De revolutie? Dat is goed eten

Michel Onfray, de filosoof die de meeste boeken verkoopt in Frankrijk, was te jong voor 1968. Maar hij voelt zich wel verwant met de idealen van toen.

Leiders van de studentenrevolte in Parijs trekken, begin mei 1968, op naar de Renault-fabrieken in Boulogne-Billancourt om de arbeidersklasse op te roepen zich bij hun beweging aan te sluiten. In het bedrijf is de communistische vakbond CGT almachtig, en houdt de poort stijf op slot voor de ‘linkse scheurmakers’. Zodat de studenten voornamelijk voor eigen aanhang en pers spreken. Foto UPI Eine Gruppe Studenten ruft im Mai 1968 unter einer roten Fahne stehend die Zuhörer zu weiteren Aktionen auf (undatiert). Die in den 60er Jahren auf die Außenpolitik konzentrierte Regierung de Gaulle unterschätzte die soziale Unzufriedenheit breiter Schichten der französischen Bevölkerung. 1968 führten die Maiunruhen zu bürgerkriegsähnlichen Zuständen, in Paris lieferten sich die Studenten Straßenschlachten mit der Polizei. Die Gewerkschaften riefen am 13. Mai zum Generalstreik auf. Am 30. Mai löste Staatspräsident de Gaulle die Nationalversammlung auf und rief Neuwahlen aus. Diese wurden zwar von den Gaullisten gewonnen, die Ära de Gaulle fand jedoch ihr Ende: Am 28. April 1969 trat General Charles de Gaulle nach einem verlorenen Referendum zurück. picture-alliance / dpa;UPI

Wat heeft Michel Onfray met mei 1968 te maken? De best verkopende filosoof van Frankrijk hoeft er niet over na te denken als hij de vraag krijgt na een van zijn wekelijkse colleges aan de Université Populaire in Caen. „Wat we hier doen in de geest van 1968? We doen aan microverzet!”

Microverzet?

Kom, zegt Onfray bij wijze van verklaring. Ga mee eten. Dan zal je zien wat ik bedoel.

Een half uurtje later staan we in de diepe tuin van een eeuwenoud huis in het centrum van Caen. Een vijftiger in anarchistisch zwart en met een engelachtige glimlach leidt de gasten rond. Langs zijn vijver met stromend water, vruchtenbomen. Natuur. Vredig voorjaar.

Marie-Pierre Vadelorge blijkt een vriend van Onfray sinds hij hem in de jaren tachtig door zijn studie heen hielp. Voordat Michel Onfray een ster werd, was hij student in Caen met weinig middelen en weinig culturele bagage. Vader landarbeider, moeder huishoudster. Die persoonlijke achtergrond houdt hij in ere. Ze draagt bij aan zijn aura als volksfilosoof. Trouw aan zijn afkomst. Aan de vrienden van vroeger. Onfray wil alleen in Normandië wonen.

Binnen zet zijn Vadelorges levenspartner Cathérine Dehée een immense pan boeuf bourguignon op tafel. Moeders keuken. Onfray schenkt de wijn. Boertig doet hij alsof hij de vrouwen in het gezelschap de drank zal bijschenken in hun decolleté. Ah, schep nog eens op! La Bonne Vie!

Om Onfray schuiven elf genodigden aan. Naast hem mag Mimi Hervieu zitten, die vandaag haar tachtigste verjaardag viert. Zij bestierde sinds 1964 de boekhandel in Onfrays geboortedorp Argentan. Bij haar kocht Michel, geboren in 1959, zijn eerste boeken. Altijd zijn schooltas naast de ingang. In 2002, toen Onfray de Université Populaire in Caen oprichtte, benoemde hij haar tot president. Weer die trouw.

Er zitten bewonderaars aan tafel, zoals de huisarts uit Le Havre – ook al jarig vandaag. Onfray heeft veel fans. Mensen die zijn 35 boeken verslonden hebben. Die van heinde en verre komen om zijn colleges te volgen. Die zweren bij zijn filosofie van ‘hedonisme’ – een filosofie van tegelijk zintuiglijkheid en ascese, zegt hij.

