Zestig jaar Israël, een moeilijke herdenking

De terugblikken op het ontstaan van Israël, interviews met belangrijke Israëli, foto’s uit de burgeroorlog zijn overal. Sommige documentaires, zoals een die op Omega TV te zien was, het digitale kanaal van de EO, beschouwen die geschiedschrijving als onproblematisch en lijken uitsluitend vanuit Joods perspectief naar het verleden te kunnen kijken. Op Arte was dat anders, daar werd in Der Kampf um Jerusalem verschillende keren gesproken over het beeld dat de westerse wereld gekregen heeft over het ontstaan van de staat Israël. Het beeld van Joden opnieuw in het nauw. De foto’s van de Engelse fotograaf John Phillips, die meetrok met de Arabische troepen en vastlegde hoe Palestijnen verlaten Joodse huizen plunderden en hoe Joden hun deel van Jeruzalem gedwongen verlieten speelden daar een belangrijke rol in. Sommigen van de ondervraagden, zoals de Amerikaans-Joodse regisseur Jack Padwa, die een film maakte over die gebeurtenissen, geloven nog steeds onverkort dat dát de waarheid over die tijd is. Dat tegelijkertijd Palestijnen uit hun dorpen verdreven werden, dat die dorpen werden verwoest, de mensen in vluchtelingen kampen terechtkwamen waar ze in veel gevallen nooit meer uit zouden komen, daar had hij geen boodschap aan.

Het waren intussen wel allemaal aangrijpende beelden die je te zien kreeg, zeker toen ook nog de andere kant in beeld verscheen en een Palestijnse man de foto’s liet zien die zijn vader destijds had gemaakt. Hij toonde ook de wereld waarin hij nu leefde, een kale woestijn met de muur op de achtergrond, waar eens olijfbomen stonden en zijn ouders een tuin hadden waar iedereen over sprak, zo prachtig was die.

Het is een heel moeilijke herdenking, dit zestigjarige bestaan. Niet alleen maar feestelijk.

Keek ook nog even naar een van de documentaires over oorlogsfotografen die deze week op Holland Doc te zien zijn – elke dag verschillende documentaires over fotografie – en viel in de wereld vol ellende van James Nachtwey die met zijn foto’s een einde aan de oorlog in de wereld wil maken, ook al weet hij dat dat streven bijna lachwekkend is, en gedoemd te mislukken. Maar als hij daar niet in geloofde, zei hij, dan zou hij onmiddellijk moeten ophouden met dit werk, dan zou hij het immers uitsluitend voor zichzelf en zijn eigen roem doen, dan zou hij zijn ziel verkocht hebben.

Min of meer verpletterd door de baksteen van ellende die deze avond bleek te zijn had ik echt ontzettend veel zin in even wat anders. Het werd Pauw & Witteman waarin over onze eigen kwestietjes werd gekibbeld. Ik moet zeggen dat Jeroen Pauw de laatste tijd ongelooflijk op dreef is, snel, grappig en ontspannen en in het gesprek met schrijfster Kristien Hemmerechts leverde dat veel vrolijke momenten op. De hoofdgast was Wouter Bos en dat ging minder goed. De presentatoren leken zich vast te hebben voorgenomen hem eens even met Elsevier in de hand op allerlei punten de les te lezen, maar dat liet hij zich niet aandoen. Tot twee keer toe zag je P&W echt beteuterd kijken, wat ook wel eens een vermakelijke uitdrukking is op die gezichten.

Het is iets vreemds van televisieavonden: dat ze zo divers zijn, dat het volgende programma zo vaak het vorige min of meer lijkt uit te wissen en dat je in staat bent om de meest ongelijksoortige dingen achter elkaar tot je te nemen. Het resultaat is uiteindelijk een murw gebeukte kijker, geloof ik. Je wordt niet actief geprikkeld tot iets doen, maar alleen maar tot hoofdschuddend wegzappen van al te veel narigheid. En eenmaal weggezapt ga je dan lekker zitten juichen dat Bos groot gelijk heeft als-ie volhoudt dat de dingen die een partij zegt na te streven voor de verkiezingen, niet als keiharde beloftes opgevat kunnen worden, omdat je nu eenmaal met andere partijen samen moet regeren en niet steeds je zin kunt krijgen. Dat het dan nogal flauw is om van ‘verbroken beloftes’ te spreken (het ging over de gratis kinderopvang).

Dat deed Bos goed: nu zag je eens wat-ie kan als hij een overtuiging heeft en niet steeds lijstjes en rijtjes van PvdA-verdiensten moet opsommen.