Bos reageerde ambtelijk, niet strategisch op ABN

Nieuwsanalyse

Een agressieve belegger wilde vorig jaar ABN Amro opbreken. Wat deed het kabinet? De reactie was een ambtelijke, angst regeerde.

Eind vorig jaar hielden De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën een ongewone rampenoefening. Hoe moeten zij samenwerken als opeens een financiële crisis uitbreekt? Het moet een leerzame ervaring zijn geweest.

Zou de uitkomst van de overnamestrijd à 71 miljard euro om ABN Amro vorig jaar anders zijn afgelopen als beide partijen ook hadden geoefend op de vraag hoe zij moeten reageren op een agressieve speculatieve belegger?

Mogelijk. De brief die minister Wouter Bos (Financiën; PvdA) gisteren aan de Tweede Kamer stuurde over de overname van ABN Amro ademt de ambtelijke reactie op een schok, niet een strategische respons; business as usual, geen nationaal belang, of grote urgentie.

De schok, althans voor ABN Amro en de toezichthoudende De Nederlandsche Bank, is een brief op 20 februari 2007 van het Britse hedgefonds TCI. In zijn brief eist TCI, dat 1 procent van de ABN Amro aandelen bezit, drastische maatregelen om het rendement op te vijzelen. De meest vergaande optie: breek de bank maar op.

De brief komt dinsdag 20 februari bij ABN Amro binnen, ligt woensdag op straat, en vrijdag praat president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank met de nieuwe (sinds één dag) minister van Financiën, Bos.

Het gaat niet alleen over TCI. In het diepste geheim voert ABN Amro fusiegesprekken met bank en verzekeraar ING. Dat kan een nationale financiële kampioen worden, die ook mondiaal een grootmacht wordt.

Er zijn vragen over concurrentie, er zijn vragen over ontslagen. Er is twijfel: de gesprekken tussen ABN Amro en ING vlotten dan al niet meer zo.

Op 6 maart volgt een nieuw gesprek. De hamvraag: wil de regering politieke steun geven aan de fusie?

[Vervolg ABN Amro: pagina 13]

ABN Amro

Wellink krijgt zwartepiet ABN Amro

[Vervolg van pagina 1] Wellink vraagt in het gesprek om een vervolggesprek met minister-president Jan-Peter Balkenende (CDA) en topman Groenink van ABN Amro.

Bos voelt wel voor politieke rugdekking, maar niet voor een rol van Balkenende. Dat gesprek kon „net zo goed met [Bos] worden gevoerd” en dat lag ook „meer voor de hand”, schrijft Bos, gezien de wettelijke taak van de minister. Balkenende is het daarmee, zo blijkt uit de brief, helemaal eens. Waarom? „Ten eerste was de minister van Financiën terzake wettelijk bevoegd.” Niet het belang van het onderwerp is kennelijk maatgevend, maar de regels die de competentie van de verschillende ministers afbakenen.

Daarin speelde mee, zoals een betrokken beleidsmaker oppert, dat Bos en Balkenende nog maar aan het begin van hun samenwerking in het nieuwe kabinet stonden. Het was aftasten of en wát hun persoonlijke chemie in de praktijk was. Maar: het was ook profileren, piketpaaltjes slaan. Dit is jouw dossier, dit het mijne.

Het tweede argument dat Balkenende buiten de gesprekken houdt is angst. Angst voor internationale repercussies. Wellink was om zijn reactie op de TCI-brief veroordeeld. Dat leverde kwaaie reacties op van Europees commissaris McCreevy en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). De een zag in Wellinks woorden een nationalistische reflex, de ander zag een poging koerswinsten te frustreren.

Balkenende zag, zo blijkt uit de brief, een parallel met de overnamestrijd twee jaar eerder om de Italiaanse bank Antonveneta, waarop ABN Amro een bod had gedaan. ABN Amro werd dwars gezeten door centrale bank president Fazio, die een lokale bank als partner steunde. Balkenende had bij premier Berlusconi geïntervenieerd om respect voor de interne Europese marktregels „af te dwingen”.

Deze vaker gemaakte vergelijking gaat echter mank. Er was geen biedingsstrijd, zoals bij Antonveneta. Er lag begin maart helemaal geen bod op ABN Amro. Sterker nog: alles was geheim.

Wellink frustreerde ook geen biedingsstrijd, zoals Fazio deed. Hij maakte met zijn kritiek op de TCI-brief gebruik van een kenmerkende bevoegdheid, om de teneur van van Bos’ brief te volgen: zorg om een stabiel bankwezen.

Hoe deden anderen dat? Toen hedgefonds Algebris eind vorig jaar de grootste Italiaanse verzekeraar Generali onder druk zette, zat de Generali top rap in Rome, waar de regering steun toezegde. De Fransen maakten meteen duidelijk dat buitenlandse banken niet moesten proberen te profiteren van zwakte bij Société Générale na een strop van vijf miljard euro.

Wellink komt in maart 2007 niet aan bod bij Balkenende, ook twee maanden later niet, als hij opnieuw wil praten. Hij krijgt in debrief de zware piet. Hij stapte buiten de afgebakende paden, was té onafhankelijk en had darmee in de ogen van Bos en Balkenende „geen toegevoegde waarde” meer.