Mensen worden vrij als zij hun levensinstincten ontwikkelen, zonder zich te laten domineren door maatschappelijke hiërarchie. De huisarts zegt dat Onfray „mijn leven veranderd” heeft. Waar blijkt dat uit? „Ik heb meer respect gekregen voor de wil van mijn patiënten.” Elke maandag, de drukste dag van de week, laat hij zijn praktijk achter om college te volgen bij Onfray.

Er zijn oude vrienden, zoals de theatermaker René Paréja. Die heeft een beetje zielenpijn vandaag. Omdat overal in het land mei 1968 wordt herdacht. Hij is zelf een oude soixante-huitard. Hij herinnert zich de kameraadschappelijke dronkenschap waarin hij toen permanent verkeerde. Van verwachting, alles was mogelijk. Ze zouden als vrienden samenleven. Een betere wereld scheppen. Dat was links. Nu trekt Paréja nog altijd met een vrachtwagen door het land om met zijn straattheater cultuur in de cités te brengen. La Famille Magnifique, heet zijn gezelschap. Terwijl zijn politieke familie... links... iedereen wil alleen maar president worden! Cocu voelt hij zich, bedrogen!

Op zo’n moment laat Onfray het volume van zijn stem zwellen tot collegezaalsterkte. Wie is hier bedrogen? Niemand! Er zijn verraders in het spel, dat is het! Hij begint een tirade tegen centrum-links, dat „al even liberaal is als rechts in dit land”. Liberaal, dat is niet libertair voor Onfray. Niet zoals bij de revolutie van 1789, van 1848. Niet zoals hij. Wij horen bij 1968 omdat wij links zijn.

Aan het einde van de avond

zegt Michel Onfray dat dit nu microverzet was. Eten met vrienden, niemand betaalt, niemand maakt een rekening op. Hier is echt gepraat, met aandacht voor elkaar. Lachen, voelen, eten, drinken.

Microverzet is het omgekeerde van de micropouvoir van zijn vakgenoot Michel Foucault, legt Onfray uit: de versplinterde macht die ons dagelijkse leven conditioneert. Onfray kent de rode draad van die anti-libertaire brokjesmacht: laat de mensen uitsluitend doen wat geld oplevert.

Voor de televisie zitten in plaats van samen dineren. Diploma’s met marktwaarde halen in plaats van studeren, en nadenken. Kunst produceren om rijk en beroemd te worden. Daar is Onfray tegen. Noem het zijn ‘68-cultuur.

Daarom is hij in 2002, toen hij genoeg verkocht om van zijn boeken te leven, gestopt met zijn werk als filosofieleraar. Daarom is hij een Université Populaire begonnen. Gratis. Zonder inschrijving, zonder diploma’s. Iedereen mag zeggen wat hij wil.

Zijn vriend Gilles Geneviève, die kinderfilosofieklassen geeft, noemt de Université Populaire een „dochter van 1968”. Ook toen regeerde „het vrije woord”.

Onfray dacht zes jaar geleden: we houden het niet langer dan vijf maanden vol, zegt Geneviève nu. Maar er kwamen honderden studenten, vanaf de eerste dag. Er zijn nu colleges kunstgeschiedenis, erotische literatuur, architectuur, politiek denken. In het hele land krijgt Caen navolging. Lyon, Amiens en Grenoble hebben inmiddels hun gratis volksuniversiteiten, met vrijwillige docenten.

Onfrays eigen wekelijkse ‘microverzet’ speelt zich steevast af voor ongeveer zevenhonderd personen. Vandaag heeft hij de Duitse negentiende-eeuwse anarchistische denker Max Stirner behandeld. Hij spaart zijn publiek niet: de taal is abstract, het tempo hoog, de onderwerpen complex. Hij moet zich aan de tijd houden. Al zijn colleges worden integraal uitgezonden door de staatsradiozender France Culture. Ook het tweede deel, als de zaal vragen stelt.

