De opkomst van de krantenluisteraar

Hoeveel mensen al een krant met hun oren lezen weet ik niet, maar het zullen er snel meer worden. Want de sprekende krant komt er aan. Van alle uitvindingen die het leven de afgelopen jaren hebben verrijkt, mag deze van mij – na internet en de mobiele telefoon – gerust in de top drie. Eindelijk een innovatie van de media die de dag niet nóg voller maakt, maar die juist tijd bespaart. En die ook nog eens appelleert aan een oergevoel van iedereen die ooit kind is geweest: het plezier om voorgelezen te worden.

Een van de koplopers is de International Herald Tribune, de meer dan honderd jaar oude krant (onderdeel van het New York Times-concern), die wordt verspreid in 180 landen en op het internet. Net als andere kranten zal ook de ‘Herald’ wel eens te horen hebben gekregen: interessante stukken, voor een wereldburger misschien zelfs onmisbaar, maar wanneer moet ik ze lezen?

Het aantal delen van de dag waarop dat kan is nu flink uitgebreid, dankzij de voorleesmachine die de krant op zijn website heeft geplaatst. Onder het hoofdje ‘audionews’ is een programma te vinden (nog in een voorlopige versie), waarmee een niet eens heel erg blikkerige computerstem dagelijks ieder stuk uit de krant kan voorlezen. En al die voorgelezen stukken kunnen in een paar minuten gratis ingeladen worden in een iPod of andere mp3-speler, om ze vervolgens te beluisteren in de file, tijdens de fitness of met ogen dicht aan het strand.

Ook andere kranten ontdekken dat hun lezers soms luisteraars kunnen zijn. De Financial Times stelt onder meer columns beschikbaar, voorgelezen door de auteurs. Die Zeit biedt al lang een speciaal audioabonnement (wekelijks een selectie van tien stukken). En sinds kort is The Economist in zijn geheel te beluisteren, woord voor woord voorgelezen door professionele radiomensen en acteurs, meldt de website van het blad.

Geen mens zal een krant of weekblad compleet willen beluisteren, net zo min als er iemand is die de papieren versie van A tot Z leest. De kunst zit in het selecteren. De krantenluisteraar kan een voorselectie maken, waardoor dagelijks alleen bepaalde onderwerpen, rubrieken of auteurs op zijn mp3-speler belanden. En zoals de blik van een lezer soms na een paar zinnen al wegschiet naar een ander artikel, is één klikje genoeg om de voorlezer af te breken en een nieuw stuk te laten beginnen.

Prachtig voor de lezer, zou je zeggen, voor de lezer in het nauw die klaagt dat hij (soms) onvoldoende tijd heeft om zijn krant te lezen, op papier of op het internet, maar die er toch niet buiten kan. Zo’n lezer die beseft dat de krant hem een blik op de wereld biedt, op de kunst en het leven, die je in deze ingewikkelde tijd minder dan ooit kan missen. Zo’n lezer die je soms nog wel eens verdiept in een dubbelgevouwen krant op straat ziet lopen, of in de auto voor een rood stoplicht naar een opengevouwen exemplaar op de bijrijderstoel ziet loeren. Zij kunnen zich nu voegen bij het legioen muziekluisteraars dat zich al jaren met draadjes uit de oren door het leven begeeft.

Of dat voor lezers een vooruitgang is, moet iedereen maar zelf bepalen. Het overzicht is minder dan op papier, vindt deze lezerluisteraar, maar een welkome aanvulling is het zeker. Maar wat betekent dit fenomeen voor de toekomst van de kranten? Is het geen nieuwe bedreiging? Werkt het papieren medium, dat het in deze tijd op de lezersmarkt en de advertentiemarkt toch al zo zwaar heeft, met deze vinding niet mee aan zijn eigen ondergang? Zullen niet nog meer lezers een betaald abonnement voor gezien houden, als ze de hele krant direct (en sommige gevallen gratis) in hun oren bezorgd kunnen krijgen?

Het valt niet uit te sluiten. Maar de ondergang van het papieren medium is al eerder te vroeg aangekondigd: de radio, de televisie en het internet, ze zouden allemaal de dood van de hopeloos ouderwetse krant inluiden. Het bleek steeds anders te lopen. Het geschreven woord kan wel tegen een stootje. De opkomst van het luisterboek heeft ook niet geleid tot het inzakken van de boekenmarkt. Sterker nog: een goed voorgelezen luisterboek is de beste stimulans om het papieren exemplaar aan te schaffen.

Een paar jaar geleden bekende Arthur Sulzberger Jr., uitgever van The New York Times, dat hij ‘platformagnostisch’ is, dat de papieren krant wat hem niet meer de absolute god is. Kranten, zei hij, moeten de lezers volgen als die hun journalistieke werk op andere manieren willen ontvangen. Dat journalistieke werk, dáár gaat het om. Of het nu bezorgd wordt op papier, via televisie, internet of via de oren, maakt geen wezenlijk verschil.

Inmiddels hebben vrijwel alle kranten zich in meer of mindere mate tot dat geloof bekeerd (en trouwens ook radio- en tv-programma’s, met hun soms uitgebreide websites en transcripties van uitzendingen). De grote, nog onbeantwoorde vraag is of die nieuwe vormen van bezorging ook rendabel gemaakt kunnen worden. Dat is belangrijk, want het maken van een goede krant, in wat voor vorm dan ook, kost geld. Maar zo’n krant levert zijn lezers/kijkers/luisteraars ook wat op – zoveel dat sommige er meerdere zintuigen voor openstellen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel