Borssele: plutonium in centrale inzetten

De exploitant van de kerncentrale in Borssele wil alternatieve brandstoffen, zoals plutonium, inzetten om zijn afhankelijkheid van het duurder geworden natuurlijk uranium te verminderen.

Het dossier ligt politiek erg gevoelig. De alternatieve reactorbrandstof die Borssele wenst te gebruiken heet MOX – ofwel mengoxide – en is een mengeling van verarmd uranium en plutonium. Om die brandstof te kunnen gebruiken diende de eigenaar van de centrale, de Elektriciteitsproductiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ), een vergunningsaanvraag in bij het ministerie van VROM.

Volgens de milieuorganisatie Greenpeace maakt die alternatieve brandstof de kernreactie onstabieler en ook onveiliger. Het plutonium waarmee Borssele aan de slag wil, wordt uit oude splijtstofstaven chemisch gescheiden of ‘opgewerkt’. Bij die opwerking komt veel radioactief materiaal in zee terecht, aldus de milieugroep in een reactie.

EPZ stelt dat de overstap naar plutonium economisch noodzakelijk is. Begin 2000 werd 10 dollar neergeteld voor één pond uranium. In juli vorig jaar steeg de prijs van de radioactieve stof echter tot 136 dollar – een stijging met 1.300 procent.

Op diverse plaatsen in de wereld blijven kerncentrales langer open en in China staan er nieuwe centrales in de steigers. EPZ verwacht dat, ondanks een terugval dit jaar van de uraniumprijs tot ongeveer 65 dollar, de grondstofkosten hoog zullen blijven.

In 2006 besliste de overheid dat de centrale van Borssele tot 2034 open mag blijven, mits deze tot de veiligste 25 procent van het Westen blijft horen. Critici hebben daar vragen bij. De MOX-staven voor Borssele zouden met vrachtwagens uit Zuid-Frankrijk aangevoerd worden, wat het transport gevoelig maakt voor aanslagen en ongelukken.

Vier jaar geleden kwam een rapport van het Massachkusetts Institute of Technology (MIT) uit met de waarschuwing dat er te weinig aandacht wordt geschonken aan de complete splijtstofcyclus.