Onfray wijkt uit naar actuele kwesties. Mensen maken zich zorgen over een serieverkrachter – er is deze week weer eentje opgepakt. Onfray zegt dat je het aanvoelt als mensen „giftig” zijn. „Je bent vrij, je kunt gewoon tegen iemand zeggen dat je niet gediend bent van zijn duistere krachten, zijn doodsdrift.”

Na afloop praten de mensen hierover na. ,,Hij geeft levenslessen. Formuleert zo helder”, prijst een gepensioneerde scheikundige.

Noem Onfray geen goeroe. In 2006 benoemde sekteleider Raël Onfray vanuit Miami hem ongevraagd tot hogepriester van zijn beweging. Onfray was en is boos over de aandacht die media daaraan besteedden. „Als mijn populariteit aan de orde komt, zeggen ze altijd dat ik een sekte leid.”

Hij moet het niet hebben van erkenning uit Parijs, hij blijft marginaal. Toen hij drie jaar geleden meer dan 300.000 exemplaren verkocht van zijn Traité d’athéologie, een frontale aanval op de drie grote monothëistische godsdiensten, viel intellectueel Frankrijk over hem heen. Te simpel, te rechtlijnig.

Maar zulke kritiek schaadt Onfray niet. Toen hij twee jaar geleden in zijn geboortedorp Argentan een nieuwe Université Populaire opzette, gewijd aan de smaak dit keer, reserveerde hij een zaaltje van de gemeente voor 45 personen. Er kwamen negenhonderd mensen af op de eerste ontmoeting met een gerenommeerde kok uit Parijs. Onfray meent dat verfijnd eten alleen nog toegankelijk dreigt te worden voor rijken met toegang tot schitterende restaurants. De armen eten diepvries en afhaal. Microverzet geboden: ‘gewone mensen’, de armen, moeten vertrouwd raken met Smaak. Democratiseer de Smaak. Maar het is niet zoals in ‘68: Smaak is wat jij wil. Het is: Goede Smaak voor Iedereen. Als Onfray geen goeroe is, dan een zendeling. Op de vraag hoe hij omgaat met zijn persoonlijke invloed op fans antwoordt hij: „Als ik het leven van ook maar één persoon verander, ben ik dankbaar.”

Michel Onfray wordt deze weken

niet op tv gevraagd om na te babbelen over 1968. Hij is te jong om zelf soixante-huitard te zijn. Toen in mei 1968 de studenten in Parijs hun barricades opwierpen, zat Michel Onfray in de laatste klas van de lagere school. Een jaar later zou hij door zijn ouders in een katholiek internaat worden gestopt – te lastig thuis, volgens zijn moeder. Daar kreeg hij wel iets mee van de omwenteling van ’68, vertelt hij nu. De autoritaire paters, die kinderen volgens Onfray aanvankelijk alleen voorrechten gaven in ruil voor onzedelijke betasting, begonnen in de vier jaar dat hij er zat „pedagogische experimenten”. Er gingen ramen open in de winter, aan de waslijn kwamen foto’s te hangen. Toen hij vertrok, was het internaat al omgedoopt in landbouwschool.

Als student filosofie werd Onfray geen marxist, maoïst of trotskist, maar een „linkse nietzscheaan”. Aan Nietzsche ontleent hij zijn breuk met de christelijke metafysica en zijn streven naar ascese. Zijn uitgangspunt is dat denken moet wortelen in persoonlijke, lijfelijke ervaring. Na een hartaanval op zijn 28ste begon hij te schrijven als een waanzinnige. Zijn boeken beginnen altijd met een biografisch hoofdstuk, waarin hij zijn eenvoudige afkomst, zijn lijden en ziekte beschrijft en zijn afkeer belijdt van de ‘microcosme parisien’, het Franse equivalent van de grachtengordel. Daarna komt de theorie, de bouwstenen voor zijn hedonistisch systeem.

Over zijn jeugd in het internaat schreef hij in zijn ‘hedonistisch manifest’ uit 2006: La Puissance d’exister. In datzelfde boek schrijft hij dat hij zich ten doel stelt mei 1968 „af te maken”. In de betekenis van vervolmaken, zegt hij erbij – ook het Franse achever is dubbelzinnig.

