Dit is geen hobby, maar harde sport

Met Dancing with the Stars heeft de danssport weinig te maken.

Voor kampioenen Hardon en Westerduin is het iedere avond keihard trainen.

Stijldansen is topsport. Dat blijkt al snel op een doordeweekse avond in dansschool Cultura in Hoogvliet. Hier zijn wedstrijddansers hard aan het trainen. Gracieus bewegen de paren zich over de blinkende houten dansvloer. De heren laten de dames de meest ingewikkelde draaien maken. Op een tafel langs de dansvloer staat een aantal bekers uitgestald. Het zijn de prijzen die Remco Hardon (21) en Monique Westerduin (23) hebben gewonnen. Het duo is twee weken geleden Nederlands kampioen Ballroom en kampioen Tien Dans geworden.

Naar deze prestatie hebben Hardon en Westerduin jarenlang toegewerkt. Hardon danst al vanaf zijn veertiende en Westerduin vanaf haar twaalfde. Trainer Kees Goedegebuur bracht hen zes jaar geleden bij elkaar. „Ze waren allebei talentvol en ze hebben dezelfde instelling”, zegt Goedegebuur terwijl hij trots naar zijn pupillen kijkt.

Hardon en Westerduin zijn bijna elke dag in de dansschool te vinden, na hun werk. Hardon: „We trainen nu zo’n acht uur in de week. En op zaterdag hebben we les.” Dat lijkt niet veel, maar in combinatie met een fulltime baan is het zwaar. Ze hebben het inkomen hard nodig om hun sport te financieren. De reizen, het verblijf, de kleding, alles betalen ze zelf. Sponsors vinden is moeilijk. Hardon: „We schrijven veel brieven, maar zonder resultaat.” Volgens Goedegebuur is dansen voor bedrijven geen aantrekkelijke sport om te sponsoren. Bij de wedstrijden zit weinig publiek. „En de mensen die komen zijn familie of vrienden van de dansers. Of mensen die direct met de sport te maken hebben.”

Ook de media-aandacht is gering. Programma’s als Dancing with the Stars hebben volgens het duo weinig met danssport te maken. Hardon: „Mensen krijgen door die programma’s niet echt een goed beeld van wat danssport precies inhoudt. Ze onderschatten hoe zwaar het is.” Westerduin: „Ik denk dat je onderscheid moet maken tussen dansen als hobby en dansen als sport.”

Het gebrek aan geld brengt met zich mee dat de dansers op internationaal niveau niet meetellen. „We kunnen niet op tegen bijvoorbeeld de Oostbloklanden”, zucht Goedegebuur. „Voor een belangrijk toernooi trainen die paren vier weken lang dag in, dag uit. En alles wordt door de staat betaald. Dat kunnen wij niet.”

Hardon en Westerduin hebben nu hun zinnen gezet op het Nederlands kampioenschap bij de andere grote danssportbond, de Nederlandse Algemene Danssportbond (NADB). Op 17 en 18 mei zullen ze daar voor het eerst aan het NK deelnemen. Hun kansen? Goedegebuur: „Een plek bij de eerste twaalf, daar gaan we voor. Mar het zal wel moeilijk worden.” Dansen is een jurysport, dus het is moeilijk inschatten.

Een dans wordt niet alleen beoordeeld op techniek, uitstraling is zeker zo belangrijk. Goedegebuur jureert zelf regelmatig. „De techniek moet goed zijn, maar als een van de dansers bijvoorbeeld chagrijnig kijkt, dan eindigt die best hoog, maar nooit op de eerste plaats. Ook de kleding moet kloppen. Een vrouw die ballroom danst op latin-schoenen, dat kan niet.” Westerduin wijst naar het gat in een van haar schoenen. „Deze schoenen draag ik alleen tijdens een training, ik zal ze nooit tijdens een wedstrijd dragen.”

De wedstrijdkleding bestaat voor Hardon uit een rokkostuum en voor Westerduin uit een jurk. Typerend voor een wedstrijdjurk zijn onder andere de „flappen” aan de mouwen, legt Westerduin uit terwijl ze haar armen in de lucht houdt. En de wijd uitlopende rok demonstreert ze met een pirouette. Verder is de jurk bezaaid met Swarovski-kristallen („Die glinsteren zo mooi in het licht”). „Ik heb hem via een bevriend danscollegaatje over laten komen uit Rusland. Als ik hem in Nederland had moeten kopen, had ik er zeker het dubbele voor betaald.”

In hun wedstrijdkleding geven Hardon en Westerduin een demonstratie van hun danskwaliteiten. Het paar zwiert de dansvloer over. Hardon leidt zijn partner handig om de andere dansparen heen. „Tijdens het dansen moet je je constant aanpassen. Er zijn namelijk altijd meer paren op de vloer”, legt hij uit. Westerduin: „Ik voel aan zijn lichaam wat ik moet doen.”

Dit weekend dansen de twee ter afsluiting van het seizoen bij een evenement in Valkenburg, waarna ze meteen door moeten naar Griekenland voor een internationale wedstrijd. Hun leven is net als dat van alle andere topsporters.

Volg de toppers via www.ndo-danssport.nl