom zijn biografie zo dun is: Bryson weigert consequent om in dezelfde val te trappen als de andere biografen en hij vertelt dus bijna niets over Shakespeares leven. Zo zit hij al snel zonder hoofdpersoon. Bryson heeft er duidelijk plezier in: een boek over Shakespeare waaruit de evasieve schrijver zelf steeds wegwandelt – om pas vele bladzijdes later weer op te duiken; doorgaans met iets nutteloos, zoals een waardeloze getuigenis in een kansloze rechtszaak.

Brysons boek is een soort Shakespeare voor beginners, behalve dat hij zich verre houdt van de gebruikelijke oppervlakkige vogelvlucht. In plaats daarvan toont Bryson zich een boeiende gids door de enorme berg boeken over Shakespeare: hij vertelt aanstekelijk en kritisch na wat hem opviel, of waar hij zich vrolijk over maakte.

Net als Germaine Greers recente biografie van de vrouw van Shakespeare, is Brysons boek een vernietigend commentaar op eerdere biografieën – met dat verschil dat Greer er zelf ook weer op los fantaseert om de witte plekken te vullen. Daarmee is Brysons studie ook een boek geworden over de problemen en de valkuilen van een biograaf. Hij geeft een plausibele verklaring voor het feit dat zelfs de meest gerespecteerde wetenschappers beginnen te fabuleren als het om Shakespeare gaat. Ze kunnen het niet verkroppen dat er zo weinig bekend is over zo’n beroemde man.