Boer en leeuwerik gaan heel goed samen

Er is in de landbouw weldegelijk aandacht voor natuur. Boeren worden beloond als ze maatregelen nemen om vogels te sparen. Geen paniek dus, zegt Albert Jan Maat.

Tekening Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Onder de kop ‘Moet nu ook de veldleeuwerik verdwijnen?’ (Opiniepagina, 23 april) maken zes biologen korte metten met de huidige landbouw en het Europees landbouwbeleid. Dat beleid en de intensivering en schaalvergroting van de landbouw zouden de oorzaak zijn van een kaalslag onder vogels.

De verleiding is groot om mee te doen aan dit zwartepieten tegen het huidige EU-landbouwbeleid. Er wordt echter volledig voorbijgegaan aan het feit dat de laatste halve eeuw tienduizenden hectares landbouwgrond zijn gebruikt voor woningbouw, bedrijfsterreinen, wegen, infrastructuur en nieuwe natuur. Het aantal inwoners van Nederland is verdubbeld, het vervoer en de milieubelasting zijn enorm toegenomen.

Toch wil ik de verleiding van de repliek weerstaan, ook al omdat de vogelstand in Nederland daar weinig mee opschiet. En schaalvergroting in de landbouw is onontkoombaar, zoals in alle andere economische sectoren. Voor mij als voorzitter van LTO Nederland is de kernvraag of we efficiënte landbouw – essentieel voor onze economie en de voedsel- en groenvoorziening – kunnen combineren met een aanpak waarbij de verscheidenheid aan vogels minstens in stand blijft of, liever nog, verbetert.

De hamvraag is of we het toekomstig Europees landbouwbeleid na 2013 zo kunnen (in)richten dat we een reeks maatschappelijke waarden, zoals behoud en verbetering van de vogelstand kunnen borgen? In twee rapporten worden hiertoe belangrijke aanzetten gegeven. Ik wijs allereerst op de LTO-visie op het Toekomstig Gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013. Het tweede is het rapport Waarden van de landbouw, een ontwerpadvies van de Sociaal-Economische Raad, dat onlangs is gepubliceerd.

LTO Nederland stelt een EU-landbouwbeleid na 2013 voor, dat naast de versteviging van de concurrentiepositie van de land- en tuinbouw onder meer aandacht besteedt aan het beheer van het landschap, de beloning voor groene (natuurbehoud) en blauwe (waterbeheer) diensten en het behoud van kleinschalige landbouw in regio’s, die minder geschikt zijn voor grootschaliger landbouw.

Het SER-advies benoemt specifiek die waarden die niet behoren tot de primaire voedsel- en groenproductie en dus ook geen zichtbare marktwaarde hebben.

De toegevoegde waarde van het SER-advies is dat ze voorstelt contracten met boeren te sluiten, wanneer ze concrete voorwaarden scheppen voor het behoud van een kleinschalig landschap, natuur en vogelbescherming en het leveren van andere groene en blauwe diensten. Het voordeel is dat daarmee waarden, die niet met voedsel te vermarkten zijn, worden geborgd door middel van contracten.

Een interessante en zakelijke aanpak, die bovendien het debat over subsidies overbodig maakt. In het rapport wordt de omslag zichtbaar gemaakt van subsidies naar vergoedingen die boeren krijgen voor geleverde prestaties. Een groot voordeel is dat we verlost worden van eenheidsworst, omdat door middel van contracten optimaal kan worden ingespeeld op mogelijkheden en wensen ter plaatse. Ook kunnen boeren als contractpartij zelf exact aangeven wat wel of niet in hun bedrijfsvoering past. Maatwerk dus. Er zijn beslist mogelijkheden om meer geld ten goede te laten komen aan natuurwaarden op het platteland.

LTO Nederland ziet in die benadering goede mogelijkheden om het EU-landbouwbeleid te vernieuwen en het maatschappelijk draagvlak daarvoor te vergroten. Zeker nu de vraag naar voedsel en groen wereldwijd snel stijgt en Nederland de belangrijkste exporteur is van allerlei nieuwe rassen ten behoeve van meer efficiënte productie elders (pootaardappelen, bomen, zaai- en pootgoed enz.) is een herwaardering van goede landbouwgrond nodig.

Oost-Groningen is warempel niet de enige regio waar boeren doen aan beheer van akkerranden. In LTO-verband is onlangs het SPADE-project van start gegaan met als doel duurzaam bodembeheer en agrobiodiversiteit. Ik raad de zes biologen aan om zich te verdiepen in de prestaties van de tientallen verenigingen voor agrarisch natuurbeheer en de provinciale landschappen.

Er zijn volop mogelijkheden om verder te bouwen aan een rijkere natuur en aan behoud van biodiversiteit door meer alternatieven te zoeken in de sfeer van natuurlijk akkerrand- en slootkantenbeheer, nestbescherming, behoud van landschapselementen, aangepaste bemesting en goede beplanting.

Agrarische natuur werkt. Als hier in de toekomst meer geld voor vrij wordt gemaakt, zullen boeren eerder geneigd zijn hun bedrijfsvoering (grasland- en slootkantbeheer, bemesting, maaidata etcetera) zo aan te passen dat vogels betere kansen hebben, ook de veldleeuwerik.

Tot slot: burgers worden vaak voorgehouden dat de meeste weidevogels op het punt staan te verdwijnen. De grutto en tureluur zouden onderhand een zeldzame verschijning zijn. Ik kan u veehouderijbedrijven aanwijzen midden in de Randstad, waar op circa 30 hectares grasland ruim 120 nesten met eieren van weidevogels (kievit, grutto, tureluur, scholekster en diverse eenden soorten) worden gemarkeerd, die alle worden uitgebroed. In de praktijk kan op het gebied van biodiversiteit en landschap veel meer, dan velen voor mogelijk houden. Boeren en de veldleeuwerik gaan heel goed samen.

Albert Jan Maat is voorzitter van LTO Nederland.