Mei ’68 heeft afgerekend met de waarden van vader en grootvader, met autoriteit, hiërarchie, natie, kerk, staat, maar er zijn geen nieuwe waarden voor in de plaats gesteld. Dat is zijn opdracht. Nieuwe waarden maken. Afrekenen met wat hij, trouw aan Nietzsche, het Europese nihilisme noemt. Het hedonisme van Onfray is niet het alles-voor-mijn-eigen-plezier-individualisme van na 1968. Het wil een vervolg erop zijn. Een poging 1968 te beschaven.

Zes dagen na het microverzet in Caen heeft Onfray zijn eigen herdenking van mei 1968. Niet op tv, maar in een circustent in Argentan, zijn geboorteplaats, zijn woonplaats. Het is het nieuwe hoofdkantoor van zijn Volksuniversiteit in Argentan, l’Université Populaire du Goût. Twee jaar heeft hij moeten vechten met de regeltjes van de gemeente over veiligheid, moppert hij.

Buiten staat een hut van de architect Patrick Bouchain, ex-rechterhand van de socialistische cultuurminister Jack Lang, een architect die zijn gebouwen in dienst wil stellen van sociale gelijkheid. Weer zo’n uitloper van ’68. Bouchain ontwierp het volkstheater van Genevilliers, bouwde het Koloniale Paleis van de Porte Dorée in Parijs om tot een Cité nationale de l’Immigration.

In Argentan heeft Bouchain,

die ook college geeft in Caen, een clubhuis gemaakt van hout en oude containers, uitsluitend hergebruikte materialen, voor het project Jardin dans la Ville. Onfray’s vriend Jean-Luc Tabesse, ex-communist, verschaft daarin werklozen een dagelijks actief ritme en de voldoening van de natuur. Werk, dat is een van de waarden van Onfray. De Smaakuniversiteit is ook opgericht omdat de werklozen hun groenten nergens kwijt konden, zegt Onfray. „Die rotten nog steeds weg.”

Vanavond is de eerste grote happening in de circustent. Ruim driehonderd mensen kijken doodstil naar een film. Mourir d’aimer uit 1971 van André Cayatte ontleent zijn wat pathetische dramatiek grotendeels aan zijn onmysterieuze titel. Het verhaal gaat over een onmogelijke, want verboden relatie tussen een lerares (Annie Girardot) en haar minderjarige leerling. Bij elke verboden kus weet je, dankzij de titel, wat er aan het einde wacht: wanhoop, desillusie, dood.

Actrice Nathalie Nell is er ook. In Mourir d’Aimer speelt ze het verbindingsmeisje tussen de geliefden. Nu kijkt ze met gemengde gevoelens terug, vertelt ze de zaal. André Cayatte had toen hij Mourir d’Aimer maakte al dertig jaar ervaring met het maken van libertaire pamfletten per film. „Cayatte koos voor puur, recht door zee”, zegt Nell. „Maar die vorm is uit de tijd geraakt.”

Op het publiek heeft vooral Cayattes kritiek op de psychiatrie indruk gemaakt. Drie toeschouwers staan op om te zeggen dat er „sinds 1968 niets veranderd is”. Het zijn twee artsen en één „ex-gek” – zegt de bejaarde dame in kwestie zelf. Daar kan Onfray wat mee. ,,Prachtige getuigenissen. Ze laten zien dat de revolutie nog niet af is.”

Dat raakt een snaar. Bij Onfray vinden de bezoekers ‘iets van 68’ terug. Het echte. Het praten, het arbeideristische. De bevrijding van de lagere klassen.

Dan vraagt een dame naar de „nieuwe waarden” die mei 1968 heeft opgeleverd. Ze wil exegese. Onfray kijkt even om zich heen, nee, niemand op het podium neemt het woord. Het is tijd voor puur, recht door zee.

Dan noemt hij ’68 „de overlijdensakte van de Europese christelijke beschaving”. Het tweede grote moment na Robespierre, die na 1789 de Tempel van de Rede inrichtte. Dat moment vergleed. 1968 heeft een nieuwe kans geboden. Maar wij kijken televisie.