Ben je patriot of landverrader?

Toenadering tot Europa of niet, daar draait het om zondag in Servië.

Schrijver Arsenijevic spreekt van een ‘gehersenspoelde samenleving’.

Rechts langs de snelweg wordt op een billboard het aanstaande Eurovisiesongfestival in Belgrado aangekondigd. Links hangen de posters van de radicale partij SRS, de grootste in Servië, die uitblinkt in het schofferen van de Europese Unie.

Apetrots waren de Serviërs op ‘hun’ Marija Serifovic, die er als winnares in 2007 voor zorgde dat Servië dit jaar gastheer is van het liedjesfestival. Tegelijk is Marija een SRS-boegbeeld en treedt ze op tijdens campagnebijeenkomsten van de eurosceptische ultranationalisten.

„Dit is een schizofreen land dat leeft in de leugen”, zegt de Servische schrijver Vladimir Arsenijevic. „Serviërs zien zichzelf als slachtoffers van een groot misverstand, veroorzaakt door de buitenwereld. Dat ze daarin zelf een verantwoordelijke rol spelen, komt niet in ze op.”

Zondag gaan de Serviërs naar de stembus voor parlements- en gemeenteraadsverkiezingen. De vervroegde parlementsverkiezingen zijn het directe gevolg van het uitroepen van de onafhankelijkheid door de Servische provincie Kosovo, op 17 februari. Dat leidde tot de val van de regering van premier Vojislav Kostunica (zie kader links).

Bijna acht jaar na de verdrijving van dictator Slobodan Milosevic (oktober 2000) probeert Servië uit het isolement te raken. Maar hoe? Wel of niet toenadering zoeken tot de Europese Unie? En zo ja: onder welke voorwaarden?

De Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic, die deel uitmaakte van de coalitieregering van Kostunica, voert campagne met de leuze ‘Voor een Europees Servië’. Maar voor Kostunica is Europese integratie geen optie zolang de EU alleen wil praten met een Servië dat het verlies van Kosovo accepteert.

Tomislav Nikolic, leider van de radicale Moskou-gezinde SRS, gaat daarin nog een stap verder. „Wie de onafhankelijkheid van Kosovo erkent, zal uiteindelijk achter de tralies belanden”, zei hij deze week in een interview.

In de straten van Belgrado hangen posters van Tadic en zijn partijgenoot, demissionair vicepremier Bozidar Djelic, met de tekst: ‘Landverraders’. Tadic en Djelic ondertekenden eind april een Stabilisatie- en Associatieakkoord (SAA) met de EU-regeringen, de eerste stap op weg naar toekomstig EU-lidmaatschap.

Volgens Kostunica en Nikolic, die tegen het SAA zijn, heeft president Tadic „zijn land verkocht” en heeft hij zich neergelegd bij het verlies van Kosovo. Onbekenden hebben de president inmiddels met de dood bedreigd. Diens bewaking is verscherpt.

Schrijver Arsenijevic zegt tijdens een gesprek op een terras in Belgrado: „Opnieuw delen politici het land op in twee kampen: de verraders versus de patriotten.”

Arsenijevic (43) groeide op tijdens de Joegoslavische oorlogen waarover hij in 1994 zijn veelgeprezen debuutroman De Sterfmaand schreef. In zijn publicaties zet hij zich af tegen de Servische nationalisten en maakt hij zich kwaad over de lethargie onder de Servische jeugd die zich zou laten manipuleren.

De radicale SRS, die volgens laatste peilingen kan rekenen op 90 van de in totaal 250 zetels, maakt de meeste kans om een regering te vormen. „Geen Servische burger zal nog worden uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag”, zegt SRS-leider Nikolic.

