‘Zeg dat je het niet kan weten’

Een debat met Joris Luyendijk staat garant voor een uitverkochte zaal. Maar Luyendijk zelf is gefrustreerd: zijn boodschap blijft maar verkeerd overkomen.

„Wil je dat er mensen komen op een debat? Dan is Joris het toverwoord.” Zo opent presentator Bahram Sadeghi het mediadebat dat gisteravond in Amsterdams cultureel centrum De Balie werd gehouden. Aanleiding is de boekpresentatie van de bundel Het maakbare nieuws, een reactie van achttien journalisten op Joris Luyendijks bestseller Het zijn net mensen.

Kaarten voor de discussieavond zijn sinds drie weken uitverkocht en in de zaal zitten deels journalisten en deels „mensen die zich gemanipuleerd voelen door de media”, telt Sadeghi aan de opgestoken vingers.

Is het onmogelijk om journalistiek te bedrijven in ‘journalistonvriendelijke milieus’, luidt Sadeghi’s eerste vraag aan het panel dat is aangeschoven aan tafel: NRC-correspondent in Afrika Bram Vermeulen, documentairemaakster Bregtje van der Haak van de VPRO en „nestbevuiler Joris”, aldus Sadeghi.

Er moet Luyendijk iets van het hart: ,,Stel je schrijft een boek over dat je boodschap vertekend overkomt, en vervolgens komt díe boodschap weer vertekend over.” Hij zegt dat hij duidelijk wilde maken dat publiek en journalistiek niet beseffen dat ze zelf deel uitmaken van gemanipuleerde beeldvorming: ,,We maken ons druk over mensenrechten in China, maar intussen gaat ons staatshoofd op de foto met Poetin.”

In Het maakbare nieuws schrijven achttien journalisten en oud-correspondenten onder meer over hun belevenissen in hun standplaats. De strekking is dat er prima valt te werken zolang de journalist zich niet zelf laat manipuleren, en dat men met kunst- en vliegwerk zo dicht mogelijk bij de waarheid probeert te komen. ,,Precies wat ik altijd al had willen lezen over Brussel en Moskou”, zegt Luyendijk over de bundel, die doorspekt is met saillante anekdotes uit de journalistiek praktijk. ,,Vertel me wat je niet kan vertellen, in plaats van een gortdroge nieuwsanalyse. Of, leg als redactie dan in elk geval uit dat je wel over Tsjetsjenië had wíllen schrijven, maar dat je er niet kon komen.”

Conny Mus, correspondent in het Midden-Oosten voor RTL Nieuws, schreef ook een bijdrage aan het boek. Hij reageert via een straalverbinding vanuit Jeruzalem en merkt op dat hij sinds Luyendijks Het zijn net mensen vaak is aangeproken dat hij wel kon ophouden met zijn werk, ‘omdat in zo’n dictatuur niet valt te werken’.

Hij is zichtbaar geïrriteerd: ,,Wij doen juist ons best om door alle propaganda heen te kijken.” En tegen Luyendijk: ,,Je zat er te kort, je had te weinig ervaring.” Mus vertelt dat hij vaak verhalen maakt over de achterkant van het nieuws. Toch vindt hij: ,,Hoe lastig het is om aan informatie te komen is ons probleem, niet dat van de kijker.”

Luyendijk pleit voor openheid in de onkunde van journalisten. ,,Het gaat erom dat een andere manier wordt gevonden om nieuws te brengen. Maak elke dag een kolom op de buitenlandpagina, waarin de redactie uitlegt dat ze bepaalde informatie niet kon weten, waarom voor sommige definities is gekozen die de ene partij bestempelt tot good guys en de andere tot bad guys.”

Hij wijst erop dat globalisering een rol speelt. ,,Mijn buurman krijgt op Al Jazeera een totaal andere verhaallijn te horen, die ook klopt.” Elke redactie zou een kenniscentrum moeten worden, met journalisten uit diverse culturen die het nieuws op verschillende wijze duiden, betoogt Luyendijk.

Buitenlandcommentator van De Volkskrant Paul Brill zegt dat journalistiek iets anders is dan waarheidsvinding: ,,Het zijn momentopnames.” Luyendijk reageert: ,,Doe die belofte dan ook niet meer. Zeg in het journaal en in de krant dat het maar een versie van de werkelijkheid betreft.” Het publiek mompelt instemmend.

Kijk het debat terug via debalie.nl/terugkijken.jsp