De politiek en dé bank

Banken zijn geen ‘gewone’ instellingen, ze zijn voor hun klanten – consumenten en bedrijven – net zo belangrijk als energie- en drinkwaterleveranciers. Daarom is politieke betrokkenheid bij deze ‘nutsinstellingen’ op haar plaats. De vraag is nu of premier Balkenende (CDA) en minister Bos (PvdA) van Financiën zich voldoende hebben gemengd in de ontwikkelingen rond ABN Amro.

Vorig jaar was deze grootste bank van Nederland achtereenvolgens betrokken bij een mogelijke fusie met ING en bij een overname door buitenlandse kopers: het Britse Barclays en het consortium van Fortis (Belgisch), Royal Bank of Scotland en Banco Santander (Spaans). De fusie ging niet door, de overname en opsplitsing van ABN Amro wel.

Het lijdt geen twijfel dat de Franse president wanneer een bank in zijn land in de positie van ABN Amro kwam te verkeren, luid van zich zou laten horen. En toen ABN Amro enkele jaren geleden hardnekkige pogingen ondernam om de Italiaanse bank Antonveneta te kopen, was het politieke kabaal in Italië zo luid, dat Balkenende zijn collega-premier erop wees dat hij zich aan de Europese regels voor de interne markt had te houden. Die laatste herinnering bracht met name Balkenende ertoe zich publiekelijk gedeisd te houden in de kwestie-ABN Amro, zo blijkt uit een brief die Bos mede namens de premier gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Nederland laadt zo de verdenking op zich roomser dan de paus te zijn, of Europeser dan Brussel. Het kan ook anders worden geformuleerd: Nederlandse ministers zijn zich bewust van hun rol en de beperkingen daarvan. Al heeft met name de minister van Financiën wel een wettelijke bevoegdheid: hij moet een bankenfusie of een majeure overname van bankaandelen beoordelen. Opmerkelijk is dat Bos, evenals eerder zijn voorganger Zalm (VVD), vorig jaar vertrouwelijk zijn steun uitsprak voor een eventuele fusie tussen ABN Amro en ING. Dat zou een bankenreus hebben opgeleverd, die misschien voor een warmer ‘oranjegevoel’ had gezorgd dan de latere overname en opsplitsing van ABN Amro, maar waarvan het maar de vraag was of mededingingsautoriteiten ermee hadden ingestemd.

De problemen rond ABN Amro zorgden voor onrust bij het Nederlandse publiek, de klanten en het personeel. Dat had voor Bos en Balkenende een reden moeten zijn zich eerder en vaker openbaar te manifesteren en een gevoel van urgentie te tonen. Politiek is tenslotte ook psychologie. Maar hun formele terughoudendheid bij de besprekingen is voor het overige gerechtvaardigd. Banken opereren in een geglobaliseerde wereld. De nationaliteit van bankeigenaren doet er in principe niet toe. Zolang maar alle banken die in Nederland opereren, gelijke kansen hebben, zich aan de regels houden en er voor de klanten iets te kiezen blijft. Een schone taak voor de toezichthouder, De Nederlandsche Bank.