Als Nikolic inderdaad de nieuwe premier wordt, dan bestaat er weinig kans op goedkeuring van het SAA door het Nederlandse parlement, dat hamert op Servië’s volledige samenwerking met het tribunaal. Nederland stond eind april onder grote druk van EU-partners om aan het SAA voor Servië mee te werken. Uiteindelijk stemde Den Haag in met ondertekening op voorwaarde dat niet met de uitvoering wordt begonnen voordat Servië de van oorlogsmisdaden in Srebrenica verdachte ex-generaal Ratko Mladic uitlevert aan het Joegoslavië-tribunaal.

Arsenijevic: „De EU dacht: we steunen de pro-westerse Tadic door dat SAA aan te bieden. Maar men heeft zich vergist. De aanhang van de SRS wordt er niet kleiner op en bestaat beslist niet alleen uit oudere, verbitterde mensen op het platteland, maar meer en meer ook uit gefrustreerde jongeren. De Servische jeugd is enorm conservatief, religieus, nationalistisch en anti-westers. Met het zaaien van haat bereik je hier de jeugd. Dat blijkt weer tijdens deze campagne.”

Hoe groot is de frustratie onder jongeren?

„Ik heb een zoon van achttien. Hij groeide op tijdens de Joegoslavische oorlogen en beleefde bewust de NAVO-bombardementen op Belgrado in 1999, waarmee een einde kwam aan de oorlog om Kosovo. Het waren zijn generatiegenoten die onlangs, uit protest tegen Kosovo’s onafhankelijkheid, de Amerikaanse ambassade in Belgrado in brand zetten. Onder hen is zoveel ongenoegen, over de geschiedenis, over de economie. Ze leven in een machosamenleving waarin je je op het schoolplein niet populair maakt door te zeggen: Jongens, laten we het eens van een andere kant bekijken, laten we vrienden maken met de Albanezen in Kosovo en met de andere buurlanden. Wie dat doet pleegt sociale zelfmoord.”

Welke rol speelt uw generatie van schrijvers en intellectuelen?

„Onze invloed stelt niets voor. Onder intellectuelen is er nauwelijks debat. Ik vertegenwoordig niemand. En de nationalisten wéten dat wij geen tegenstand meer bieden. Dit is een gehersenspoelde samenleving die zich jaren heeft laten manipuleren door leugenachtige media. Een rebelse televisiezender als B92, die opkwam in de strijd tegen Milosevic, is main stream geworden en programmeert tegenover dat ene kritische debatprogramma veel soaps en Big Brother. De angel is eruit.”

Brussel en Washington zijn openlijk in hun steun aan Tadic die mogelijk hervormingen brengt. Terecht?

„Van alle partijen stelt Tadic’ democratische partij DS het meest teleur. De radicalen zijn consequent, of je het nou leuk vindt of niet. Maar Tadic is gaan draaikonten om stemmen te behouden. Ik begrijp zijn lastige positie. Tachtig procent van de Serviërs zegt dat Kosovo altijd van Servië zal blijven, ook al is dat nu al niet meer het geval. Ook Tadic verzwijgt die waarheid en blijft beloven voor Kosovo te vechten. Door die absurditeit in stand te houden moet hij straks nog een absurde coalitie gaan smeden met de partij van wijlen Milosevic, om de radicalen de pas af te snijden. Dat krijg je ervan. Ik had liever gezien dat Tadic eerlijk was. Kost je wel stemmen, maar ben je wel eerlijk.”

Desondanks blijft Tadic de ‘darling’ van de EU.

„Tadic door dik en dun steunen is als het aankleden van een mannequin. Hij ziet er goed uit en roept door zijn kapsel herinneringen op aan de vermoorde Zoran Djindjic. Die nam risico’s, hij bond na 2000 de strijd aan met de politieke clan van Milosevic-tijdperk, en moest het helaas bekopen met de dood. Een goede politicus is een dappere gokker. Tadic daarentegen durft de gok niet aan. En daardoor leven we feitelijk nog altijd in het Milosevic-tijdperk, zonder Milosevic dan.”